Plus

We lopen niet voorop met CO2-doelen, in tegendeel juist

Opnieuw is gebleken hoe ver de Nederlandse CO2-doelen uit het zicht zijn geraakt. Laat niemand nog zeggen dat Nederland altijd maar voorop wil lopen.

De kolencentrale van Nuon in het Westelijk Havengebied. Beeld John Gundlach

Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) oordeelt vernietigend over de progressie die Nederland sinds 1990 heeft geboekt bij het terugdringen van de CO2-uitstoot. Eind 2020 komt Nederland tot 21 procent minder broeikasgassen. Dat terwijl de rechter in de klimaatzaak van Urgenda tot twee keer toe oordeelde dat dit minstens 25 procent moet zijn.

Onderaan de ranglijst
Het is bepaald niet de eerste keer dat blijkt dat Nederland schoorvoetend is begonnen aan de energietransitie. Al jaren bungelen we -boven Luxemburg- bijna onderaan de ranglijst van EU-landen als het gaat om de opwek van duurzame energie. Dat valt ook niet mee, is dan het excuus, in een dichtbevolkt land zonder bergen: geen waterkracht en weinig ruimte voor biomassa en windmolens.

Maar het probleem zit dieper: ook wat betreft het verbruik van fossiele brandstoffen is Nederland een negatieve uitschieter. België, Denemarken, Frankrijk, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk drongen hun fossiele CO2-uitstoot tussen 1990 en 2017 met minstens 10 procent terug, zo blijkt uit de wereldwijde emissiedatabank EDGAR. In Nederland steeg die juist met 8 procent.

Ook per hoofd van de bevolking en afgezet tegen de grootte van de economie stoten de Nederlanders relatief veel CO2 uit. Er was wel enige vooruitgang: sinds 1990 is de fossiele CO2-uitstoot per verdiende euro met bijna 40 procent teruggelopen. Maar ook op dit punt geldt: alle omliggende landen hebben hier meer werk van gemaakt. De energiesector in Nederland stoot zelfs meer CO2 uit dan in 1990, blijkt uit EDGAR. De overige industrie is energiezuiniger geworden maar beduidend minder dan in de landen om ons heen.

"We hebben een CO2-intensieve economie, met de havens van Rotterdam en Delfzijl, veel raffinaderijen en chemische industrie. En met veel kolengestookte energiecentrales," verklaart Hans Schoolderman, duurzaamheidsexpert van PwC.

Dat is ook meteen te zien in de Low Carbon Index die het accountants- en adviesbureau jaarlijks opstelt voor de twintig grootste industrielanden. De speciaal voor Het Parool berekende score komt Nederland zelfs in de buurt van de VS. We scoren slechter dan Duitsland en veel slechter dan het VK en Frankrijk, dat profiteert van zijn vele kerncentrales.

Niet snel genoeg
Via de jaarlijkse index berekent PwC of economieën erin slagen om te groeien zonder dat hun CO2-uitstoot meegroeit. Over de hele linie gaat dat niet snel genoeg. Voor de wereld als geheel is volgens Schoolderman de achterstand op het scenario waarmee we de opwarming van de aarde beneden de twee graden kunnen houden in 2017 weer verder opgelopen. "De kans dat het lukt, komt in de buurt van nul."

In 2017 presteerde Nederland goed, voor het eerst eigenlijk en vooral doordat kolencentrales minder werden ingezet. Met 5,4 procent minder CO2-intensiteit dan in 2016 snelde Nederland de hele G20 vooruit.

PwC ziet hierin het begin van een 'ontkoppeling' van economie en CO2, zodat de uitstoot niet meer automatisch toeneemt zodra de productie wordt opgevoerd. "Maar het is nog lang niet genoeg," zegt Schoolderman. "En het is dus slechts een deel van het verhaal. We komen van ver."

Beeld Het Parool

Ons zelfbeeld is anders. In de discussie over het klimaatakkoord dat de uitstoot van broeikasgassen in 2030 met 49 procent moet terugdringen, komt regelmatig de vraag of op het een onsje minder mag. De EU heeft ingezet op een besparing van 40 procent voor 2030. Nederland is weer roomser dan de paus, is de teneur.

"Als wij vergroenen en een ander land niet, zijn we dan niet een beetje gek?" zei VVD-fractieleider Klaas Dijkhoff in Trouw.

Maar uit de PBL-berekeningen blijkt juist eens te meer dat Nederland ver achterop is geraakt. Hier is 'een beperkte inspanning' geleverd, zoals de rechter oordeelde in de Urgenda-zaak. De pijnlijke tussenstand van PBL zal onherroepelijk doorwerken in de discussie over het klimaatakkoord.

In de eerste plaats natuurlijk omdat we een langere weg te gaan hebben tot 2030. Maar vooral door het chagrijn dat toch al opkomt rond de vraag wie moet opdraaien voor de klimaatmaatregelen, de bevolking of de industrie.

Energie goedkoop
De industrie is bang voor haar concurrentiepositie en maakt uit een studie van onderzoeksbureau CE Delft op dat een strenge CO2-heffing duizenden banen zou kunnen kosten als bedrijven hun productie naar het buitenland verplaatsen. Maar uit onderzoek van CE Delft blijkt ook dat de industrie in Nederland relatief weinig betaalt voor energie, dus dat het misschien zo'n vaart niet zal lopen.

Of zit de industrie hier juist omdat energie goedkoop is? Volgens Schoolderman is de verklaring vooral onze ligging. "Als klein landje in een delta hebben we een groot achterland. Van hieruit gaan de producten van die raffinaderijen en de chemische industrie de wereld over. Dat is iets waar de economie van profiteert. De CO2 krijgen we er 'gratis' bij."

"Maar dat is wel een probleem waar we mee moeten dealen. We moeten onze concurrentiekracht hoog houden en tegelijk voldoen aan de klimaatafspraken van Parijs, waar we voor getekend hebben. Dat is een heel moeilijke opgave en daarom ligt het politiek ook zo ingewikkeld."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden