Column

Wil de overheid zich echt bemoeien met fatsoen?

Theodor Holman Beeld Wolff
Theodor HolmanBeeld Wolff

Kort na de moord op Van Gogh werd ik een keer uitgenodigd om ergens iets te vertellen over de vrijheid van meningsuiting.

Ik deed dat aan de hand van mijn eigen 'christenhondenproces' (ik had christenen ­beledigd), ik vertelde over het 'ezelproces' van Gerard Reve (die meende dat God een ezel was en hij wilde die van achteren nemen), en ik sprak over Theo van Gogh. Mijn toehoorders bleken rechters te zijn.

Ik schrok toen we na afloop nog een borrel gingen drinken. Die vrijheid van meningsuiting vonden ze prima, maar zo'n Theo van Gogh was vaak veel te ver gegaan, en zo'n Reve eigenlijk ook - ze waren te onfatsoenlijk.

"Maar jullie hebben je niet uit te laten over wat wel of niet fatsoenlijk is." Daar ontstond toen een felle discussie over, vooral ook onderling.

Kort samengevat: wanneer iets heel duidelijk cabaret was of satire, had niemand problemen met 'enigszins onfatsoenlijke' uitspraken, maar als iets domweg 'onfatsoenlijk' was, dan moest daartegen worden opgetreden. Er kon geen totale vrijheid van meningsuiting bestaan.

Natuurlijk ging de discussie over wat onfatsoen was. Ik merkte dat gelovige rechters, die op een vreemde manier ook weer ruimdenkend waren, mijn antigodsdienstige uitlatingen buitengewoon kwetsend vonden.

"Ja, u raakt mij met die opmerkingen persoonlijk! Zonder mijn geloof zou ik geen recht kunnen spreken," zei iemand. We gingen uiteen, en ik merkte dat de rechters niet eensgezind ­waren, maar om die onderlinge discussie aan te zwengelen was ik uitgenodigd.

Ik was tamelijk verbaasd. Wilde de overheid zich echt bemoeien met fatsoen? De overheid als bekakte drol die de mensjes even zal vertellen welke woordjes en gedachten ze wel en niet mogen uitspreken?

Gisteren was er de Haagse hoofdofficier van justitie die meende dat de overheid zich met fatsoen mag bemoeien. Als je goed naar hem luisterde, voelde je dat hij behalve GeenStijl ook graag kranten en ­cabaretiers zou aanpakken.

Zijn uitspraken getuigden niet alleen van weinig historisch besef, maar ook - en dat is het gevaar - van weinig ­vertrouwen in de eigen democratie, want die vrijheid van meningsuiting beschermt juist die democratie.

De opmerkingen van zo'n ­officier zorgen ervoor dat de nauwelijks opgemerkte kloof in de samenleving groter en groter wordt. Wie wil schelden, maar het zwijgen wordt opgelegd, kijkt na verloop van tijd welke instrumenten het beste gebruikt kunnen worden om te vertellen wat hij voelt. Dat zijn helaas geen muziek­instrumenten.

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden