Plus

Westfries Museum werpt nieuw licht op koloniaal verleden

Het Westfries Museum in Hoorn presenteert dit weekeinde de oude VOC-zaal in een nieuwe opstelling. Moderne kunst vertelt het andere verhaal van het koloniale verleden.

Werk uit het museumBeeld Geert Snoeijer/Westfries Museum

Het Westfries Museum in Hoorn heeft een prachtige verzameling eeuwenoude schilderijen en voorwerpen binnen de muren, maar de grote gangmaker staat buiten op de Kaasmarkt op een sokkel.

De twee gezichten van Jan Pieterszoon Coen - held en schurk - vormen tegenwoordig het uitgangspunt voor de presentatie van de collectie, die zwaar leunt op de geschiedenis van de Vereenigde Oostindische Compagnie.

"We willen hét museum van de Gouden Eeuw zijn," vertelt directeur Ad Geerdink. "Maar naar die Gouden Eeuw wordt nu anders gekeken dan honderd jaar geleden. Er komen nieuwe verhalen bij, ook onder druk van bevolkingsgroepen die anders kijken naar het koloniale verleden. Het is onze ambitie om die verhalen naast elkaar te laten bestaan."

Beeld
Dat dat kan, bleek zes jaar geleden toen het museum spontaan inhaakte op een burgerinitiatief dat bij de gemeenteraad van Hoorn was ingediend. De initiatiefnemers vroegen het beeld van Coen van de markt te verwijderen vanwege de duizenden slachtoffers die hij in opdracht van de VOC had gemaakt tijdens de kolonisatie van Indië.

De gemoederen tussen voor- en tegenstanders liepen hoog op. Het museum gooide de programmering om en organiseerde in korte tijd een compacte expositie in de vorm van een rechtszaak waarbij de bezoeker de rol kreeg van jurylid.

Geerdink: "Dat bleek een prachtige vorm. Wij leverden als museum de argumenten aan. Het was aan de bezoeker om die tegen elkaar af te wegen. Zo hoort het ook, vind ik. De tijd dat mensen naar het museum gaan om te ontdekken hoe het zit, is voorbij."

Het vonnis pakte uit in het voordeel van Coen. Dat wil zeggen: van zijn standbeeld, want veel bezoekers lieten weten het beeld juist ook te willen behouden als een tastbare herinnering aan de duistere kanten van het VOC-verleden.

Geerdink was blij met de uitslag. "Het standbeeld van Coen is een landmark voor Hoorn. De discussie over zijn nalatenschap is belangrijk, en wordt hier doorgaans met de nodige humor gevoerd. Zoals de aanhangers die pleiten voor een herbegrafenis van Coen met staatseer." Dat Coen wel op een voetstuk staat, maar ook weer niet heilig is, bewijzen ook de oranje shirts die het beeld worden aangetrokken als het Nederlands elftal zich heeft weten te plaatsen voor een eindtoernooi. Geerdink: "Coen is een beetje ons Manneken Pis."

CoenBeeld Geert Snoeijer/Westfries Museum


Dreigende schedels

De vernieuwende aanpak van het Westfries Museum om een gevoelig onderwerp aan de orde te stellen oogstte veel lof, ook internationaal. In 2014 kreeg het kleine museum de prestigieuze Europa Nostra Award toegekend, en een jaar later kwam daar de Best in Heritage Award bij.

Een steun in de rug om verder te gaan op de ingeslagen weg. Deze week presenteert het museum de oude VOC-zaal in een nieuwe opzet, waarbij klassiekers zoals de portretten van Coen en zijn echtgenote Eva Ment, een kaart uit 1627 van Batavia en het staatsieportret van de bewindhebbers van de Hoornse kamer van de VOC gezelschap krijgen van hedendaagse kunst.

Geerdink: "Dat is voor musea een lastig punt: van de keerzijde van de koloniale geschiedenis zijn weinig objecten bewaard gebleven."

Het verbinden van verleden en heden gebeurt onder meer met het kunstwerk Nootmuskaat en foelie. Tineke Fischer maakte 140 keramieken nootmuskaatbollen die op een prominente plek in de VOC-zaal zijn uitgestald. Op een zandstrand, tegen de achtergrond van een metershoge projectie van een zee met wilde branding. De aangespoelde nootmuskaatbollen zijn een verwijzing naar de slachtpartij die onder leiding van Coen werd gehouden onder de oorspronkelijke bevolking van Banda om het monopolie op de handel in nootmuskaat veilig te stellen.

Glimmende bollen
Geerdink: "De glimmende bollen hebben wel iets weg van schedels. Dat geeft het dromerige beeld van het tropische strand een dreigende sfeer. Op een subtiele manier stemt het werk tot nadenken." Balen met specerijen uit de Oost zetten ook de neus aan het werk.

Ook nieuw in de VOC-zaal: de regentenkleding van de vroegere burgemeester van Amsterdam en medeoprichter van de compagnie Dirck Bas Jacobsz, gemaakt door kostuumontwerper Rien Bekkers, eerder werkzaam voor De Nederlandse Opera. Bekkers vervaardigde de chique kleding van Jacobs van papier uit boomschors en bananenblad, afkomstig uit Bali.

Geerdink: "De boodschap is natuurlijk dat voor de kleding die we zien op al die prachtige familieportretten uit de zeventiende eeuw een prijs is betaald. De weelde werd betaald met de winsten uit de exploitatie van de rijkdommen in de Oost."

Dat de VOC er een meedogenloze bedrijfsvoering op nahield, is een historische realiteit, zegt de directeur. "Nederland had niet het monopolie op geweld en onderdrukking, maar vormde evenmin een gunstige uitzondering."

Nootmuskaat en foelie bestaat uit 140 keramieken nootmuskaat­bollenBeeld Benno Ellerbroek/Westfries Museum

Weeskinderen
En er staat nog meer op stapel. Fotograaf Geert Snoeijer exposeerde eerder in het Westfries Museum met De weeskinderen van de VOC, een serie portretten van inwoners van Zuid-Afrika, Australië en Indonesië met Hollandse voorvaderen.

Momenteel werkt hij in opdracht van het museum aan een documentaireserie over Cornelis Chastelein, een administrateur van de VOC uit Hoorn die zijn landgoederen en bezittingen in de buurt van Batavia begin achttiende eeuw schonk aan zijn vrijgemaakte slaven, op voorwaarde dat zij het land bleven beheren. Deze gemeenschap in Depok bleef tot 1949 bestaan. De onafhankelijkheid van Indonesië maakte dat veel christelijke Depokkers naar Nederland vluchtten.

Geerdink: "Een bijzondere geschiedenis die rechtstreeks voortvloeit uit de aanwezigheid van de VOC in Indië. Maar heel weinig mensen hebben er weet van."

Hoorn in de Gouden Eeuw
Die serie moet volgend jaar te zien zijn, wanneer het museum uitpakt vanwege het vierhonderdjarig bestaan van Batavia. Zoals de bezoekers nu al met behulp van virtual reality een verbluffende wandeling kunnen maken door het Hoorn van de Gouden Eeuw, moet dat volgend jaar ook kunnen in het Batavia in dezelfde periode.

De beelden zullen onderstrepen dat de door Coen gestichte handelspost feitelijk een multiculturele samenleving was, trouwens ook met een groot aantal Aziatische slaven.

"Coen wilde Batavia eigenlijk Nieuw-Hoorn noemen, maar kreeg daar van het VOC-bestuur geen toestemming voor," vertelt Geerdink. "De Zeeuwen vonden dat Holland al meer dan genoeg aandacht kreeg. Maar via Coen is de band tussen Hoorn en Batavia altijd blijven bestaan, tot op de dag van vandaag."

Ad Geerdink, de directeur van het Westfries Museum wil dat zijn museum hét museum van de Gouden Eeuw isBeeld ANP
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden