Plus

'Wees een lastige ouder, niemand anders komt op voor je kind'

Met enige hulp van De Luizenmoeder is de zeurouder een lastig stereotype geworden, een product van de prestatiemaatschappij. Maar in een schoolsysteem onder druk is de criticus ook hard nodig.

Beeld Merel Corduwener

Je zult maar een lastige ouder zijn. Zoals die vaders en moeders in De Luizenmoeder, die de klas niet uit willen als de les begint, die zeuren dat hun kind niet de juiste aandacht krijgt en niet een sterretje maar een maantje zou moeten zijn.

In deze prestatiemaatschappij komt 'de zeurouder' maar moeilijk van dat negatieve label af: ze komen op hoge poten de les in stampen, zijn ontevreden over elke beoordeling, schuiven met geldenvelopjes voor een hoger advies.

Enquête
Met nieuwsprogramma EénVandaag kwam vakbond CNV Onderwijs deze week nog met een enquête: driekwart van de leraren wordt door ouders onder druk gezet om hun kind een zo hoog mogelijk schooladvies te geven. Ruim één op de drie leraren ervaart ook op andere momenten druk van ouders.

Goed, ze drammen, maar daarmee is niet alles gezegd over deze ouders, vindt Jennifer Pettersson, moeder van twee kinderen op een basisschool in Oost. De radiomaker heeft de VPRO-podcast Opgejaagd, waarin ze aan de hand van haar eigen frustraties over het Nederlandse onderwijs uitzoekt hoe basisscholen en kinderopvang er voor staan.

Het resultaat is een beeld van Nederlandse scholen in mineur. "We moeten mondiger worden. Het kan zijn dat ik alleen de negatieve verhalen hoor, omdat ik iets aankaart waar anderen ook mee zitten, maar ik schrik echt van wat mensen meemaken."

Ze schrok van de overvolle kleuterklas van haar dochter en later van het hoge tempo in groep 3 waardoor haar dochter geen zin meer had in school. "Kinderen moeten zo veel, het tempo ligt te hoog, er is weinig individuele begeleiding, te veel aandacht voor rekenen en taal en niet voor beeldende vakken, muziek en gym," somt ze op.

Vorige week richtte ze samen met andere bezorgde ouders Ouders voor Goed Onderwijs op. En liep ze mee met de staking van basisschoolleraren, als steun.

Luizenpluizen
Pettersson, zelf Zweedse, verbaast zich over de manier waarop Nederlandse ouders relativeren hoe het onderwijs is geregeld. "Ouders, zeker fulltime werkenden, hebben vaak geen idee wat er op school gebeurt."

Dat steeds meer ouders bijles regelen voor hun kinderen, vindt ze niet meer dan logisch. "Iedereen noemt het hysterisch, maar ik hoor juist van veel ouders dat school hen dwingt om bijles te organiseren. Omdat hun kinderen anders achterlopen."

Zeurouders zijn misschien een product van de prestatiemaatschappij, maar evengoed het resultaat van een schoolsysteem dat steeds meer onder druk komt te staan. Ouders zijn nodig voor de zomerschoonmaak, het luizenpluizen, de uitjes en feestjes, het extra lezen én voor het aankaarten van problemen.

Dat mondigheid ook helpt, zag Pettersson in diezelfde overvolle kleuterklas van haar oudste. "Er zat een jongetje in de klas die de les steeds verstoorde. Hij moest eigenlijk naar het speciaal onderwijs."

Zij zag het, want ze hielp vaak mee in de klas - van helpen met lezen tot het klaslokaal soppen - en sprak erover met de juf. "Die zei: goed dat je het zegt en jammer dat andere ouders niets hebben gemeld, dan was het sneller opgelost." Uiteindelijk ging het jongetje inderdaad naar het speciaal onderwijs.

Kinderpsycholoog
Leerkrachten herkennen veel van de frustraties die ouders hebben over school: de regeldruk, de focus op toetsen (ook kleuters worden met enige regelmaat getoetst), passend onderwijs.

Margriet Berger, na decennia voor de klas recent gestopt als leerkracht van groep 7/8, had vroeger nooit zo'n last van ouders. Maar ook zij voelde steeds meer de druk van al die administratie en grote klassen mét veel kinderen die speciale aandacht nodig hebben.

"Als leerkracht heb je je handen vol aan alle niveaus die kinderen in een klas al hebben. Je snakt naar extra handen in de klas, alleen al om de kopietjes te maken, even een ouder te bellen omdat een kind ziek is of net wat meer te kunnen uitleggen. Dus ik snap dat ouders zich meer met school gaan bemoeien om te weten of hun kind genoeg aandacht krijgt."

In dit schoolsysteem 'erop vertrouwen' dat het wel goedkomt met het kind kan eigenlijk niet meer, weet die drammende ouder. Jennifer van den Broeke, moeder van drie, had een zoon die elke dag huilend naar school ging. De leerkracht zag niet echt wat ze kon doen.

Van den Broeke ging toen zelf maar naar de huisarts, die haar doorverwees naar een kinderpsycholoog. Haar zoon bleek goed in taal maar vond de uitleg van de juf lastig te volgen. De psycholoog zei: "Met de juiste begeleiding kan hij straks naar het vwo. Als je niets doet, wordt het vmbo."

Het jongetje kwam met bijles uiteindelijk op het vwo. Voor Van den Broeke illustreert het voorbeeld vooral hoezeer je er als ouder bovenop moet zitten en hoe oneerlijk dat is, want niet iedereen kan bijles betalen.

Ze geeft geen leraar de schuld. "Ik snap dat een leerkracht met 30 kinderen in de klas niet elk kind individuele aandacht kan geven. Maar je moet niet bang zijn een lastige ouder te zijn, want er is niemand anders die opkomt voor je kind." Van den Broeke vindt dat onderwijs maar op één manier wordt aangeboden. "Leer je net anders, dan val je buiten de boot."

Naar bijles sturen
Is het dan zo slecht gesteld met de basisscholen in het land? Nederlands onderwijs doet het in internationale onderzoeken als Education at a glance van rijkelandenclub Oeso goed, zeker gezien de redelijk bescheiden investering in het onderwijs (Zweden bijvoorbeeld, investeert ruim 10.000 euro in een basisschoolkind, Nederland 6900 euro).

Maar we zijn vooral goed in het gemiddelde; voor kinderen die meer willen is er weinig extra's. Daarbij geven leraren bovengemiddeld veel lessen, zijn klassen groot en leerlingen bijzonder ongemotiveerd.

Jaren stond Esther Ravenstein van de Bijlesclub zelf voor de klas, maar nu komen kinderen voor een-op-een lessen bij haar. Ze ziet haar klantenkring groeien. "Als leerkracht in de klas wil je ieder kind bieden wat hij of zij nodig heeft, maar daar kom je vaak niet aan toe."

Van kinderen wordt de ontwikkeling bijgehouden in een leerlingvolgsysteem van de school. Daarin is snel te zien hoe een leerling presteert ten opzicht van het gemiddelde. "Dat gemiddelde is heel belangrijk. 'Je kind loopt achter,' wordt al gauw gezegd. Of zit erboven. Dan is de vraag: accepteer je dat of moet je daar gelijk wat mee? Daar is niet iedereen het over eens."

Dat scholen soms ouders vragen hun kind naar bijles te sturen, vindt ze 'bizar'. "Dat kun je als school niet van ouders vragen, als ouder moet je ervan uit kunnen gaan dat je kind gedegen onderwijs krijgt."

Pettersson, Van den Broeke en de andere 'Ouders voor Goed Onderwijs' richten hun pijlen op de Haagse politiek. Ze hebben een 'Hugo Borstachtige' campagne in gedachte, doelend op de columnist en radiopresentator die de ouderenzorg op de agenda zette. Met onderwijs- en ouderorganisaties in het land willen ze optrekken, aansluitend bij de ontevreden leraren, die toch al staken.

Pettersson is kritisch op het Nederlandse schoolsysteem, maar blijft zich inzetten voor voor beter onderwijs waarin haar kinderen gelukkig zijn. "Relativeren hebben we genoeg gedaan, we mogen best wel wat ambitieuzer zijn voor onze kinderen."

De expert

Ron Oostdam, bijzonder hoogleraar onderwijsleerprocessen aan de Universiteit van Amsterdam en lector aan de Hogeschool van Amsterdam, herkent wat ouders aankaarten, maar wijt dat niet aan de scholen.

"Scholen doen hun uiterste best, maar passend onderwijs, waarbij kinderen die voorheen misschien eerder naar het speciaal onderwijs waren gegaan toch in gewone klassen blijven, levert problemen op. Als je al veel leerlingen hebt die zorg vragen, kun je voor andere kinderen niet nog meer persoonlijke aandacht eisen."

Hij kent voorbeelden van ­ouders die zaken aankaarten waar scholen niet goed mee omgaan, maar benadrukt ook dat ouders vaak van alles eisen, waar een school simpelweg nooit aan kan voldoen. "Ouders hebben soms te hoge verwachtingen van hun kind, ook omdat ze thuis heel anders kunnen zijn dan op school."

Beter onderwijs, wat kost dat?

Schatting van de kosten van (enkele) eisen van Ouders voor Goed Onderwijs:
- Kleinere klassen en meer aandacht voor ieder kind: 1 miljard;
- Meer vrijheid, beweging en begeleid spel. (Bijv. 90 minuten gymles per week.): 45 miljoen.
- Muziek, theater, beeldende vorming moeten in het standaardpakket. (Bijv. 90 minuten per week.): 45 mijloen.
- Hogere lerarensalarissen en verlaging van de werkdruk. (Ingewilligd: 720 miljoen euro): 1,4 miljard.
- Latere selectie voor het voortgezet onderwijs: 0.

Huidige onderwijsbegroting: 10 miljard voor het primair onderwijs. Met bovenstaande kosten wordt dat 12,49 miljard, dat is een investering van 1660 euro per leerling extra per jaar.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden