Plus

Wéér geen Elfstedentocht: 'Elke winter de teleurstelling'

Het is de langste Elfstedentochtloze periode ooit. Schaatslegende Jan Roelof Kruithof (82) en Jouke Hoogeveen (40), een van de beste natuurijs­schaatsers van dit moment, vinden troost bij elkaar.

Jan Roelof Kruithof, hier op het ijs van de haven in Leeuwarden, was met zijn 48 jaar in 1985 nog steeds de favoriet. Maar hij won niet Beeld ANP

HeerenveenSchaatsveteraan Jan Roelof Kruithof is een fenomeen. Tussen 1974 en 1991 won de rouw­douwer zowat elke wedstrijd die hij reed, ­inclusief negen Alternatieve Elfstedentochten, maar de échte Tocht der Tochten won hij nooit.

Lang, heel lang, moest hij wachten op een echte Elfstedentocht. Toen er in 1985 na 22 jaar eindelijk weer een editie werd uitgeschreven, was Kruithof inmiddels 48 jaar oud, maar gold hij nog steeds als topfavoriet.

"Waar het hart vol van is, stroomt de mond van over." Op de vraag of Kruithof (82) zin heeft om vanuit Drenthe naar Thialf te komen om te vertellen over die Elfstedentocht, antwoordt hij ­resoluut 'ja'. "Ik heb genoeg tijd over, wanneer en hoe laat?"

In het Elfstedentochtloze tijdperk tussen 1963 en 1985 trainde Kruithof zich jaar in jaar uit de vernieling in. Drie keer per dag ging hij tot het uiterste om klaar te zijn voor die ene dag. In de tussentijd won hij alles wat er te winnen viel. Hoe zwaarder de omstandigheden, hoe beter.

De marathonrijder wreef in zijn handen bij 20 graden vorst, snijdende tegenwind en sneeuwbuien waarbij het ijs een onoverzichtelijke witte vlakte werd. Concurrenten zagen hem meestal alleen bij de start en bij de finish, als Kruithof omgekleed en wel zijn medaille al in ontvangst had genomen.

Twee rode tapijten
Als Kruithof schaatser was geweest in een ander tijdperk, hadden er waarschijnlijk meerdere ­Elfstedentochten op zijn palmares gestaan.

Op de dag dat het eindelijk moest gebeuren, 21 februari 1985, zorgden twee rode tapijten ervoor dat zijn carrière met tragiek is omgeven. De oude vos struikelde twee keer tijdens het klunen in Kimswerd en verloor de aansluiting met de rest van de kopgroep. In de resterende uren schoot zijn taaie lijf door de valpartijen regelmatig in de kramp. "De verkeerd gelegde tapijten in Kimswerd kostten mij de kop. Anders had ik waarschijnlijk gewonnen."

Waar Kruithof symbool staat voor de lege jaren tussen 1963 en 1985, staat Jouke Hoogeveen dat voor de huidige periode zonder Elfstedentocht. De 40-jarige Fries, die tegenwoordig in Heiloo woont, werd net als Kruithof pas op late leeftijd A-rijder.

Hij haat bochten op ijsbanen en geselt het peloton het liefst als weerdeskundigen de omstandigheden onverantwoord noemen en de ijspegels uit zijn baard groeien. Zijn bijnaam luidt niet voor niets 'De Lange Adem'. Mocht er een tocht komen, dan kijken alle concurrenten naar hem.

In het sportcafé bij Thialf komt Kruithof precies op de afgesproken tijd binnen, zoals alleen mensen boven de 70 jaar oud dat kunnen. Alsof ze om het hoekje hebben gewacht en op het afgesproken moment hun entree maken. Een man van afspraken, verduidelijkt hij zonder te vragen naar zijn perfecte timing. Hoogeveen volgt iets later.

Te jong
Nadat hij een warme chocomel heeft besteld, pakt Kruithof - voor de gelegenheid het kromme lijf in een schaatspak gehesen - vol trots meteen zijn rolkoffer uit.

Jouke Hoogeveen Beeld Corné Sparidaens

Elfstedenkruisjes, stempelkaarten en een bord gegraveerd met zijn zeges zet hij voor de neus van Hoogeveen neer. "Dus jij hebt nog nooit een echte Elfstedentocht gereden?"

Hoogeveen moet met pijn in het hart beves­tigend antwoorden. In 1997 was hij te jong en stond hij langs het ijs met zijn ouders. Hoogeveen: "In IJlst zag ik de rijders onder de brug door komen. Veel van hen waren gestrest door het donker.

Soms schreeuwend: 'Waar moeten we heen? Waar moeten we heen?' Ik stond de hele dag te kijken, steeds wisselend tussen de televisie en buiten. Het was gewoon geweldig."

Uiteraard stond liefhebber Kruithof die dag ook op het ijs. Hij was gestart tussen de recreanten en kwam als eerste toerrijder binnen op de Bonkevaart. Zestig jaar oud, en nog steeds de snelste.

Het tekent zijn ongekende fanatisme. "Ik moet altijd presteren," zegt Kruithof, die de edities van 1956, 1963, 1985, 1986 en 1997 uitreed. "Ook bij toertochten. Dat is niet altijd leuk voor anderen. Maar als het niet meer zo is, ben ik aan het aftakelen. Die Elfstedentocht is nog altijd heilig. Al die elf overwinningen van de Alternatieve Elfstedentocht ruil ik blind in voor een echte Elfstedentocht."

Terwijl zijn buurman zit te vertellen, kijkt Hoogeveen vol bewondering opzij. "Indrukwekkende prestaties heeft u geleverd. U bent een markante man. Ik zag zelfs dat u op een hometrainer in een koelcel trainde, bij 23 graden onder nul, ter voorbereiding op de kou bij wedstrijden in Finland."

Kruithof: "Dat was lichtelijk overdreven door de media. De Elfstedentocht beheerste wel mijn leven, zeker in de jaren zeventig en tachtig. Nu nog steeds eigenlijk. Bijna 22 jaar moest ik elke winter de teleurstelling verwerken dat er weer een kans verkeken was. Ik lag er nachten wakker van."

Niet hanteerbaar
Fysiek was Kruithof naar eigen zeggen altijd 'in perfecte staat', maar de grootste kracht zat in zijn kop. "Als ik me iets ten doel stelde, dan ­gebeurde het. Op weg naar een Alternatieve Elfstedentocht in Finland las ik een keer in de krant dat het tijd werd voor een andere winnaar. Dat hebben ze geweten. Een week lang was ik niet hanteerbaar. Ik was zo explosief dat ze me bij de start moesten vasthouden. Ik wilde ze ­laten zien hoe goed ik was. Met grote overmacht won ik."

Als er ooit weer een Elfstedentocht komt, hoopt Hoogeveen op dezelfde instelling. "Als ik goed ben, word ik ook helemaal gek in mijn kop. Dan ben ik in staat de ene na de andere groep in te halen. Dat zijn mijn wedstrijden: er blind in vliegen en er een uitputtingsslag van maken. Als ik dan blijf staan, maak ik veel kans op de zege."

Jan-Roelof Kruithof Beeld Corné Sparidaens

Eén keer leek het erop dat Hoogeveen het zou mogen laten zien: in 2012 werd de tocht bijna georganiseerd. Alleen in het zuiden van Friesland was het ijs nog te onbetrouwbaar. Een dag voor de persconferentie van de Elfstedenvereniging zat de spanning in elke zenuw van zijn twee meter lange lichaam. Het zou toch niet? Ineens maakte de marathonschaatser zich zorgen over het klunen op de klapschaats, de lage bruggen waar hij onderdoor moest en het rijden door de pikdonkere nacht.

Slaapplekje veiligstellen
Voor veteraan Kruithof was de verwachte Elfstedentocht van 2012 het startsein om voorzorgsmaatregelen te treffen. Hij reed de auto zijn erf af en stoof naar Friesland.

"Ik zeg altijd maar zo: meedoen aan de Elfstedentocht is erg, maar niet meedoen is nog veel erger. In Leeuwarden zocht ik naar het huis dat het dichtst bij de start stond. Ik belde aan, bij de familie Tigchelaar zo bleek, met de vraag of ik er kon slapen in de nacht voor de Elfstedentocht. Nog steeds ga ik er elk jaar heen om het contact vers te houden en mijn slaapplekje veilig te stellen. Je weet maar nooit."

Het staat buiten kijf dat Kruithof weer aan de start staat als de tocht wordt uitgeschreven. De spieren zijn strammer dan vroeger, maar in zijn hoofd is hij nog even meedogenloos en onvermurwbaar als in zijn beste jaren.

Hoewel zijn evenwicht hem soms in de steek laat, traint hij nog dagelijks. 'Droog' met schaatssprongen of op de racefiets. Niet op de schaats, dat durft hij niet. Te gevaarlijk, als hij hard ten val zou komen. Bovendien worden zijn twee kunstknieën dan te zwaar belast.

"Mijn zoon zegt dat er wel iets heel geks moet gebeuren, wil ik nu de finish van de Elfstedentocht niet halen. Zo sterk ben ik nog. Maar daarvoor wil ik geen risico's nemen. Ik reken erop dat ik het ga redden, al is dat het laatste wat ik doe."

Boek over de Elfstedencultuur

Schrijver Jurryt van de Vooren gebruikt het langste Elfstedentochtloze tijdperk ooit, van 4 januari 1997 tot nu, als aanleiding voor zijn boek 8070 dagen wachten op de Elfstedentocht.

In elf ­thematisch opgezette hoofdstukken beschrijft de Amsterdamse historicus de ­Elfstedencultuur die volgens hem zo nadrukkelijk aanwezig is in de Nederlandse samenleving.

Het onderzoek voor het boek begon hij al in 2002, daarna ontmoette hij talloze hoofdpersonen van de verschillende Elfstedentochten en dook hij in de ­archieven.

8070 dagen wachten op de Elfstedentocht is een bundeling geworden van de mooiste vertellingen rond de Tocht der Tochten. Volgens Van de Vooren is de mooiste het ­verhaal van Amsterdammer Willem Augustin, die in de Tweede Wereldoorlog in de nacht van Amsterdam naar Leeuwarden fietste om diezelfde dag deel te nemen aan de tocht.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden