Column

'Wij kunnen elkaar niet haten, we moeten het maar met elkaar doen'

James WorthyBeeld Agata Nowicka

Mo en Hans staan tegenover elkaar onder een viaduct.

"Waar spreken we af?" vroeg Hans een uur geleden aan de telefoon.
"We spreken af onder het viaduct," antwoordde Mo.
"Wat is een viaduct?" vroeg Hans.
"Een viaduct is een regenboog van beton," antwoordde Mo.

Hans kijkt naar de racistische tekst die iemand gisteren op het viaduct heeft geschilderd.

"Het spijt me, Mo."
"Het is al goed, Hans."
"Nee, het is niet goed. Dit is jouw land. Je bent hier ­geboren. Jouw wieg stond in deze stad."

"De vier poten van mijn wieg stonden inderdaad op een vloerkleed van de Gamma. Maar misschien kunnen dit soort mensen tijdreizen. Je weet het niet, Hans. Misschien zijn ze naar het jaar 1972 gereisd en hebben ze mijn wieg 2400 kilometer naar het zuiden verplaatst."

"Hebben we het nu echt over tijdreizende wiegverplaatsers?"
"Het is de enige logische verklaring, Hans."

De twee mannen trekken hun schoenen en kleren uit. Dit is de eerste keer in hun leven dat ze met de blote voeten op asfalt staan.

"We zijn al dik dertig jaar vrienden, maar wat is vriendschap?" vraagt Mo.
"Dat vind ik een lastige vraag. En ik heb dat altijd al een lastige vraag gevonden, maar het feit dat ik in mijn boxershort onder een viaduct sta, maakt de vraag nog lastiger."

"Weet je wat het is, Hans? Ik mag graag naar plantenbakken kijken en dan vooral naar van die afgebroken takjes die de andere plantjes helpen met groeien. Is dat niet wat vriendschap is? Dat we elkaar zo mooi mogelijk, zo snel mogelijk en zo recht mogelijk laten groeien?"

"Jezus, Mo."

"Maar zo voel ik het echt, Hans. Van mijn twaalfde tot mijn veertiende had ik een beugel. Die beugel zette mijn tanden recht, maar jij zet de rest recht."

Hans kijkt nogmaals naar de racistische tekst op het viaduct. Hij gaat met zijn vingers over de verf heen om te voelen of de verf echt is.

"Ik snap die haat niet. Ik snap niet dat mensen jou kunnen haten."
"Weet je waarom ze mij haten, Hans? Omdat ik ze nog helemaal geen reden heb gegeven om me te haten. Dat werkt kennelijk gekmakend."

"Ik hou van je, Mo."
"Ik wil dat je me slaat."
"Wat?"

"Als we elkaar slaan, hoeven we niemand anders te slaan. Begrijp je dat? Die opgekropte woede moet eruit. Bij jou, maar ook zeker bij mij. Ik wil niemand een reden geven om mij te haten. Wij kunnen elkaar niet haten, dus moeten we het maar met elkaar doen. Ik zie dat we allebei langzaam kromgroeien."

"Ik begrijp het, Mo. We moeten elkaar weer recht slaan."
"Jij bent mijn beste vriend, Hans. Sla mijn door tijdreizigers verplaatste wieg terug naar Amsterdam-Oost."

Tien minuten later liggen de twee mannen op het ­asfalt. Uitgeteld, maar verre van weggecijferd. Dit is wat vriendschap is, denken ze. Elkaar herboren laten worden. Onder een regenboog van beton. Op een vloerkleed van de Gamma.

De in Amsterdam geboren en getogen schrijver James Worthy (1980) probeert in zijn columns iets van het leven te begrijpen. Lees al zijn columns terug. Reageren? james@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden