Plus

'We moeten wat vruchtbaarder op elkaars tenen gaan staan'

Getrouwd, met zes kinderen, kwam predikant Ruard Ganzevoort (54) uit de kast en werd uit zijn ambt gezet. De theoloog, hoogleraar en het Eerste Kamerlid voor GroenLinks zegt nu: 'Ik heb me altijd verzet tegen de hypocrisie van de kerk.'

Ruard Ganzevoort (54) Beeld Hans de Kort

In het oog van de storm over de Nashville-verklaring lag Ruard Ganzevoort in bed. Knokkelkoorts, het kan de beste overkomen. De hoogleraar praktische theologie en decaan van de faculteit voor theologie en religie aan de Vrije Universiteit (VU) Amsterdam was net terug uit Indonesië en moest de ophef over het christelijke antihomopamflet, dat honderden protestantse dominees ondertekenden, even langs zich heen laten gaan. In het statement wijzen de geestelijken homoseksualiteit, maar ook transseksualiteit, af.

Toch is Ganzevoort de aangewezen persoon om iets over de archaïsche homobenadering te zeggen. Hij kwam zelf na jaren uit de kast, terwijl hij nog dominee was. En als er iets is wat hem boos kan maken - al spreekt hij altijd op een ingetogen, bedachtzame manier - is het wel het doordrukken van religieuze dogma's over de hoofden van jonge, gelovige homo's heen.

Vijf van uw collega's aan de faculteit ondertekenden de Nashvilleverklaring.
"Ik weet dat er een groep is die vindt dat hoe ik mijn leven inricht niet de goede manier is. Ik heb er geen moeite mee dat hier mensen zijn die bepaalde opvattingen hebben. Maar daar begint het spel pas."

"Als de één vindt dat je zo'n verklaring moet ondertekenen en de ander is daardoor gekwetst: wat doen we dan? Op Twitter riepen mensen me op mijn medewerkers te ontslaan. De Nashvilleverklaring hielp er niet bij om constructief met elkaar te praten, maar dat wil niet zeggen dat we het gesprek niet voeren."

Een gesprek voeren klinkt nogal vrijblijvend.
"O nee, dat is het zeker niet. De grote uitdaging als faculteit, maar ook als samenleving, is dat we wat vruchtbaarder op elkaars tenen gaan staan. Langs elkaar heen leven is vrijblijvend. Je mag vinden dat mensen van hetzelfde geslacht niet met elkaar mogen samenleven, maar dan wil ik dat er iemand anders is die opstaat en zegt: als jij dat zegt, ben ik diep gekwetst. Dan komen de wezenlijke vragen op tafel. Moet jij je mond houden? Moet ik mijn leven aanpassen?"

Wat is het antwoord?
"Als jij de geur van mijn eten niet lekker vindt, moeten we tijdens het eten niet naast elkaar gaan zitten. Maar gaat het over wezenlijke zaken, dan is dat niet genoeg. Voortdurend zie je de neiging dat we een groep het zwijgen opleggen, omdat dat het makkelijkst is. Maar leer je elkaar kennen, voer je echt een gesprek, dan ontdek je dat de één niet zo middeleeuws is als jij dacht, of dat de ander niet zo losgeslagen is als je vermoedde. Het is een blijvend gesprek, ook na Nashville."

Als zoon van een ambtenaar en een verpleegster groeide Ganzevoort op in een liberaal gereformeerd gezin met veel liefde voor klimaat en medemens. Zijn ouders deden voor hun huwelijk ontwikkelingswerk in Nieuw-Guinea, later woonden ze met hem, zijn twee broers, twee zussen en geadopteerde zusje in Suriname. Ze waren van het activistische soort. Geïnspireerd door het geloof demonstreerden ze tegen kernwapens. Een demonstratie was belangrijker dan het zondagse kerkbezoek.

Wat betekende het geloof voor u als kind?
"Ik vond het fascinerend, maar ook dubbel. Rond mijn veertiende wilde ik niet meer naar de kerk. Voor een deel was dat verzet tegen hypocrisie, die ik als kind al zag. Ik maakte me nogal boos over alle mensen die met de auto drie straten reden om naar de kerk te komen. Ik was me bewust van het milieu, en van onrecht tussen rijk en arm. Er zat een groot verzet in me. Geloof is prima, maar als je dat niet terugziet in concreet handelen, wat betekent het dan?"

"Tegelijkertijd had ik een spiritueel verlangen, een verlangen ten diepste geliefd te zijn. In dat verlangen is de liefde van een medemens mooi, maar de liefde van een godheid is een stapje groter. Ik ging naar evangelisatieavonden voor jongeren, maar ook naar de hare krisjna, omdat ik dat interessant vond."

Ondanks uw twijfel bent u theologie gaan studeren.
"Ik wilde naar de toneelacademie, maar werd niet aangenomen. Toen dacht ik aan economie en vervolgens aan psychiatrie. Ik ben overal gaan kijken en kwam er niet uit. Een lokale dominee zei: ga theologie studeren, dan krijg je van alles wat."

"In het eerste jaar kreeg ik vakken economie, over het goede leven, of wat dat zou moeten zijn. Er kwam psychologie aan bod, maar ook stemexpressie. Alles wat ik leuk vond zat erin: het ging over filosofie, en over Hebreeuws en Grieks, over geschiedenis. Zo ben ik blijven hangen in de theologie. Ik heb nooit slechts één vak leuk gevonden."

Was u als student al geïnteresseerd in jongens?
"Ja, maar het was bij mij verwarrend. Ik had altijd gevoelens gehad voor jongens, maar had het nooit als verliefdheid herkend."

Mocht het niet?
"Voor mijn ouders was het geen issue geweest. De gevoelens gingen diep, maar de gevoelens die ik voor meisjes had waren er ook. Op mijn twintigste ben ik met mijn toenmalige vrouw getrouwd en met haar heb ik altijd een diepe vriendschap gevoeld."

Waarom heeft het toch lang geduurd voordat u uit de kast kwam?"
"Ik heb op mijn elfde een periode van seksueel misbruik meegemaakt met een man van een jaar of dertig. Daardoor was ik lang in verwarring, want als ik iets voelde voor een jongen en iets seksueels met hem wilde, dacht ik aan het misbruik en dat ik er ongelukkig van zou worden."

Was deze man een geestelijk leider?
"Hij was begeleider op een natuurkamp voor jongeren."

U heeft later een boek geschreven over seksueel misbruik in de kerk.
"Het is een van de thema's waar ik later mee bezig ben gegaan. Ik ben gaan onderzoeken wat de ervaring was van mannelijke slachtoffers van seksueel misbruik. De feministische beweging had zo sterk de nadruk gelegd op vrouwen als slachtoffer van aanranding en verkrachting dat er voor mannen geen ruimte was. Nog steeds lopen vrouwen het grootste risico, maar daardoor was lange tijd onzichtbaar dat jongens en mannen worden misbruikt."

Vooral in religieuze context komt misbruik veel voor.
"In de katholieke kerk heeft de paus net een grote conferentie over seksueel misbruik georganiseerd, in protestantse kerken is dat een jaar of tien geleden gebeurd. In boeddhistische gemeenschappen kwam het niet zo lang geleden naar buiten. We weten dat het in alle tradities voorkomt, en ook in alle ideologische groepen: op Engelse kostscholen of op de internaten voor Australische aboriginals gebeurde het. Overal waar je situaties van macht en afhankelijkheid inricht met kwetsbare kinderen komt het voor. Helaas."

Ligt dat alleen aan de relatie tussen macht en kwetsbare kinderen?
"De gesloten setting maakt ook veel uit. Het zijn verschillende patronen waarlangs het gebeurt, en als je het koppelt aan religieuze ideologieën waarbij mensen het gezag van God hebben gekregen, is het heel moeilijk om daar tegenin te gaan. Tegelijkertijd speelt er veel schaamte. Het heeft bij mij ook vijftien jaar geduurd voordat ik erover sprak."

Waarom bent u er wel over gaan praten?
"Omdat het zwijgen niet werkte. Het speelde op het moment dat ik al jaren was getrouwd en kinderen had. Mijn zoektocht naar mijn eigen seksualiteit bleef maar dooremmeren."

"Op mijn werk voelde ik het ook: alles wat ik schreef en deed, was nooit goed genoeg. Er zat ook een depressieve ondertoon in, die duidelijk gerelateerd was aan het misbruik. Alles bij elkaar werd ik overspannen en moest ik wel wat. Ik ben bij een psycholoog beland en ben gaan praten. Het hielp me om mijn leven uit te sorteren."

Als dominee had Ganzevoort ook vaak de rol van psycholoog. Met zijn gezin van vijf kinderen woonde hij in de Zaanstreek en in Doorn. Hij stond aan het hoofd van kleine geloofsgemeenschappen in een omgeving die steeds seculierder werd. Hij leidde de kerk, de dienst en ging langs bij leden van de gemeenschap.

Voelde u zich altijd geroepen om alle vragen te beantwoorden?
"Zeker niet, maar je moet die vragen stellen waarin mensen worden uitgenodigd om over dingen na te denken. Het is ook een luxe van zo'n gemeenschap dat een dominee voor iedereen beschikbaar is. En het kost niets."

Is de psycholoog de dominee van nu?
"Voor een deel wel. Ook de huisarts heeft vaak die rol. Voor de zingevingsvragen had je de dominee of pastoor. Voor veel mensen is die niet meer als zodanig herkenbaar. Het enige wat je dan hebt, is de psycholoog, dokter of de mindfulnesscursus."

Wanneer kwam u uit de kast?
"Ik had een gesprek met een vriend die zei: wordt het niet tijd om toe te geven dat je homo bent? Ik reageerde met: ik heb dat label niet nodig, het hoeft allemaal niet zo zwart-wit, en dit en dat. Hij bleef volhouden. 'Zo lang je dat woord niet wilt gebruiken, heb je niet geaccepteerd dat het zo is.' Die opmerking is me bijgebleven. Dat was eind jaren negentig. In die fase merkte ik ook dat het zich onvermijdelijk aan me opdrong. Het was iets wat ik sinds mijn zestiende al wist."

Ruard Ganzevoort Beeld Hans de Kort

"Een paar jaar later ben ik gescheiden, met alles wat daarbij hoort. Mijn oudste zoon was toen zeventien, mijn jongste zeven. Pas na een tijd kwam er een soort opluchting."

Boven op de scheiding werd u later uit uw dominee-ambt gezet.
"Ik was geen voltijds dominee meer en ik werkte al op de universiteit. Eerst kraaide er geen haan naar. Ik had het de kerkenraad wel verteld, maar ze zagen geen reden mijn ambt in te trekken. Toen ik eenmaal een relatie had met een man, en die niet wilde opgeven, veranderde dat."

"Ik wist dat het zou gebeuren, maar ik heb me verzet. Ik was toch precies dezelfde als ik hiervoor was? Er was genoeg waardering, en ik wilde niet meewerken aan een conclusie dat ik alleen vanwege mijn homoseksualiteit niet meer geschikt zou zijn als predikant. Als ik zou meewerken aan mijn vertrek, zou dat haaks staan op alles wat ik geloofde."

Waarom is homoseksualiteit niet te rijmen met een rol in de gereformeerde gemeenschap?
"Het ligt eraan over welke gemeenschap je het hebt. In de Protestantse Kerk Nederland zijn ook homoseksuele en lesbische predikanten actief. Maar het klassieke gezinsdenken is de normale situatie. Als je daar niet in past, is het ingewikkeld."

"Geloofsgemeenschappen willen laten zien dat ze anders zijn dan de rest van de wereld. Maar waar zit hem dat dan in? Wij zijn anders want wij kijken geen tv? Of wij zijn anders omdat meisjes een lange rok dragen? Of niet naar bepaalde muziek luisteren? Mijn moeder mocht bijvoorbeeld niet dansen. Homoseksualiteit afwijzen is ook een van de manieren om je als stroming te onderscheiden."

Begrijpt u dat?
"Ik begrijp de behoefte om je te profileren. Het is identity politics of groepspsychologie. Zo herken je wie er bij jou hoort. Het is niet een nieuw idee, dat zie je ook in de Nashvilleverklaring. Geloofsgemeenschappen zien dat de kerkelijke achterban steeds meer openstaat voor homoseksualiteit. Dat vraagt om een tegenwicht."

Op welke manier speelt geloof nog een rol in uw leven?
"Ik zie een parallel tussen politiek en spiritualiteit: in allebei geloof je dat de wereld anders kan zijn dan die nu is. Ik geloof niet dat het vanzelfsprekend is dat er sociale ongelijkheid is. We kunnen als we dat willen een duurzame samenleving hebben waarin we niet meer gebruiken dan de aarde kan leveren. Voor mij gaat het niet per se over georganiseerde religie, of een overtuiging in a, b of c."

Veel mensen trekken naar geloof toe in tijden van nood. U heeft zelf nogal wat verdriet meegemaakt: u verloor een zoon aan wiegendood en later uw partner. Kwam uw geloof toen terug?
"Nood leert bidden, maar mensen raken in tijden van nood net zo goed hun geloof kwijt. De religieuze traditie geeft geen logisch antwoord op waarom dingen gebeuren en wat je ermee moet. Ze kunnen een spiegel voorhouden, ze kunnen troost geven, inspiratie, maar de vragen die het oproept, hebben uiteindelijk geen antwoord. Voor mij is geloof nu niet de poging om de oplossing te vinden. Geloof is het schilderij waardoor je anders naar de wereld kijkt: soms zie je schoonheid, soms de afgronden van het leven."

Hoe is uw partner gestorven?
"Hij heeft er zelf een einde aan gemaakt, hij wilde het leven niet meer. Voor mij was het troostend dat het geen wanhoopsdaad was. Hij heeft het liefdevol en zorgvuldig voorbereid, en heeft er alles aan gedaan om het voor mij zo dragelijk mogelijk te maken. Natuurlijk had ik liever gehad dat hij nog leefde, maar het kan niet zo zijn dat iemand blijft leven alleen omdat jij het wilt."

Wat hield u op de been?
"Het simpelste antwoord is: je hebt geen keuze. De dood is een diepe breuklijn, maar deze zoon en mijn partner zijn nog steeds twee van de belangrijkste mensen in mijn bestaan. Ik maak altijd onderscheid tussen koude en warme tranen. Koude tranen zijn tranen van bitterheid, van een niet geaccepteerd verlies, geladen met boosheid en afstand. Warme tranen zijn tranen van heimwee. Het is allebei verdriet, maar de warme tranen gaan uit van het idee dat je er nog steeds bent, maar ik nu niet bij je kan."

U gelooft in een betere wereld en vergelijkt religie met politiek. Hoe kwam u bij GroenLinks terecht?
"Op een gegeven moment begon de politieke ambitie te kriebelen. Ik was al langer lid van GroenLinks en ik zat in de ivoren toren van de wetenschap. Ik dacht na over conflict en omgaan met elkaar, en zag dat onze samenleving polariseerde. Ik vond dat ik me er tegenaan moest bemoeien. Toen zag ik een vacature voor het religieuze platform binnen GroenLinks: de Linker Wang. Ik werd voorzitter. In 2011 kwam ik in de Eerste Kamer, goed te combineren met mijn huidige baan."

De kans is groot dat de GroenLinksfractie in de Eerste Kamer een factor van belang zal worden voor het kabinet.
"De grote verleiding is om er alleen als machtspolitiek naar te kijken, en dat spel moet ook worden gespeeld, maar daarachter zitten de idealen. Dan gaat het niet over Schiphol en overlast, maar of we Nederland wel of niet verbinden met de rest van de wereld, en over goede lucht en de natuur in kunnen. Dat zijn de dromen waar we van leven. Ik hoop dat we in de politiek, en in de Eerste Kamer in het bijzonder, dat niveau vol kunnen houden. Geloof je nou in een heel andere wereld, of hebben we dezelfde dromen en slechts andere manieren om ergens te komen?"

Wat is uw grootste zorg voor Nederland?
"We maken deze aarde kapot. Het zou een zegen zijn voor de aarde als de mens zou uitsterven. We zijn de enige diersoort die afval produceert dat niet meer verteert. Maar om dat op te lossen, moet je iets anders aanpakken: de polarisatie, groepen tegen elkaar uitspelen, ons kortetermijnbelang versus het belang van volgende generaties of andere delen van de wereld. Zolang we dat blijven doen, lukt het ons niet om de grote klimaatuitdagingen aan te pakken. We hebben met elkaar maar één aarde, we zullen het toch met elkaar moeten doen."

Ruard Ganzevoort kinderfoto Beeld -

Ruard Ganzevoort
14 februari 1965, Haarlem

1982
Vwo-diploma christelijk lyceum Oude Hoven, Gorinchem

1987
Afgestudeerd theoloog, Universiteit Utrecht

1987-1998
Dominee Nederlands Gereformeerde Kerk

1996-2007
Universitair docent protestantse theologische universiteit

2001-2011
Adviseur voor kerken over seksueel misbruik

2006
Uit domineesambt gezet

2005-nu
Hoogleraar praktische theologie, VU Amsterdam

2017-nu
Decaan faculteit theologie en religie, VU Amsterdam

Sinds 2011
Eerste Kamerlid GroenLinks Ruard Ganzevoort heeft vijf kinderen (in de leeftijd van 24 tot 34 jaar) uit zijn eerdere huwelijk. Hij heeft een relatie en woont in Utrecht.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden