Plus

Wethouder Vliegenthart: 'Armoede hoort bij stadsleven'

Ondanks al het extra geld nam de armoede in Amsterdam slechts licht af. Wethouder Vliegenthart: 'We geven niet alleen geld.'

Arjan VliegenthartBeeld Marc Driessen

In Amsterdam leeft bijna een kwart van de mensen in armoede, maar voor het eerst in jaren neemt dat percentage licht af, van circa 24 tot 23 procent.

Dat is vooral het gevolg van een betere economie, blijkt uit diverse onderzoeken die dinsdag uitkomen, en veel minder van de bijna 25 miljoen euro die de gemeente elk jaar extra uittrekt voor bestrijding van armoede.

Wel maken meer Amsterdammers gebruik van de regelingen en die leveren betere schoolprestaties op voor kinderen. De strijd tegen armoede is onlosmakelijk verbonden met het leven in een grote stad, zegt wethouder Arjan Vliegenthart (SP). Het gaat erom dat mensen het iets beter krijgen.

Is een lichte daling van de armoede niet een heel mager resultaat, gezien de bijna 100 miljoen euro die u in vier jaar extra heeft uitgegeven aan de bestrijding ervan?
"Ik durf het nog sterker te zeggen: ons beleid heeft helemaal niet bijgedragen aan de afname van de armoede. Dat was ook niet ons doel. We willen vooral mensen in armoede een handje helpen. De ontwikkeling van de economie is veel belangrijker om armoede weg te nemen."

Als u mensen in armoede wilt helpen, waarom geeft u hun dan niet 100 euro per jaar, in plaats van een heel netwerk van regelingen op te zetten?
"Dat hadden we kunnen doen, maar wij hebben ervoor gekozen om beleid op te zetten waarbij mensen geld krijgen én voorzieningen. Geld in de vorm van een scholierenvergoeding, of kortingen op de ziektekostenverzekering. Voorzieningen in de vorm van een laptop voor scholieren, waardoor zij volop mee kunnen doen."

Maar dan beperkt u deze mensen toch in hun keuzevrijheid?
"Ja. Maar wij willen stimuleren dat mensen mee kunnen doen, en dan vind ik het niet gek dat wij ons geld inzetten om kinderen te helpen en niet de portemonnee van de ouders te sponsoren. Als wij alleen geld geven, kunnen mensen domme keuzes maken. Als we alleen voorzieningen zouden bieden, nemen we hen niet serieus. Vandaar de combinatie."

Hoe weet u of dit de juiste combinatie is?
"Daarvoor is geen sluitend bewijs. Adviezen spreken elkaar tegen, wetenschappers denken er verschillend over. Het beste dat wij kunnen doen, is luisteren naar de mensen. Zo kwam ik op een school in Zuidoost waar moeders zeiden: geef alstublieft geen geld, maar een vergoeding, anders worden er verkeerde keuzes gemaakt. En dan hadden ze het uiteraard niet over zichzelf, maar over de buren."

U wilt luisteren naar mensen, maar uit de rapporten komt naar voren dat veel mensen te trots zijn om te erkennen dat ze arm zijn.
"Dat herken ik. Vooral kinderen relateren armoede aan Afrika, maar niet aan het feit dat ze geen cadeautje kunnen kopen als ze naar een verjaardag gaan. Daarom hebben we ook geleerd om goed te luisteren en signalen op te pikken die wel wijzen op armoede."

Probleem was dat veel arme Amsterdammers geen beroep deden op de voorzieningen.
"Inmiddels maakt 81 procent van de mensen die er recht op hebben, gebruik van een voorziening. Dat was 63 procent - een spectaculaire stijging. We hebben daar ook zwaar op ingezet, want het was terecht dat ik op mijn lazer kreeg toen ik geld overhield. We hebben onder meer de aanvraag vereenvoudigd en teams de straat op gestuurd om mensen te helpen."

"En de fraude valt reuze mee. Het onrechtmatig gebruik is redelijk stabiel. Als we te veel gaan controleren, zijn we te veel geld kwijt aan de uitvoering. We proberen een middenweg te vinden tussen te veel fraude en te veel controles."

Wat baart u de meeste zorgen?
"De groep die wij niet bereiken. Die is weliswaar gekrompen, maar bestaat nog altijd. Deze mensen zijn het kwetsbaarst. Je moet een bepaald vermogen hebben om voorzieningen aan te vragen, je moet weten hoe dat moet, hoe internet werkt."

"Er zijn ook mensen die de overheid als een bedreiging zien. Ik sprak iemand die op Schiphol werkt, daar al in de vroege ochtend naartoe gaat en een gezin heeft. Op mijn vraag waarom ze geen gebruikmaakt van de regelingen, antwoordde ze: dan bezit de staat mij. Ze voelt dat de overheid haar als potentiële bedreiging ziet en van dat beeld moeten wij af."

Straks zijn er verkiezingen. Een volgend college kan het weer helemaal anders doen.
"Zoals dit beleid is opgebouwd, kan het ook weer worden afgebroken. Toch maak ik mij daar weinig zorgen over. In het college en in de raad was altijd groot draagvlak voor armoedebeleid en ook in de verkiezingsprogramma's zie ik dat terug."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden