PlusColumn

Wat moet ik met een domme vriend?

Theodor Holman Beeld Wolff
Theodor HolmanBeeld Wolff

Ooit hadden hij en ik ruzie. "Waarover ook alweer?"

"Ik weet het niet precies meer," zei ik. Ruzies vergaan als je te veel drinkt en de wereld veranderd is.

Hij dronk te veel.

Mijn geheugen kent geen namen meer, maar herinnert zich toevallig nog wel onze onenigheid.

We stonden nu weer tegenover elkaar, maar nu op het pleintje in de Falckstraat, terwijl onze hondjes elkaar aan het besnuffelen waren en ik het oprecht vervelend voor hem vond dat hij er zo slecht aan toe was.

"Ik vind het wel leuk dat ik je na al die jaren weer eens zie," zei ik.

"Het woord leuk moet je niet gebruiken. Dat is voor kinderen. Maar goed..."

O ja, hij was een wijsneus.

"Hoe oud is ie?" vroeg ik en wees naar z'n hond. Hij beantwoordde de vraag niet. Had hij mijn vraag niet verstaan of was hij even afwezig? Ik vroeg het nog eens.

Toen zei hij: "Het kan me niets schelen."

"Hoe bedoel je?"

"Het is mijn hond niet... Hij is van mijn dochter."

"Je laat hem uit."

"Ja, elke dag... Maar ik wil geen binding met hem."

"Waarom niet?"

Hij haalde zijn schouders op en zei: "Omdat m'n dochter hem dan bij mij laat."

"Wat ben je toch een zak," dacht ik, en glimlachte hypocriet, want ik wist ook dat hij getroffen was door een vervelende ziekte.

"Honden zijn vies," zei hij.

"Hij ook?" vroeg ik.

Even was het stil, toen: "Hij probeert met mij te slijmen. Hij wil mijn vriendschap. Maar ik hou niet van honden. Ik weet dat jij dol op ze bent. Maar ik niet."

"Als hij jouw vriendschap wil, waarom geef je die dan niet?"

"Dat begrijp je niet."

"Probeer het eens."

"Omdat ik waarschijnlijk vermoedelijk binnenkort... er niet meer ben... Wat moet hij dan? Hij is een domme vriend. Wat moet ik met een domme vriend?"

"Ik denk daar anders over," zei ik als een duidelijke afsluiting van ons gesprek.

Hij wilde nog wat zeggen.

"Er zijn wel momenten dat ik hem... mag. Heus. Maar dan voel ik me schuldig. Ellendig. Dan denk ik: ik heb je niks te bieden. Ik kan niet goed voor je zorgen. Ik heb alles fout gedaan. Ik drink en ben ziek... Nee, hij moet niet van mij houden! Ik wil dat niemand van me houdt. Snap je?"

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden