Wat is er over van de Nederlandse luchtvaartindustrie?

Met het faillissement van Fokker verdween een groot deel van de Nederlandse luchtvaartindustrie. Toch is er na twintig jaar nog evenveel werk in deze industrietak.

Een van de hangars van Fokker Aircraft Services in Woensdrecht, de onderhoudspoot van de voormalige vliegtuigbouwer. De 'garage' van het oude Fokker floreert nog steeds. Beeld anp

Met het faillissement van Fokker, twintig jaar geleden, werd gevreesd dat alle specialistische kennis verloren zou gaan. Dat is niet gebeurd. Nederland kan geen heel vliegtuig meer bouwen, maar de kennis van de vliegtuigbouw is op deelterreinen up-to-date.

Voor dat Fokker op 15 maart 1996 failliet ging - deze week twintig jaar geleden - werkten er bijna achtduizend mensen. In diezelfde zomer werden de gezonde delen van de fabriek met 2400 werknemers verkocht aan Stork. Deze bedrijven, Fokker Aerostructures in Papendrecht, Elmo in Woensdrecht, Services in Hoofddorp en Woensdrecht en Landing Gear in Helmond, kwamen vorig jaar onder de naam Fokker Technologies terecht bij het Britse GKN. Er werken ruim 5000 mensen, samen met andere uit Fokker voortgekomen bedrijven bijna evenveel als bij de vliegtuigbouwer in de laatste periode.

Volgens Henk de Groot, oud-Fokker-ingenieur die na het faillissement van de vliegtuigbouwer zijn eigen bedrijf ADSE begon, zijn veel onderdelen van het luchtvaartcluster overeind gebleven. "Als je het beziet over een periode van twintig jaar, gaat het niet slecht."

Luchtvaartfaculteit bloeit
Koploper is de TU Delft. De Groot zegt dat luchtvaartfaculteit nog nooit zo bloeiend is geweest als nu. "Dat komt omdat de universiteit een geïntegreerde opleiding met diverse disciplines levert. Afgestudeerden gaan over de hele wereld werken, bij de luchtvaartcentra als Toulouse en Seattle, maar ook bij Shell." De HBO-opleidingen in luchtvaart doen het ook goed.

De kennis van Fokker maakte Nederland op allerlei tereinen groot. Een goed voorbeeld is de ontwikkeling van 'glare' door Fokker Aerostructures, een aluminium-glasvezellaminaat dat op basis van de lijmtechniek van Fokker in 1993 werd ontwikkeld door de TU Delft. Het materiaal is sterk in verhouding tot het gewicht.

Industriepolitiek
De Nederlandse luchtvaartindustrie toont aan dat een sleutelindustrie nieuwe bedrijven en banen oplevert. Josef Molkenboer was de laatste ambtenaar van het ministerie van Economische Zaken die "industriepolitiek" bedreef en subsidies voor lange termijninvesteringen bepleitte.

Zijn rol was na het RSV-debacle, dat model stond voor de teloorgang van de Nederlandse scheepsbouw, uitgespeeld. Zo kwam de weg vrij voor het stoppen van allerlei overheidsinvesteringen in de industrie, maar ook voor het faillissement van Fokker en de verkoop van Hoogovens.

Ten tijde van het faillissement van Fokker waren er zorgen over het mogelijk verdwijnen van het hele luchtvaartcluster. Hoewel dat blijkt mee te vallen, ziet een deskundige die niet genoemd wil worden negatieve ontwikkelingen.

Zo hangen er volgens hem duistere wolken boven het Nederlands Luchtvaart Laboratorium (NLR). Dat werd voor een derde deel gefinancierd door de overheid, maar die investeringen lopen af. Een doekje voor het bloeden is dat het NLR opdrachten krijgt voor de ontwikkeling van de Chinese C919, een concurrent van de A320.

Positie RLD 'weg'
Voorts is de positie van de ooit zo machtige Rijksluchtvaartdienst (RLD), thans het ministerie van IL&T, weg. Een oud-Fokker-medewerker: "Je had de FAA in de VS, de CAA in de UK, en dan kwam de RLD. Europa liet alles opgaan in de EASA. Sindsdien is alles gedomineerd door Duitsers Engelsen en Fransen. Nederland speelt hoegenaamd geen rol meer."

Oud-Fokker-ingenieur Wim van Beinum, oprichter van het door het Britse Atkins overgenomen Nedtech, zegt dat de voormalige Nederlandse Fokkerbedrijven en de ingenieursbureaus lijden onder het besluit van Airbus voorlopig geen nieuwe vliegtuigen te ontwikkelen. "Zij moeten omschakelen naar andere markten."

Had het anders gekund? Fokker had gered kunnen worden met 500 miljoen gulden voor de fabriek, plus een miljard voor een leasemaatschappij. Het is niet gebeurd. Brazilië investeerde in dezelfde periode vijf miljard gulden om uit het niets een vliegtuigindustrie op het bouwen. Oude Fokkers worden momenteel vervangen door de Braziliaanse Embraers.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden