Pluspaff

Wéér benauwd: de nieuwe Thomas Vinterberg op een duikboot

Met Kursk waagt de Deense regisseur Thomas Vinterberg, specialist in hardvochtige familiedrama's als Festen en Jagten, zich aan een nieuw genre: de duikbootfilm.

KurskBeeld -

'Er zijn maar twee redenen waarom een kapitein van een schip de commando's negeert. Ofwel om over te lopen, ofwel om een oorlog te beginnen," stelt een door Ed Harris gespeelde duikbootkapitein in de geflopte, in Nederland niet eens uitgebrachte duikbootfilm Phantom (2013).

Het is een les die hij had kunnen leren door veel naar duikbootfilms te kijken: de op hol geslagen kapitein is een vaste waarde in het genre. Bij het woord 'duikbootfilm' denkt u wellicht als eerste aan groots spektakel - duizend bommen en granaten, dat werk. Aan getrek aan hendels, mechanische klanken, dichtklappende luchtsluizen. Zo proberen de studio's achter de films ze meestal ook in de markt te zetten, via bombastische trailers vol explosies en urgente alarmgeluiden.

Psychologische drama's
In de meeste films in het genre is de actie echter beperkt - zoals ook ruimte en zuurstof zeer beperkt zijn op een duikboot. Het zijn korte flitsen - een torpedo-inslag hier, een overstroming daar - die de eigenlijke inhoud punctueren. De meeste duikbootfilms zijn psychologische drama's in een benauwende ruimte.

Thrillers staan of vallen bij een tijdslimiet, en niets is zo adembenemend als het langzaam afnemen van een zuurstofvoorraad. Geen wonder dat de onderzeeër al sinds de vroegste filmgeschiedenis in beeld komt. De oudste bewaard gebleven filmonderzeeër vinden we in 1907, in 20.000 lieues sous les mers (20.000 mijlen onder zee) van filmtovenaar Georges Méliès, een verfilming van het gelijknamige sciencefictionverhaal van Jules Verne.

Niet veel later duiken de eerste realistische onderzeeërs op in films die spelen tijdens (en soms ook werden gemaakt gedurende) de Eerste Wereldoorlog, en twee decennia later loopt dat vrijwel naadloos over in duikbootfilms over de Tweede Wereldoorlog.

Simpele avonturen
Het zijn veelal simpele avonturenverhalen, met dezelfde regels als de oorlogsfilm. Enkele noemenswaardige titels: de latere sterregisseur Frank Capra maakt met het romantische epos Submarine (1928) zijn eerste prestigefilm, de komische Three Stooges doken onder in Three Little Sew and Sews (1939), en Steven Spielberg maakte in 1979 zijn eerste grote flop met de flauwe oorlogskomedie 1941.

De ademnood aan boord wordt het hardst aangezet in de duikbootfilms die (vaak waargebeurde) verhalen vertellen van onderzeeërs die niet meer boven water kunnen komen. Soms is dat slechts een scène in een groter geheel, zoals in Das Boot (Wolfgang Petersen, 1981), die door velen wordt aangewezen als het hoogtepunt in dit genre. Petersen deed met zijn epische film een poging het echte leven aan boord in beeld te brengen. Dus: bommen en granaten, maar ook viezigheid en verveling.

Andere makers bouwen hun hele narratief om zo'n diepzeecrisis heen - zie het Charlton Hestonvehikel Gray Lady Down (David Greene, 1978) of K19: The Widowmaker (Kathryn Bigelow, 2002). Aan dat rijtje kunnen we nu Thomas Vinterbergs Kursk toevoegen, die het waargebeurde verhaal van de bemanning van de K-141-onderzeeër Koersk vertelt. Die zonk in 2000 na een ontploffing aan boord.

Masculien genre
Juist de beperkte ruimte aan boord maakt dat veel duikbootfilms verrassend intiem zijn - voor een actiefilm dan toch. In feite zijn veel films in het genre een variant op het aloude Kammerspiel: de psychologie en onderlinge verhoudingen van de personages staan centraal. Dat is een vrijwel geheel mannelijke aangelegenheid - weinig genres zijn zo masculien als de duikbootfilm.En dus draait het vaak om machtsspelletjes.

Naast de verhalen van vastgelopen onderzeeërs is dat de tweede grote stroming binnen het genre: verhalen over muiterij en het onderlinge gekonkel van bemanningen. Waar in de films over gezonken schepen de dreiging van buiten komt - mijnen en torpedo's, de oplopende waterdruk, soms zelfs een mythisch zeemonster - zijn het hier juist de ingrediënten binnen in de onderwater-snelkookpan die de problemen creëren.

Het cliché is hier de op hol geslagen kapitein, uit op vernietiging van het een of ander en/of het starten van de Derde Wereldoorlog, versus de officier die hem probeert te stoppen. Maar in de meeste films ligt het complexer. Zie: Crimson Tide (Tony Scott, 1995), waarin Gene Hackman en Denzel Washington vechten om de zeggenschap op hun schip. En zie: The Hunt for Red October (John McTiernan, 1990), met Sean Connery als Russische kapitein die zichzelf presenteert als ongeleid projectiel maar er in feite op uit is om over te lopen.

Kleine ruimte, kleine cast
Al met al is het geen wonder dat regisseur Thomas Vinterberg zich aangetrokken voelde tot het genre. De Deense filmmaker is op zijn best wanneer hij zich beperkt tot een kleine ruimte en een kleine cast. Dat deed hij bijvoorbeeld voor zijn doorbraakfilm Festen (1998), voor het ijzersterke Jagten (2012) en meest recentelijk voor Kollektivet (2016). Allemaal geplaatst op een beperkte, en vaak benauwende, locatie, en met een kleine groep personages. Eigenlijk maakt Vinterberg altijd al duikbootfilms.

Thomas Vinterberg en op Paff

* Regisseur Thomas Vinterberg is donderdag aanwezig bij de vertoning van Kursk in Studio K. Na afloop beantwoordt hij vragen uit het publiek.
17.45, Studio K

* Acteur Matthias Schoenaerts is vrijdagavond aanwezig bij de vertoning van Kursk om 18.50 uur in het Ketelhuis.

Volg alle nieuws over Paff op www.parool.nl/paff

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden