Plus

'Wetenschappers moeten niet zwichten voor het grote geld'

René Bernards van het Antoni van Leeuwenhoek denkt dat kankermedicatie binnen vijf tot tien jaar veel goedkoper kan worden. 'De cultuur van de farmaceutische industrie moet fundamenteel veranderen.'

Kankeronderzoeker René Bernards: 'Kankerwetenschappers hebben een maatschappelijke rol: betere en goedkopere kankermedicatie ontdekken' Beeld Marc Driessen

In de kroeg worden vele ideeën geboren. Het wetenschappelijke artikel dat donderdag in het wetenschappelijke vakblad Cell verscheen, is er één van.

Met collega's Jan Schellens, Paul Workman en Giulio Draetta pleit kankeronderzoeker prof. dr. René Bernards voor een mondiale vuist tegen de farmaceutische industrie, die kankermedicatie onnodig duur maakt en een enorme druk legt op zorgsystemen overal ter wereld.

De wetenschappers streven ernaar om middelen van honderdduizend euro per patiënt terug te brengen naar 'een paar duizend euro'.

Bernards was in een Engelse kroeg beland met Workman, coauteur van het pleidooi tegen Big Pharma. Het cafébezoek van september vorig jaar volgde op een boeiend werkbezoek.

Bernards had veel te bespreken met zijn collega-onderzoeker aan het Institute of Cancer Research (ICR) in Londen. Het gesprek werd tot ver na middernacht voortgezet.

Industrie verdient grote geld
Bernards vernam van zijn Engelse collega dat het door publieke gelden gefinancierde ICR een goed werkend middel tegen prostaatkanker had ontwikkeld: Abiraterone. Het publiek gefinancierde medicament zou betaalbaar moeten worden. Toch kost Abiraterone, handelsnaam Zytiga, in Nederland ruim veertigduizend euro per jaar.

"In de laatste fase van het ICR-onderzoek was Johnson & Johnson er tussengekomen," zegt Bernards.

"Het had Abiraterone niet ontwikkeld, maar was nodig voor de financiering van de laatste onderzoeksfase. Het bedong in ruil daarvoor het patent. Het ICR van Workman moest genoegen nemen met één procent van de jaarlijkse verkoop. Zo werkt de industrie: alle onderzoek en ontwikkeling was gedaan met gemeenschapsgeld, zij verdient het grote geld."

In die Engelse kroeg besloten Workman en Bernards dat het zo niet langer kon, en ze namen nog een glas. Hun project vergt een lange adem. Het zal vijf tot tien jaar duren voordat hun inspanningen leiden tot lagere prijzen van kankermedicatie, denkt Bernards.

Creatiever
Kern van hun initiatief is minder afhankelijk te worden van Big Pharma. Door niet meer in zee te gaan met de haaien van de industrie, maar met de dolfijnen: farmaceutische bedrijven die hun verdienmodel baseren op patentvrije medicijnen en dus genoegen nemen met lagere winstmarges.

"Vergelijk het met het verdienmodel van een juwelier en van Albert Heijn," zegt Bernards.

"Een juwelier wil veel verdienen per horloge, Albert Heijn pakt een paar cent per pak melk."

Maar er is meer. Wetenschappers moeten creatiever worden in onderzoek naar de toepassing van middelen die inmiddels patentvrij en dus goedkoper zijn.

Een patentvrij geneesmiddel dat werkt bij borstkanker is mogelijk ook bruikbaar bij, zeg, darmkanker. Patentvrije middelen zijn vaak negentig procent goedkoper. Op honderdduizend scheelt dat twee slokken op een borrel.

Verder krijgt het plan van Bernards een duw in de rug door de ontwikkeling van 'personalized medicine'. Tegenwoordig is beter te voorspellen welke middelen aanslaan bij welke mensen. "Vroeger schoot je met hagel op kankercellen, nu vaker met scherp," aldus Bernards.

Minder proefpersonen
In de wetenschap leidt dat tot gerichter en kleinschaliger onderzoek. Bernards: "Niet negen van de tien onderzoeken mislukken, zoals de industrie beweert, maar vijf van de tien. Ook kun je door personalized medicine met kleinere onderzoekspopulaties toe. Geen drieduizend proefpersonen, maar vijftig. Eén proefpersoon kost 75.000 euro. Dat scheelt 220 miljoen."

En last but not least doet Bernards een moreel appèl op onderzoekers die worden betaald uit belastinggeld en giften. Die wetenschappers moeten niet zwichten voor het grote geld. "Kankerwetenschappers hebben een maatschappelijke rol. Dat betekent: betere en goedkopere kankermedicatie ontdekken. Wie het grote geld wil, is in de private sector beter op z'n plek."

René Bernards: 'Niet negen van de tien onderzoeken mislukken, zoals de industrie beweert, maar vijf van de tien' Beeld Marc Driessen

Gered door gratis medicijn

Astrid Nollen (43) was ten dode opgeschreven, maar overleefde uitgezaaide huidkanker door tijdelijk gratis gebruik van het middel Ipilimumab. Patiënten die kort na haar ziek werden, kregen de tachtigduizend euro die het medicament inmiddels kostte echter niet vergoed. "Dat heeft ongetwijfeld een paar levens geëist," zegt Nollen.

Nollen (Den Haag, 1973) wás patiënt en komt nu op voor haar lotgenoten. De moeder van drie kinderen is belangenbehartiger bij KWF Kankerbestrijding. Ze spreekt mee over dure medicatie.

Nollen was in 2011 uitbehandeld, met uitgezaaide melanoomkanker en vier tumoren in het hoofd. Het Antoni van Leeuwenhoek Ziekenhuis kon niets meer voor haar doen.

In zekere zin was dat haar redding. Als uitbehandelde patiënt mocht ze meedoen aan een tijdelijke studie met Ipilimumab. Via internet en haar arts kwam ze erachter dat Bristol-Myers Squibb het middel via 'compassionate use' gratis verstrekte voor testdoeleinden. Na vier poliklinische toedieningen werd ze in juni 2011 kankervrij verklaard.

Patiënten die net als Nollen aan huidkanker leden, maar in het najaar van 2011 ziek werden, kregen geen gratis Ipilimumab meer. De studie was afgelopen. Het middel kon ook niet worden voorgeschreven.

Het duurde elf maanden voor het middel officieel als medicijn was geregistreerd en door zorgverzekeraars à tachtigduizend euro per patiënt kon worden vergoed.

"In die elf maanden zijn patiënten onnodig gestorven, terwijl het hoopvolle nieuwe middel er was, maar niet kon worden verstrekt," aldus Nollen.

Hoeveel patiënten stierven, weten zij en het ziekenhuis niet. Pas in 2012 kwam het middel in het zorgpakket. Nollen: "De patiënt is de sluitpost in het systeem, maar zou het uitgangspunt moeten zijn."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool.nl.