We tellen best mee als modestad

Elke zichzelf respecterende stad heeft tegenwoordig een Fashion Week. Amsterdam dus ook, sinds dit jaar zelfs twee. Het is nog geen New York, Parijs of Milaan, maar het begint wel ergens op te lijken. De komende week is de stad een serieus modemekka.'Parijs en Milaan zijn natuurlijk echte modesteden. Zij hebben van oudsher een bloeiende couture-industrie. Ook New York is een echte modestad, maar daar gaat het om de commerciëlere merken. Wat dat betreft is Londen ook bekend,'' zegt James Veenhoff.

De oprichter en programmadirecteur van de Amsterdam International Fashion Week wil Amsterdam geen modestad noemen. ''Mensen uit de hele wereld komen wel naar Amsterdam om te shoppen of inspiratie op te doen. Daarom vinden wij dat Amsterdam op modegebied een inspiratiestad zou moeten worden.''

In navolging van de meer en minder illustere Fashionweeks in andere wereldsteden kreeg onze hoofdstad in 2004 ook twee keer per jaar zijn eigen modeweek. Dat was in het begin nog maar heel kleinschalig met vijf modeshows. Nu, zes Fashionweeks later, groeide het uit tot een evenement waar meer dan honderd ontwerpers hun kunsten zullen laten zien.

Niet alleen beginnende talenten zoals Claes Iversen, maar ook meer gevestigde namen zoals Daryl van Wouw, Francisco van Benthum en Ilja Visser. Zelfs couturier Mart Visser en Monique Collignon zijn present, en ook jetsetdier Judith Osborn geeft een show.

Hans Ubbink presenteert zijn nieuwe collectie en Frans Molenaar zal zijn jaarlijkse Frans Molenaarprijs uitreiken. Verder zijn er shows van veel hippe merken zoals Blue Blood, Elle Pret à Porter, Turnover, Daite en Knickerbocker Glory. Als primeur is er ook een afstudeershow onder de naam Lichting 2007, waarvoor alle Nederlandse modeacademies hun beste studenten naar voren hebben geschoven.

Dit jaar zal de AIFW voor het eerst zijn tenten opslaan op het Museumplein, met dank aan de gemeente Amsterdam en het ministerie van Economische Zaken. De week moet Amsterdam op de kaart zetten als bruisende, internationaal georiënteerde modebestemming.

Veenhoff denkt dat dat wel zal lukken. ''Vorige keer kwamen veel buitenlandse journalisten een kijkje nemen, bijvoorbeeld de Italiaanse Vogue en het Britse GQ. Ook veel buitenlandse inkopers zien we hier verschijnen. Goed, dat zijn nu misschien nog mensen uit België en Duitsland, maar toch. Qua merken en ontwerpers hebben we een internationale ambitie. Zo wordt deze keer de nieuwe tassenlijn van Cartier bij ons gepresenteerd.''

Kan Amsterdam wel een echte modestad worden? Dat vragen we aan José Teunissen, auteur van het boek Global fashion/Local tradition, waarin ze aandacht besteedt aan het fenomeen van de Fashion Week die elke zichzelf respecterende stad organiseert. Daarnaast is ze lector modevormgeving aan de Hogeschool voor de kunsten in Arnhem. ''Amsterdam heeft natuurlijk geen wereldverleden qua modetraditie, maar Nederland heeft wel een bloeiende handel en veel goede confectiemerken voortgebracht,'' zegt zij.

''Dat zijn vooral de casualmerken, zoals G-Star en Turnover, die het goed doen in het buitenland. We zijn een informeel land, op die identiteit moet je voortborduren. Ook tijdens zo'n fashionweek. Je moet een duidelijk profiel hebben. Waarom zouden buitenlandse modemensen anders naar Amsterdam komen?''

Doel van de AIFW is talent in aanraking brengen met de mode-industrie. Volgens James Veenhoff kent Nederland genoeg talent op modegebied, maar wordt er vaak niets met dat talent gedaan, omdat het geld ontbreekt. ''AIFW is een cultureel-commercieel evenement. Talent hebben is leuk, maar je moet er ook je werk van kunnen maken. In Nederland is een grote kloof tussen cultuur en industrie. Wij proberen die kloof te dichten. De shows en presentaties worden gesponsord door het bedrijfsleven. Zo willen we perspectief bieden aan mensen die hard hebben gestudeerd.'' De sponsoren van de AIFW zijn zeker niet de minsten. Onder meer Fortis, Philips, KPN en Lancôme trekken hun portemonnee.

Teunissen is ervan overtuigd dat beginnende ontwerpers veel baat hebben bij de AIFW. ''De generatie van nu kan zijn kansen in Amsterdam erg waarderen. De organisatie doet ook erg zijn best om voor beginnende ontwerpers sponsors te zoeken zodat ze hun creaties kunnen laten zien. Voorheen was het allemaal Parijs wat de klok sloeg. Daar verdrink je als beginnend modeontwerper tussen alle bekende designers. Het is bovendien een keiharde wereld. In Amsterdam trekt je show misschien wel zeshonderd man publiek terwijl je in Parijs ergens verloren in een hoekje voor een handje vol mensen je ding staat te doen.''

De AIFW is vooral een evenement voor de mode-industrie en de media, maar om het publiek ook mee te laten genieten is er ook een zogenaamd off schedule programma: de Laundry Days. Op verschillende locaties in de stad wordt van alles georganiseerd op modegebied. Zo'n honderd musea, winkels, galeries en clubs hebben activiteiten. In de Westergasfabriek is het Sreetlab festival, dat ook voor publiek toegankelijk is.

www.amsterdamfashionweek.com



Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden