Plus Het Eetparadijs

Wat is er te doen aan de dikmakende voedselomgeving?

De dikmakende voedselomgeving heeft desastreuze gevolgen voor de volksgezondheid, concludeert Het Parool na vijf weken Eetparadijs. Maar wie is verantwoordelijk? En is er iets aan te doen?

Consumptiesocioloog Hans Dagevos: 'De omgeving is op zijn minst stimulerend en sturend voor de manier waarop we consumeren' Beeld Nanne Meulendijks

De Engelsen noemen het the elephant in the room: het probleem dat overduidelijk aanwezig is, maar door iedereen opzichtig wordt genegeerd - of misschien zitten we er wel gewoon met onze neus te dicht op om het goed te kunnen zien.

In het omvangrijke obesitasvraagstuk - inmiddels is de helft van de volwassen Nederlanders te dik - is de olifant in de kamer waarschijnlijk de kamer zelf: de moderne voedselomgeving die mensen voortdurend actief en agressief aanzet tot ongezond overeten.

De afgelopen vijf weken onderzocht Het Parool in samenwerking met Food Cabinet wat die voedselomgeving nou eigenlijk met ons doet. Amsterdam bleek in de afgelopen decennia van een drie-maaltijden-per-dag, aardappels-vlees-en-groenteomgeving veranderd in een eetparadijs, waar de hele dag door en overal gegraasd wordt.

Zowel het aantal voedselverkooppunten als het aantal dikke mensen steeg sinds de jaren zestig explosief. Slimme jongen die met een knagende namiddaghonger het Centraal Station doorkomt zonder ergens iets te snacken - en als je bij de Hema nieuwe sokken gaat halen, krijg je bij de kassa de chocolade en de worsten zo ongeveer in je gezicht geduwd.

Ben je hoogopgeleid, rijk en wit? Dan is de kans dat je dik of diabeet bent vaak wel tien keer zo klein als wanneer je dat allemaal niet bent. De verschillen in het aantal dikke kinderen in ­wijken met een hoge en een lage sociaal-economische status zijn gigantisch.

Hoewel de omgeving tegenwoordig door preventieprogramma's en beleidsmakers weliswaar wordt gezien als een factor, is er grote terughoudendheid in daadwerkelijk ingrijpen.

Zeker, er zijn veel plekken waar je eten kunt ­kopen. Maar daar kun je toch ook voorbijlopen? Als wat mensen in hun mónd stoppen niet eens meer hun eigen verantwoordelijkheid is, wat dan in vredesnaam nog wel?

Consumptiesocioloog Hans Dagevos van de universiteit van Wageningen, die in 2007 met zijn boek De obesogene samenleving het onderwerp in Nederland op de agenda zette, is verbaasd hoezeer overgewicht tien jaar later nog steeds wordt ­gezien als een particulier gedragsprobleem, een persoonlijk falen.

"Ik kan niet genoeg benadrukken dat de omgeving op zijn minst stimulerend en sturend is voor de manier waarop we consumeren. Kijk naar al die non-foodwinkels die ineens ook snoeprepen en chips verkopen, naar al die nieuwe stations, gebouwd als complete consumptieparadijzen."

Vicieuze cirkel
Het Amerikaanse medisch tijdschrift The Lancet bracht vorig jaar een uitgebreide serie over de wisselwerking tussen individu en omgeving. "De omgeving en de vrije markt maken misbruik van zo ongeveer al onze biologische, psychologische, sociale en economische zwakheden," stelt het, "en maakt het op alle fronten aantrekkelijker om ongezond te eten."

"Daardoor komt er nog meer voorkeur en vraag naar ongezonde spullen met lage voedingswaarde, en daardoor wordt de omgeving nog ongezonder." Om die vicieuze cirkel te doorbreken, stelt The Lancet, is naast consumentenwijsheid en ­veranderingen bij de industrie vooral ook overheidsingrijpen nodig.

Ook vrijwel alle experts die we voor dit onderzoek spraken, van de VVD-wethouder tot de gezondheidshoogleraar en van de voedselactivist tot de kinderen op straat, zijn van mening dat de bal nu bij de landelijke overheid ligt.

Die heeft zich de afgelopen jaren echter alleen maar meer teruggetrokken, en zet vol overtuiging in op ondernemersvrijheid en zelfregulering - het CDA had een suikertaks in het verkiezingsprogramma staan, maar dat werd tijdens de ledenvergadering en masse afgeschoten; de VVD spreekt zich concreet uit tegen 'betuttelende' en 'gedragsveranderende' etiketteringseisen en belastingen op ongezond.

Dagevos: "Het probleem was in de verkiezingscampagnes zo goed als afwezig. En dat terwijl dit echt een maatschappelijk probleem is, waar miljoenen mensen schade van ondervinden. We zijn het stadium ver voorbij dat het ­vanzelf overgaat."

"Na jaren van convenanten en deals, zachte afspraken over productsamenstelling, honderden gesprekken en zo weinig mogelijk dwang, zou ik me kunnen voorstellen dat we eens evalueren wat dat beleid ons tot nu toe ­eigenlijk heeft gebracht. Is het overgewicht ­teruggedrongen? Welke wegen zijn bewandeld en zijn er ook andere? Het probleem is groot ­genoeg om ook onorthodoxe maatregelen op zijn minst te overdenken."

Suiker- en frisdranktaks
De maatregel die nu het meest wordt genoemd is de suikertaks, of zijn broertje, de frisdranktaks. Die lijkt in Mexico - een land waar het obesitasprobleem ingrijpender is dan waar ook, met 70.000 diabetesdoden per jaar - te hebben gezorgd voor een snel gedaalde frisdrankconsumptie. In Engeland wordt volgend jaar iets vergelijkbaars van kracht, en Spanje, Frankrijk, België en Estland zijn ook met een dergelijke belasting bezig.

Ook VVD-wethouder Eric van der Burg, die de Amsterdamse Aanpak Gezond Gewicht ontwikkelde, is voorstander van een suikerbelasting - best betuttelend voor een liberaal, maar alleen het aanmoedigen van burgers en industrie blijkt volgens hem gewoon niet genoeg zoden aan de dijk te zetten.

Regelmatig wordt de vergelijking getrokken met tabak: ook na tientallen jaren van goed­bedoelde voorlichtingscampagnes was het pas het actieve overheidsingrijpen dat het aantal rokers echt deed dalen. Wat het obesitasprobleem zo veel ingewikkelder maakt, is dat het hierbij niet één vermijdbaar ding is waarvan mensen ziek worden - al is het maar omdat iedereen simpelweg moet eten.

Het zijn niet alleen de suiker en het vet waar mensen dik en ziek van worden, niet alleen de veel groter geworden porties, het gebrek aan lichaamsbeweging. Ook niet alleen de ongezonde schoolkantines, de genen, de ­culturele achtergrond of onze sociaal-economische status.

Overgewicht, en de manier waarop dit over de bevolking is verdeeld, is het resultaat van een samenspel van ál die min of meer persoonlijke dingen - tegen de achtergrond van die dikmakende omgeving, waarvoor we allemaal in hogere of lagere mate gevoelig zijn.

Jaap Seidell, hoogleraar gezondheidswetenschappen aan de VU, dreunt een heel verlanglijstje op van maatregelen die volgens hem met relatief weinig moeite veel verschil zouden kunnen maken, zoals een verbod op kindermarketing ("Echt, waarom is dat er nog niet? Er is toch niemand die vindt dat kinderen gemanipuleerd mogen worden tot ongezond gedrag?"), een gezonde schoolmaaltijd, voedselonderwijs.

Foodtruck met friet en cola
Seidell: "En gewoon, dat de overheid laat zien dat de gezondheid van de burgers ze aan het hart gaat door in publieke ruimtes geen ongezonde troep te verkopen. Het is toch ongelooflijk dat op scholen, waar we willen dat kinderen gezond opgroeien, nog steeds snoep- en frisdrankautomaten staan? En op de poli in het VUmc zag ik laatst een automaat met alleen zoetigheid en chips. En aanstekers. Wat voor signaal geef je dan?"

Paul van Velpen, scheidend voorzitter van de Amsterdamse GGD, ziet ook dat het belang van de zaak nog lang niet bij alle overheidsdiensten is doorgedrongen: "Bij het Over-Y College hadden we net de kantine op orde - gezond aanbod, frisdrank eruit - staat er ineens een foodtruck met friet en cola voor de deur."

"Wie heeft die vergunning dan gegeven? vraagt de directeur mij dan. Tja, daarbij speelt gezondheid dus nog geen rol. Dat kan anders! Of neem deze: de ­gemeente geeft kinderen uit arme gezinnen korting op het ov - waarom niet op een nieuwe fiets? Je moet een norm stellen als overheid en als school."

Maar naast die normen blijft het de vraag hoe ver de regering uiteindelijk komt met alleen normen en goede voorbeelden. Wat als het in het gezondheidsbelang van Nederlanders zou zijn om simpelweg minder te consumeren dan ze doen - ook als dat misschien slecht is voor de economie?

Kun je van bedrijven verwachten dat ze uit eigen beweging stoppen met iets dat zo rendabel is als het verkopen van ongezonde en laagwaardige, maar tegelijkertijd extreem aantrekkelijke en zeer winstgevende producten?

Voorlopig staat die olifant er nog steeds.

Lees ook de vorige afleveringen van Het Eetparadijs:

Bij groeiend overgewicht is de stad een grote verleider
Hoe de stad in 60 jaar dichtgroeide
Amsterdam CS lijkt op een snackbar met af en toe een trein
'Kinderen uit achterstandswijken vaker te dik'

Onderzoeksproject

Het Parool en Food Cabinet werken samen aan Het ­Eetparadijs: een journalistiek ­onderzoeksproject naar de voedsel­omgeving in Amsterdam. Dit is de laatste aflevering in Het Parool, kijk op Foodcabinet.org voor ­achtergrondinterviews, foto-, video- en audiomateriaal.

Dinsdag 28 maart is Het Eet­paradijs Live in Pakhuis de Zwijger. U kunt zich aanmelden via Dezwijger.nl. Toegang is gratis.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden