Plus

Waterland verdroogt, rietsigaren lijken de redding

Het lage grondwaterpeil in Waterland is funest voor de weidevogels. Ook gaan hier veel broeikasgassen de lucht in. Een oplossing: 'natte landbouw' met lisdodden.

Lisdodden, rietsigaren in de volksmond, in Waterland Beeld Maarten Boswijk

Het oordeel van de stadsecoloog spreekt boekdelen: zeldzame weidevogels als de kemphaan en de watersnip hebben Waterland achter zich gelaten. Het aantal veldleeuweriken en gele kwikstaarten is dramatisch afgenomen, maar ook het aantal grutto's, scholeksters en kieviten is niet meer wat het geweest is.

En juist voor een internationaal zeldzame soort als de grutto is Waterland een essentiële broedplek, schrijft stadsecoloog Remco Daalder in een brief aan de gemeenteraad.

De 'intensivering van het graslandgebruik' door de landbouw is de afgelopen dertig jaar hand in hand gegaan met de neergang van de weidevogelstand. Sommige Amsterdamse stukken Waterland zijn nauwelijks nog geschikt voor weidevogels, schrijft Daalder zelfs. De waterstand is zo laag dat jonge weidevogels er geen voedsel meer kunnen vinden.

Laag grondwaterpeil
De afgelopen dertig jaar zijn de waterschappen de boeren steeds tegemoetgekomen met een lekker laag grondwaterpeil, zodat het vee niet in de drassige grond wegzakt. Het gevolg is dat het voor de weidevogels een karige bedoening is geworden.

Daarnaast is het wegpompen van grondwater een gebed zonder eind. Veen klinkt in waardoor de bodem daalt. Na een poos is de grond weer net zo drassig en kan het malen opnieuw beginnen. Intussen zijn veel broeikasgassen de lucht ingegaan (zie kader).

'Natte landbouw' kan een oplossing zijn. Met een hoger grondwaterpeil stopt de daling en de afbraak van de veenbodem en er zijn best gewassen die daar goed groeien, zoals cranberry's, lisdodden en veenmossen.

Even ten noorden van het Noordzeekanaal bij Nauerna onderzoekt Landschap Noord-Holland de mogelijkheid lisdodden te telen. Zeg maar: rietsigaren.

Ook de Amsterdamse landschapsarchitect en ecoloog Klaas Jan Wardenaar van bureau Smartland zoekt de oplossing in die richting. In het Groene Hart bij Vinkeveen is hij bezig met een project voor dertig hectare lisdodden gebaseerd op een klein proefproject in Zegveld. "Wat zijn de oogstmethoden, de plantstrategieën, de afzetmogelijkheden?"

Proef op grotere schaal
De rietsigaren blijken geknipt voor verwerking tot isolatiemateriaal. Ze zijn vrijwel onbrandbaar, legt Wardenaar uit. De certificering als bouwmateriaal is alvast gelukt.

Wel moet uit een proef nog blijken of het gewas zich ook leent voor teelt op grotere schaal. Daarom zou hij graag in Waterland een proef doen met ongeveer 50 hectare lisdodden, het minimale areaal voor een productielijn van isolatieplaten.

De regio is Wardenaar niet vreemd. In 2000 maakte hij het ontwerp voor de Volgermeer­polder, de vroegere gifbelt. Deze werd afgedekt met onder meer een dikke laag zand uit de aanleg van de Noord/Zuidlijn en daarna getransformeerd tot nieuw natuurgebied.

Wardenaar omschrijft het ontwerp als een soort monument voor de 30.000 vaten dioxine die hier in de jaren zestig werden gedumpt. Een omgekeerd landschap, met dijkjes in plaats van sloten en sawa's in plaats van grasland. Alleen al doordat het 3,5 meter werd opgehoogd, springt de Volgermeer meteen in het oog.

"Het moest een landschap zijn dat past in Waterland, maar dat je tegelijk een raar gevoel geeft, als een soort reminder: hier is iets aan de hand. Want onder de deklaag ligt het gif nog steeds."

Toen kwam meteen de gedachte op dat het heel toepasselijk was om de deklaag extra te versterken door veen. Langs natuurlijke weg, door de ophoping van plantenresten die in de natte ondergrond niet vergaan groeit als het ware een sarcofaag van veengrond, waardoor meteen ook veel CO2 wordt vastgelegd.

De eerste veensawa's zijn al te zien in de Volgermeerpolder. De lisdodden groeien er bij bosjes, maar de veenvormende vegetatie is heel divers, waardoor het ook een zoete inval is voor weidevogels.

Logische ontwikkeling
Wardenaar betreurt het dat een soort tegenstelling is ontstaan tussen de belangen van de landbouw en de natuur. "Die tegenstelling wil ik opheffen." Tegelijk ziet hij mogelijkheden om CO2 op te slaan door als het ware de bodemdaling terug te draaien en het veen langzaam maar zeker weer te laten aangroeien.

"Dat vind ik een heel logische ontwikkeling in een laaggelegen deltaland. Dat het werkt is recent aangetoond in het Ilperveld. Het veenlandschap heeft zo veel meer kwaliteit dan alleen maar gras."

Raadslid Jasper Groen (GroenLinks) pleitte eerder al voor natte landbouw en noemde in zijn initiatiefvoorstel 'Waterlandse buffelmozzarella en andere streekproducten uit het veen' al vee dat goed uit de voeten kan met drassige grond, zoals blaarkopkoeien en waterbuffels. "Het is de hoogste tijd om te beginnen."

CO2-binding

Bodemdaling is in een land onder de zeespiegel al een goede reden om afbraak van het veen te voorkomen. Ook wordt zo veel uitstoot van kooldioxide voorkomen.

En dan gaat het niet om kleine hoeveelheden, zo blijkt uit het Klimaatakkoord dat bedrijfsleven, milieu­beweging en andere belangengroepen willen sluiten.

Uit de 'hoofdlijnen' van dat akkoord blijkt dat ze per 2030 een vermindering van de Nederlandse CO2-­uitstoot van 1 megaton denken te halen door het vernatten van veenweidegrond, 2 procent van de totale opgave voor het Klimaat­akkoord.

Daarmee wordt van de veenweidegebieden net zo veel verwacht als van de intensieve veehouderij.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden