Review

Where the wild things are***

Regie: Spike Jonze
Met: Max Records, Catherine Keener

Opgroeien doet au. In de prentenboekverfilming Where the wild things are (Maxi en de Maximonsters) leert een jongetje in een monsterwereld dat de wereld niet alleen om hem draait.

Prentenboeken over ruzies tussen kinderen en ouders, waren een halve eeuw geleden zeldzaam, zodat Where the wild things are van Maurice Sendak in 1963 meteen de aandacht trok. Nu eens geen zoetig verhaaltje over schattige kinderen, maar over de boze kleuter Max, die door zijn moeder zonder eten naar zijn kamer wordt gestuurd, waar hij fantaseert dat hij koning wordt in een land met grote harige monsters met scherpe klauwen.

Na een wild feest heeft hij er genoeg van en gaat naar huis terug, waar zijn nog warme avondeten op hem wacht. Het knus-griezelige prentenboek treft uitstekend de kleuterpsyche: impulsief handelen, rijke fantasie en snel wisselende stemmingen. Tekenaar Sendak hield verfilmingen van zijn populaire prentenboek altijd tegen, maar in Spike Jonze (Being John Malkovich, Adaptation) zag hij een geschikte regisseur. Hoe maak je een film van een prentenboek dat twintig tekeningen en nauwelijks vierhonderd woorden bevat?

Met scenarist Dave Eggers (Away we go) heeft Jonze een coming of age-drama gemaakt. Max (Max Records) is in de film een negenjarige wildebras die het thuis even niet aankan. Zijn puberzus (Pepita Emmerichs) heeft meer aandacht voor vriendjes dan voor hem en hij moet wennen aan de nieuwe vriend van zijn gescheiden moeder (Catherine Keener). Na een stevige aanvaring met zijn moeder, rent de in een wolvenpak verklede Max naar buiten.

Hij ziet een bootje, stapt erin, belandt op zee en spoelt aan op een eilandje, waar nogal gedeprimeerde monsters wonen. Ze dreigen hem op te eten, maar Max redt zijn leven door te bluffen dat hij een koning is. Na een tijdje komen de monsters erachter dat Max niet meer is dan een lefgozertje. Het levert zulke griezelige scènes op, dat Kijkwijzer het verfilmde kleuterprentenboek als adviesleeftijd negen jaar meegeeft.

Where the wild things are ziet er verbluffend mooi uit. De landschappen in de buurt van Melbourne zijn sprookjesachtig mooi. Nog imponerender zijn de drie meter hoge monsters. Dat ze gespeeld worden door basketbalspelers versterkt het gevoel naar 'levensechte' monsters met menselijke emoties te kijken.

Tegenover de visuele pracht staat het gebrek aan een pakkende verhaallijn. Halverwege zakt de film zelfs wat in door de vele aandacht voor het onderlinge geruzie van de monsters. Het trekt de focus weg van Max en leidt ertoe dat de kijker meer emoties voelt bij de monsters dan bij hem. Het illustreert de worsteling van de makers om van het prentenboek een film te maken.

Where the wild things are is een origineel en pienter, maar geen meeslepend kunststukje. (JOS VAN DER BURG)

Website Where the wild things are

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden