Plus

Wedstrijdspanning in het dartscafé: 'Drank en darten horen gewoon bij elkaar'

Terwijl de grote jongens in het Britse 'Ally Pally' om het wereldkampioenschap darten, gooien amateurs hun pijltjes in de kroeg. Er wordt fanatiek gespeeld, maar de gezelligheid staat voorop. 'Drank en darten horen gewoon bij elkaar.'

In wedstrijden bereiken kroegdarters hooguit 80 procent van hun thuisniveau Beeld Amaury Miller

Het is een drukte van belang bij de drie dart­banen van café De Biergriet op de Ruysdaelkade in De Pijp. Om acht uur begint het 'koppeltoernooi' en iedereen wil nog snel een paar pijltjes ingooien.

Esther, die haar achternaam niet in de krant wil, speelt met haar man. Een jaar of drie geleden kochten ze een dartbord en ze waren meteen verslaafd. De eerste weken belandde de ene na de andere pijl in hun laminaatvloer, nu spelen ze als duo bij het laatste toernooi van dit jaar bij de Darts Organisatie Regio Amsterdam (Dora). "Voor ons is dit een avondje uit. Het is gezellig, en je leert er beter door darten," zegt Esther, een van de weinige vrouwen.

"In wedstrijden bereik je hoogstens 80 procent van het niveau dat je thuis behaalt," legt André van Eunen uit. Iedere avond traint hij een uur­tje. Therapeutisch werkt dat. Even de telefoon weg, geen gezeur aan je hoofd en oefenen op de dubbels. Soms gaan ze er achter elkaar in.

Van Eunen speelde dertien jaar eredivisie en komt dit jaar uit voor team Villa Tante Bep. Hij weet wat wedstrijdstress kan doen. "Als het echt spannend wordt, ga je trillen. Daarom wordt er zo veel gedronken, dat helpt je ontspannen."

Achter in de kroeg staat de televisie aan. Het WK darts, natuurlijk. Phil 'The Power' Taylor verpulvert zijn tegenstander, later die avond zal Raymond van Barneveld eenvoudig winnen.

Woensdag moet 'Barney' in Alexandra Palace tegen Vincent van der Voort, een goede vriend van Biergrieteigenaar Arjan Moen. Samen spelen ze in kroegteam Technisch Leeg. Moen vliegt vandaag naar Engeland om zijn vriend aan te moedigen. Maar vanavond gooit hij in zijn eigen kroeg, en dient tussendoor grote schalen huzarensalade en bordjes salami op.

Dutch Destroyer
Vroeger waren er veel meer dart­cafés in Amsterdam. "Dat zijn nu allemaal van die yuppententen geworden," zegt Van Eunen. En darten in een sporthal of een buurtcentrum, dat is toch anders. "Deze sport hoort thuis in de kroeg."

Moen, wiens omvang minstens zo imposant is als zijn driedartgemiddelde, is de beste darter vanavond, de enige met een eigen Wikipediapagina. Hij kwam in 2003 als eerste Nederlander uit op het WK van dartbond PDC. The Dutch Destroyer, werd hij genoemd.

Moen kent alle jongens die nu tonnen verdienen met darten. Die toppers doen de hele dag niks anders dan trainen, weet hij. Dat kan alleen met een sponsor.

Maar behalve een sponsor en de discipline om acht uur per dag te gooien hebben de WK-darters allemaal uitzonderlijk talent. Darten mag een kroegsport zijn, het aantal beoefenaars is zo groot dat je niet zomaar boven komt drijven.

Alleen bij Dora zijn een kleine 2000 amateurs aangesloten, andere bonden zijn veel groter. Met name rond Den Haag en in Brabant floreert de sport, niet toevallig de streken waar Van Barneveld en Michael van Gerwen vandaan komen.

Amsterdam heeft wel de oudste dartwinkel van het land: House of Darts op de Bos en Lommerweg, al 43 jaar een begrip. "Je had ooit vier dartwinkels in Amsterdam, nu zijn wij nog de enige," zegt eigenaar Henk van der Lelie. De wanden zijn behangen met honderden verschillende soorten darts. De beste dart die hij verkoopt? Die bestaat niet, zegt Van der Lelie. "De beste dart is de dart die het beste bij jou past."

Om die reden verkoopt hij geen darts online: hij wil iedereen zelf zien gooien. Dan ziet hij aan de hand van de houding, de worp en de hoek die de pijlen maken welke dart het best geschikt is: een rechte, druppel-, of juist een torpedomodel, een shaft van titanium of van aluminium, een 21 gramspijl of eentje van 24 gram: het is maatwerk.

"Mensen bellen me en vragen om een bepaald soort dart, vaak eentje waarmee ze iemand op tv hebben zien gooien. In 90 procent van de gevallen verlaten ze de winkel met een ander soort dart," legt Van der Lelie uit. "Je koopt je pijlen in principe voor de rest van je ­leven."

Omslagpunt onbekend
In principe ja. Want Moen is zijn pijlen vorige week kwijtgeraakt. 28 jaar mee gegooid, opeens waren ze weg. Moest hij een dag voor het toernooi in zijn eigen kroeg naar House of Darts om nieuwe te kopen, zegt hij beschaamd. Hij lijkt er weinig last van te hebben, routineus werpt hij zijn nieuwe aanwinsten de triples in.

Het toernooi nadert de ontknoping, en de spanning neemt recht evenredig toe met de alcoholconsumptie. Waar het omslagpunt zit tussen een paar drankjes tegen de stress en stomdronken voor het dartbord staan verschilt per speler, maar in De Biergriet schakelt niemand gedurende de avond over op cola.

"Natuurlijk ga je niet beter gooien als je helemaal teut bent," zegt Moen. "Maar het gaat ook een beetje om de gezelligheid toch?"

80%

In wedstrijden bereiken kroegdarters hooguit 80 procent van hun thuisniveau

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden