Column

Wie heeft de afgelopen week nog keihard zitten janken?

Roos Schlikker (1975) is journalist en schrijfster van boeken en toneelstukken, waaronder recentelijk nog Ajax, Mijn Club (2015). Elke zaterdag lees je hier haar column uit Het Parool. Vandaag: janken heeft iets ongemakkelijks.

Beeld Floris Lok

Ik was laatst op een showbizzfeestje. Er lag een rode loper en er stonden fotografen naast. Er waren bekende Nederlanders die zeiden: 'Ik pak even mijn momentje.' Er klonk veel 'Hé hallo, wat leuk, hoe is het nou met jouououou?'

Met iedereen ging het heel goed. 'Druk, druk, drukkerdedruk. Alles loopt echt enorm lekker. Heerlijk.'

Met mij ging het ook heel goed. Ik hoorde het mezelf zeggen. En het was ook zo. Ik vond het feestje leuk, de mensen die het organiseerden geweldig, de BN'ers knap. Ik lachte, dronk, schreeuwde boven de muziek uit. 'Druk, druk, drukkerdedruk. Alles loopt echt enorm lekker. Heerlijk.'

En toen, plotseling, midden op de dansvloer, keek ik om me heen en vroeg me af: wie van al deze geslaagde, glanzende mensen heeft afgelopen week nog keihard zitten janken? Van schrik vergat ik spontaan door te dansen. Nou ja zeg. Wat was dat voor een krankjorume ­gedachte?

Of was hij niet zo gek? Juist de afgelopen tijd merkte ik hoeveel verborgen verdriet er is. Twee weken terug schreef ik over onze dochter die zeven jaar geleden dood geboren werd. Daarna ontving ik honderden mails. Van vaders en moeders die de maand daarvoor hun kindje ­begroeven, de rouw nog rauw in hun zinnen. Van echt­paren, ver in de tachtig, die begin jaren vijftig een kind kregen dat ze nooit mochten vasthouden. Van de moeder van een tweeling die altijd schaapachtig ongemakkelijk lacht als mensen zeggen: 'Wees blij dat je er geen drie hebt!' Want dat derde kindje was er wel.

Allemaal schreven ze het op, allemaal zwijgen ze er doorgaans over. Want zo gaat het met verdriet. We leven in een maatschappij waarin elke scheet aan social media lijkt te worden toevertrouwd, maar als het echt schuurt, zijn we stil. Ja, ernstige zieken tikken wel eens een blog, iemand die gaat scheiden loopt leeg bij zijn vrienden in de kroeg en natuurlijk, wie een geliefde verliest mag de tranen uit zijn kop janken op een begrafenis.

Maar wat gebeurt er als de rook is opgetrokken? Velen roepen dan zo snel mogelijk dat het stukken beter gaat. Ik ook. En andere geloven dat vaak iets te graag.

André Hazes zei ooit: 'Huilen doe je bij je eige.' Dat is ook niet gek. Janken heeft iets ongemakkelijks. En je vraagt niet om verdriet. Maar mensen vragen er ook niet náár. Omdat we traanangst hebben. Een vrouw mailde me over een dierbare die een kindje verloor. Ze durfde er niet over te beginnen, uit angst dat ze daardoor de wond zou openrijten. Nu had ze spijt, want, zo schreef ze prachtig: 'Weggestopt verdriet is erger dan samen een potje huilen.'

Ik haal adem en zet mezelf in beweging. Doordansen, dat is wat we doen. Iedereen danst door. Zij die nergens aan willen denken. Zij die nergens naar durven vragen. En zij die niets durven vertellen en thuis, na een uitbundig feestje, in het donker van hun woonkamer hun ogen eindelijk vochtig laten worden. Stilletjes. Bij hun eige.

Wilt u reageren op deze column? Dat kan. Scroll een beetje naar beneden om een reactie te plaatsen of stuur een mail.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden