Wereld natuurfondsvis in de pan

De diepgevroren tonijn ligt klaar voor de handel. Foto ANP

'Nee geen tonijn mam, die is bijna uitgestorven.' Dochter leest moeder de les voor het winkelschap met blikken vis. Tonijn mag niet; het stond in de krant. Dochter moest eens weten. Een eindje verderop in de winkel ligt in het vriesmeubel een doosje met twee forse moten tonijn en een verrassende boodschap. Pas als je het doosje open maakt vind je de brief van het Wereld Natuur Fonds. Deze tonijn mag wel degelijk.

Omdat niet in elke burger een bioloog woont met verstand van vis, is het soms lastig winkelen. Tonijn staat op punt van uitsterven, maar op het schap staan stapels blikken tonijn alsof er niks aan de hand is. Weet je niet beter, dan denk je dat er maar één tonijn is die op punt staat te verdwijnen. De blauwvintonijn.

Maar er zijn er meer, in de blikjes zitten geen blauwe.

Tonijnen zijn grote makrelen. Dat heeft Linnaeus zo bepaald; de Zweedse geleerde die planten en dieren in families indeelde. Hij zag eerst een makreel en pas later tonijnen die kenmerken hebben van makrelen. Daarom rekende hij tonijnen tot de makreelfamilie. Veel familieleden gaat het goed, ook kleine tonijnen die bonito heten, maar in een blikje toch tonijn worden genoemd.

Het Wereld Natuur Fonds haalde een paar jaar geleden een stunt uit door met een eigen ontwerp vishaak op de markt te komen. Veel tonijn wordt met hengels gevangen of met haken aan lijnen. De nieuwe haak was bestemd voor vissers langs de Latijns-Amerikaanse kust. Ze vissen op tonijn maar halen ook zeeschildpadden op. Zo'n beest heeft de haak ingeslikt en gaat dood. Door een andere haak te gebruiken is de bijvangst van zeeschildpadden aanzienlijk verkleind. En als er toch nog een wordt opgevist kan de haak makkelijk losgemaakt worden en het beest levend terug in zee gezet. Zowel vissers als zeeschildpadden zijn er beter van geworden.

Het Wereld Natuur Fonds bemoeit zich ook met tonijnvisserij in Indonesisch water noord van Australië.

Geniale vissers hebben er in een ver verleden een slimme manier van vissen ontwikkeld. Paardenkrachtvissers van Nederland, lees mee, misschien kan het ook met makrelen op de Noordzee. Vissen zonder diesel. De Indonesische vissers bouwen vlotten met ondermeer bananenschillen. De schillen rotten en er komen insecten op af die er eieren op leggen. Uit de eitjes kruipen larfjes of maden. Ze vallen in het water en daar komen kleine visjes op af. Waar kleine visjes zijn komen grotere om de kleine te eten. De vissers hoeven alleen maar te wachten tot de tonijnen verschijnen. Onder het vlot hangt een lijn met haken en aas. Als het goed gaat halen de vissers tonijnen op, maar er kunnen andere vissen bijten en te kleine, jonge tonijn. Ongewenste bijvangst. Medewerkers van het Wereld Natuurfonds hebben de oude vistechniek helpen verbeteren. De haken zitten aan de lijn op 100 tot 200 meter diepte. Daar zwemmen de begeerde volwassen geelvintonijnen.

De vrijwel bijvangstloze visserij verschaft veel mensen werk en brengt meer op dan voorheen. Medewerkers van het Wereld Natuur Fonds leerden de vissers dat ze de vangst beter niet aan de blikconservenindustrie kunnen verkopen maar voor twee tot drie keer zoveel aan diepvrieshuizen die de vis naar rijke landen exporteren. Wij zijn rijk. Anova in 's Hertogenbosch importeert de bevroren tonijn en bezorgt de vis aan horeca en supermarkten. Met de complimenten van beertje Panda. Vraag verkoopadressen aan hcolpaert@anovaseafood.nl. Of eis gewoon van uw supermarkt dat deze tonijn wordt ingekocht. Overmorgen in huis, chef! (WOUTER KLOOTWIJK)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden