Plus Analyse

Welke aanpak bij bijstandsgerechtigden werkt?

Rotterdam is strenger, maar om te zeggen dat ze daar meer bijstandsgerechtigden aan werk helpen, nee. 'Vriendelijk zijn werkt,' meent wethouder Arjan Vliegenthart.

Rotterdammers (hoog- en laagopgeleid) vouwen linnengoed als tegenprestatie voor hun bijstandsuitkering Beeld Arie Kievit/HH

1. Hoe doet Amsterdam het vergeleken met ­Rotterdam?
Op papier verschilt het bijstandsbeleid van beide steden als dag en nacht. Onder leiding van Leefbaar Rotterdamwethouder Maarten Struijvenberg trok Rotterdam de afgelopen jaren veel bekijks met een strenge benadering van bijstandsgerechtigden, die op hoge toon om een tegenprestatie werden gevraagd, precies zoals politiek Den Haag het wil.

En dat kan ook papier prikken zijn, zo werd pijnlijk duidelijk in de documentaire De Tegenprestatie.

Amsterdam vertikt het om de zogeheten verplichte tegenprestatie in te voeren. Toch ontlopen de Amsterdamse en de Rotterdamse resultaten elkaar niet veel. In beide steden was er afgelopen jaar een lichte daling van het aantal bijstandsgerechtigden - in Rotterdam wat sneller dan in Amsterdam.

Rotterdam lukt dat door minder mensen toe te laten tot de bijstand, in Amsterdam worden meer mensen aan werk geholpen - 17.883 tegen 14.264 in Rotterdam. Daar was de daling meer te danken aan een lagere ­instroom door strengere regels voor bijstand.

Minimale verschillen, aldus SP-wethouder Vliegenthart. "Ik geloof dat je hetzelfde kunt bereiken op een andere manier. Als je kunt kiezen tussen bozig of vriendelijk, kies ik voor vriendelijk. De verplichte tegenprestatie kan mensen in beweging brengen, maar ook mensen knakken, zoals de documentaire laat zien."

2. 17.883 bijstandsgerechtigden die werk hebben gevonden, is dat nou veel?
Zeker. Maar je kunt het ook afzetten tegen het totale aantal Amsterdamse huishoudens in de bijstand: dat schommelt al jaren rond de veertigduizend. Landelijk stijgt het aantal zelfs.

Hoe hard vorige kabinetten ook hamerden op scherpere regels en de 'participatiesamenleving', de praktijk op de werkvloer van de sociale dienst is anders. De helft van de mensen in de bijstand hoeft niet te solliciteren. Ze zijn opgegeven en krijgen geen hulp om werk te vinden.

Dat blijkt uit onderzoek van UvA-hoogleraar actief burgerschap Monique Kremer voor een symposium over de toekomst van de bijstand, vandaag in Amsterdam. Samen met het Tijdschrift voor Sociale Vraagstukken maakte ze een rondgang langs vijf steden. En dan blijkt dat de verschillen tussen Amsterdam, Rotterdam en andere steden niet zo groot zijn.

Gedwongen door bezuinigingen richten ze hun inspanningen op de mensen die misschien nog werk kunnen vinden.

Een groeiende groep kanslozen wordt 'geparkeerd' in de bijstand, die dus geen tijdelijk vangnet meer is. In de meeste gemeenten gaat het om de helft, in Amsterdam hoeft zelfs twee derde niet te solliciteren.

3. Zo'n grote groep die 'geparkeerd' wordt in de bijstand. Zonde, toch?
VVD-Kamerlid Chantal Nijkerken noemt het 'bizar'. "Zo'n enorm bestand dat langs de kant staat terwijl werkgevers staan te springen om mensen. Daarmee doe je die mensen toch tekort? Werk moet het hoogste doel zijn. Niet: vrijwilligerswerk is ook wel goed."

"Geparkeerd staat tussen aanhalingstekens," zegt Kremer. "Ze worden niet aan hun lot overgelaten." Dat is een tweede ontwikkeling die de onderzoekers beschrijven. Voor die groep is meer aandacht gekomen, maar juist niet de strenge aanpak die mocht worden verwacht op basis van de Haagse retoriek.

"De gemeenten hebben ontdekt dat ze niet ver komen met financiële sancties en een sollicitatieplicht." Een soepelere, meer op het welzijn gerichte aanpak werkt beter. Voor de groepen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt vinden ze het bij de sociale diensten al heel wat als ze werken aan hun schulden of gezondheid, of aan vrijwilligerswerk of mantelzorg doen.

"Motiveren, met zachte hand en vooral in Rotterdam subtiele drang. We zien in de praktijk dat Rotterdam en Amsterdam dichter bij elkaar komen dan je zou verwachten."

"We schrijven mensen niet af," zegt Vliegent­hart. "We begeleiden ze naar iets dat ze wél kunnen in plaats van dat we ze zich elke dag suf laten solliciteren zonder dat ze een baan vinden."

4. Helpt dat, zo'n zachte hand?
Als je het Kremer vraagt: ja. Maar het is geen opstapje naar werk. "Het is ook wel een slap handje," vinden de onderzoekers. Nu hebben Amsterdam en Rotterdam voor deze groep één ambtenaar op 350 bijstandsgerechtigden. Door Haagse bezuinigingen is er te weinig geld, zegt Vliegenthart. Hij gebruikt al een groter deel van zijn budget voor deze groep.

Kremer ziet mogelijkheden om activering te combineren met onderwijs en geestelijke gezondheidszorg. Immers, de helft van het bijstandsbestand noemt zich ziek. Het komt zorg en scholing ten goede als de sociale dienst een voet tussen de deur heeft. "De bijstand is wel de perfecte plek om deze mensen te vinden en een zetje te geven."

"Iedereen doet alsof het een boemanmaatregel is," zegt Nijkerken over de verplichte tegenprestatie. "Maar het helpt echt, dus je wilt het in de gereedschapskist hebben als iemand echt niet wil. In Rotterdam sprak ik een vrouw die zó blij was dat ze het had gedaan. En het hoeft echt niet voor iedereen papier prikken te zijn."

5. Is het basisinkomen de oplossing?
Het gonst door de zaal bij elk debat over robotisering en werkloosheid: het basisinkomen!

Een deel van de bijstandsgerechtigden kan het helpen als ze vrijgesteld worden van alle verplichtingen en met rust worden gelaten, stellen de onderzoekers. Maar een onvoorwaardelijk basisinkomen voor iedereen vinden ze 'onrealistisch'.

Ook Vliegenthart gelooft niet in het basisinkomen. Enthousiaster wordt hij van de aanbeveling om te zorgen voor eenvoudige werkgelegenheid, als opstapje naar de arbeidsmarkt.

Niet voor niets is Vliegenthart begonnen met de werkbrigades, opknapwerk in de wijken. "Werk is meer dan geld verdienen. Werk geeft ook waardigheid, sociale contacten en er blijkt uit dat je nodig bent in samenleving, dat er een beroep op je wordt gedaan."

Debat Tweede Kamer

De Tweede Kamer debatteert donderdag over de Amsterdamse proef die bijstandsgerechtigden toestaat tweehonderd euro per maand bij te verdienen. CDA en VVD zijn fel tegen.

VVD-Kamerlid Chantal Nijkerken noemt het een klap in het gezicht voor iedereen die werkt. Ook vrezen ze voor het draagvlak van de bijstand als sociaal vangnet.

Volgens wethouder Arjan Vliegenthart is het niet waar dat bijstandsgerechtigden door hun bijverdiensten boven het minimumloon uit komen.

Verder wijst hij het CDA en de VVD op de 18.000 Amsterdammers die vanuit de bijstand aan werk zijn geholpen. "We hebben het in Amsterdam net zo goed - of beter - ­gedaan dan steden die het Haagse beleid hebben uitgevoerd. Waarom streng en lelijk doen als het ook anders kan? Ik nodig ze uit om mij te ­vertellen wat ik niet goed doe."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden