Column

Wij konden zo goed op terrasjes zitten samen

Femke van der LaanBeeld Oof Verschuren

Het is nog donker buiten als ik wakker word, maar in de binnentuin hoor ik de vogels fluiten. Ze weten dat de zon eraan komt. Mijn wekker is gegaan, maar ik blijf nog even liggen en luister naar de geluiden van buiten.

Het was voor mij altijd een favoriete periode in het jaar, zo net na het ingaan van de zomertijd. Nog te koud om 's ochtends zonder handschoenen te fietsen en de lampen gaan toch aan het begin van de avond aan, maar er is al wel de belofte: straks is het warmer, straks zitten we buiten, straks komt er een zomer die hoogstwaarschijnlijk prachtig wordt.

Nu spreid ik mijn armen en benen uit in een grote leegte en hoop ik dat de stad nog even binnenblijft. Ik wil nog geen volle terrassen, naar de zon gedraaide hoofden op stoepjes, lichamen languit in het gras.

Het afgelopen halfjaar heb ik me binnen kunnen verschuilen. Het was of de stad met mij meeschuilde, achter deuren en muren - en als we dan toch de buitenlucht in moesten dan met onze hoofden diep tussen onze schouders tegen de kou. Naar binnen gekeerd, terugkijkend.

Maar gisteren zag ik de eersten zitten. Op het terras hier om de hoek. Nog dik ingepakt en bijkans tegen de muur geplakt om zo min mogelijk wind te vangen, maar wel met dichte ogen genietend van de warmte van de zon.

Langzaam begin ik op te schuiven naar de rand van het bed terwijl ik terugdenk aan dat glimlachen op het terras. Daarbinnen, achter die glimlachen, werden vast plannen gemaakt. Mooie plannen. Vrolijke plannen. Plannen voor vakanties, voor zwoele avonden, voor nog meer terrasjes. Er werd vooruit gekeken.

"Wat een eikels," mompelde ik, toen ik het terras gepasseerd was. Honderd meter verderop nog een keer, ietsje harder zelfs: "Wat een eikels." Met mijn tong tussen mijn kiezen liet ik er een langgerekt 'tsssss...' op volgen.

Ik ga op de rand van mijn bed zitten. Het was makkelijker om af te geven op de vroege terraszitters dan om te voelen wat hier nu in de versheid van de dag niet tegen te houden is: wij konden zo goed op terrasjes zitten samen.

Het wordt langzaam licht tijdens de koffie, het pakken van de gym­spullen, de favoriete spijkerbroeken. De ochtendgeluiden overstemmen de vogels in de binnentuin. Als het tijd is om te gaan, is de zon net verschenen boven het dak van de overburen. "Heb je je handschoenen? Het is nog koud buiten."

Femke van der Laan (39) schrijft wekelijks over haar leven in de stad na de dood van haar echtgenoot Eberhard, de burgemeester van Amsterdam die op 5 oktober 2017 overleed.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden