Plus PS

Weg uit orthodox-joods milieu: 'Wonderbaarlijk dat ik er nog ben'

In haar boek Exodus Uit De Vuurtoren beschrijft Dina-Perla de Winter (32) hoe ze ontsnapte uit het orthodox-joodse milieu waarin ze opgroeide. 'Het is mijn coming-out.'

Dina-Perla de Winter Beeld Hanna Snijder

De woning van De Winter is 'minimalistisch' ingericht. In de eetkamer staat een tafel met zes stoelen en in de woonkamer staan een bank, laag tafeltje en twee fauteuils. De muren zijn spierwit en het huis is kraakhelder. Dat komt door haar jeugd, zegt ze.

Een jeugd met een moeder die haar huis volstouwde met vazen, tassen, gebedsboeken, kasten, vogeltjes, boeken enzovoort. Waar sloten op alle deuren zaten en het ijskoud en donker was.

Een huis waar het vies rook en de schimmel op de muren stond. Er hing een bord met het woord shalom, vrede. "De ironie hiervan zou ik later ontdekken," schrijft ze.

Gewelddadige situatie
Haar woning, waar De Winter met haar man woont, kijkt uit op de straat waar haar moeder nog steeds woont. Maar De Winter heeft het contact met haar en haar halfbroers verbroken.

In haar boek gaat ze uitgebreid in op de gewelddadige situatie waarin ze opgroeide. Hoe meer ze wilde uitbreken uit het orthodox-joodse milieu, hoe ­erger het geweld werd.

Voor in het boek schrijft ze dat ze de personen andere ­namen heeft gegeven, 'vooral om de veiligheid te waarborgen van degenen die mij gesteund hebben'. Sommige mensen verzochten De Winter hun echte namen niet te vermelden, maar ze vindt het zelf ook moeilijk om man en paard te noemen.

"De Joden worden al zo lang ondermijnd. Er is zo veel antisemitisme in de wereld en de Joden hebben nog veel oorlogsleed te verwerken. Je levert geen kritiek en valt je eigen mensen niet af."

Mishandeld
De Amsterdamse schrijver is een kind van een Oekraïense vader en een Algerijnse moeder, beiden Joods.

Haar ­vader verliet het gezin kort na haar geboorte. Haar moeder was volgens De Winter 'gestoord'. In haar boek beschrijft ze hoe ze vanaf jonge leeftijd tot haar uitbraak zowel geestelijk als lichamelijk werd mishandeld door zowel haar moeder als een van haar halfbroers. "Ik heb er vijf levens op zitten. Ik heb zo veel meegemaakt. Wat ik schrijf is slechts anderhalf procent van wat er allemaal is gebeurd."

Toch staat ze als kind lachend met haar moeder op familiekiekjes. "Ik probeerde alles voor haar te doen, was bijzonder loyaal. Mijn moeder gaf me de ene keer veel liefde en de andere keer sloeg ze me verschrikkelijk met haar krukken. Het is wonderbaarlijk dat ik er nog ben."

Toen De Winter drie jaar oud was, ging ze naar het Cheider, een orthodox-joodse school voor basis- en voortgezet onderwijs in Buitenveldert. "Ik was anders dan de andere kinderen, had gescheiden ouders, een zieke moeder, en was een buitenbeentje. Ik moest soms de kleding van mijn moeder dragen, was een gesloten kind en werd erg gepest."

Ondraaglijk
"Ze verspreidden roddels over me en deden me na. Ik kon natuurlijk niet praten over mijn leven thuis. Daar was het ondraaglijk, maar ook op school liep ik op mijn tenen. Ik moest de schijn ophouden, sterk zijn, en was aan het eind van de dag doodop."

Op haar zevende, achtste jaar voelde ze dat het niet klopte. Ze kwam in contact met een buurmeisje en zag hoe het daar thuis ging.

"Ik wilde gewoon zijn, geaccepteerd worden en vriendinnetjes hebben. Ik was bij mijn buurmeisje of ging naar de boekhandel in de Beethovenstraat. Daar zat ik te lezen, soms dagen achter elkaar. Ze lieten me begaan. Ik ben ze daar nog steeds dankbaar voor."

Over de lichamelijke mishandeling worden tal van voorbeelden genoemd in het boek, maar over de geestelijke mishandeling schrijft ze weinig. "Er werd me constant verteld dat ik niets waard was, dat ik in de goot zou belanden en later ook dat ik een hoer was. Dat geestelijke en verbale geweld heb ik weggestopt; daar kan ik nog niet aan."

Corrigerende tik
De eisen thuis en op school waren streng. Ze droeg ­bedekkende kleding: lange rokken, lange mouwen, truien met hoge hals, haar in een staart en dikke kousen. "Bloot is zonde," zei de juf. Ook op het Cheider werden kinderen ­geslagen, schrijft ze. "Een corrigerende tik is in hun ogen toegestaan bij een joodse opvoeding."

Steun vanuit de gemeenschap kreeg ze niet. "De toenmalige schoolleiding en de schoolrabbijn hebben behoorlijke steken laten vallen. Bij zwem- of gymles waren de verwondingen zichtbaar. Ze moeten dat gezien hebben, maar niemand zei iets. Ook andere ouders niet, terwijl je in de joodse traditie toch ook zorg draagt voor andere kinderen.

Beeld Hanna Snijder

De schoolleiding controleerde streng en kwam op huisbezoek. De toenmalige directeur keek ook bij ons thuis hoe de regels waren. Hij zei alleen dat ik niet met niet-joodse kinderen mocht omgaan en dat de tv uit huis moest. Ik had natuurlijk uit huis geplaatst moeten worden."

Vlak voor haar bat mitswa op haar twaalfde besloot De Winter uit te breken. Ze sliep tot dan toe bij haar moeder in bed en eiste een eigen slaapkamer op. Ze hing posters op van de Spice Girls, Backstreet Boys en Leonardo DiCaprio en luisterde tot diep in de nacht in haar kamer, haar 'vuurtoren', naar Radio 538. Ze besloot zelfstandiger te worden, wilde studeren en niet uitgehuwelijkt worden. "Ze hadden niets meer over me te vertellen."

Andere wereld
Toen zes zestien was stapte ze over naar 5 vwo van het Montessori Lyceum Amsterdam (MLA). Daar zag ze een heel ­andere wereld met 'sterke en mooie meiden, alto's en stuudjes'. "Puur geluk." Ze droeg voor het eerst broeken, danste op schoolfeesten, kreeg een baantje bij Albert Heijn en voelde zich bevrijd. "De jaren op het MLA waren het zwaarst. Mijn moeder en halfbroer voelden dat ik losbrak. Het werd steeds donkerder thuis."

Na haar examen ging ze communicatie- en informatiewetenschappen aan de VU studeren. Vlak voor haar twintigste trouwde ze met haar huidige echtgenoot, oud-leerling van de vrijere joodse scholengemeenschap Maimonides. Ze leeft nog steeds de joodse spijswetten na.

Op haar achttiende deed ze aangifte tegen haar halfbroer, die een boete en een straatverbod kreeg opgelegd.

Tegen haar moeder heeft ze nooit aangifte gedaan. "Dat is toch te dichtbij. Bovendien ben ik bang dat ze haar ontoerekeningsvatbaar verklaren, wat ze overigens niet is."

Bedoeld als vergeving
Verschillende mensen uit de orthodox-joodse gemeenschap hebben gereageerd nadat het boek was uitgekomen.

Een Cheiderjuf bood huilend haar excuses aan dat ze niet had gehandeld; haar geval was in de vergadering in groep 4 al besproken. Ook een moeder belde haar op. "Ze zei dat ze had geprobeerd iets aan de situatie te doen, maar dat ze niks kon uitrichten, omdat mijn moeder en halfbroer altijd een eenheid vormden."

De Winter heeft zelf de toenmalige schooldirecteur gebeld. "Ik verweet hem dat hij niets had gedaan. Hij hoorde het aan. Verder zweeg hij."

Verstoten is ze niet door de orthodox-joodse gemeenschap, zegt ze. "De mensen zien het boek als een loutering en denken dat ik in een proces van terugkeer ben. Maar dit is het einde van het verhaal." Ze benadrukt dat ze het boek niet om therapeutische redenen of uit wraak heeft ­geschreven. "Het is bedoeld als vergeving. Ik hoop dat de gemeenschap het gebruikt om er lessen uit te trekken. Waarom heb ik anders zo geleden?"

Directeur Richard van Kalderen van het Cheider heeft het boek gelezen: "De Winter beleeft dat zo. Wat moet ik daarover zeggen? Ik heb er niets aan toe te voegen."

Dina-Perla de Winter: Exodus Uit De Vuurtoren, uitgeverij Aspekt, €19,95

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool.nl.