Column

Wat nu verdraagzaam is, is morgen niet te verdragen

Theodor Holman Beeld Wolff

Elke keer als de combinatie 'Geert Wilders en de vrijheid van menings­uiting' verschijnt, reageren Geerts tegenstanders alsof de duivel zegt dat je veel groente moet eten omdat dat gezond is.

Ja, groente is gezond, maar de duivel zegt het, dus is het niet gezond. Of: de duivel zegt wel groente, maar dat zegt hij alleen omdat het goed klinkt, want hij bedoelt eigenlijk zwartgeblakerd barbecuevlees.

Het is nu eenmaal zo dat Geert de vrijheid van meningsuiting gebruikt om medestanders te vinden voor zijn opvattingen - wat je ook van die opvattingen vindt.

Precies daarvoor is de vrijheid van meningsuiting bedoeld. Waar het gisteren tijden het Wildersproces om draaide, was het begrip 'onverdraagzaamheid'.

De rechter zei tegen de filosoof Paul Cliteur dat een politicus niet tot onverdraagzaamheid mag oproepen, waarna Cliteur betoogde - ik parafraseer - dat dit een mooi streven was, maar juridisch een totaal onbekend gebied, want 'wat is dan die onverdraagzaamheid precies?' Inderdaad.

Elke uitspraak van een politicus die een groep mensen ­betreft - armen, rijken, immigranten, ouderen - is per definitie onverdraagzaam voor de tegenstander van die politicus. Met het even opzoeken wat het woordenboek voor definitie geeft, kom je er om die reden ook niet. (Onverdraagzaam: niet bereid om andere mensen afwijkend te laten denken.)

Een politicus wil je juist een mening opdringen; hij wil het liefste dat je doet wat hij zegt. Een politicus is een machtswellusteling, is hij dat niet, dan is hij waarschijnlijk de hond van de politicus.

Cliteur legde haarfijn uit waarom die vrijheid van ­meningsuiting democratisch noodzakelijk is; uit de botsing van meningen kan iets naar boven komen drijven wat we enige tijd kunnen zien als de juiste mening die door de grootste groep gedeeld wordt, - tot die weer wordt weersproken.

Verdraagzaamheid is een mooi, zwaar woord dat helaas, losgeweekt van een context, niet meer dan een intuïtieve betekenis heeft en waarvan steeds opnieuw moet worden vastgesteld wat het precies ­betekent. Een dictator zal zichzelf zeer verdraagzaam vinden, want hij dicteert het goede voor alle mensen.

Kortom: wat nu verdraagzaam is, is morgen niet te verdragen. Wat we nu denken dat gelijkwaardig is, blijkt morgen niet gelijkwaardig. Ik wijs maar even op de Zwarte Piet­discussie.

Verdraagzame mening: het magistrale betoog van Cliteur toonde opnieuw aan hoe volstrekt idioot dit proces tegen Wilders is.

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column.
Reageren? t.holman@parool.nl


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden