Theodor Holman Beeld Artur Krynicki

Wat herdenken we eigenlijk?

Plus Column

We dronken een biertje toen hij opeens zei: "De Tweede wereldoorlog is aan het verdwijnen."

"Hoezo?"

"Jouw dochter heeft nog je vader en moeder gekend die de oorlog hadden meegemaakt. Maar jouw kleinkinderen zien een opa die alleen wat verhalen vertelt."

Ik schudde mijn hoofd: "Niet alleen de verhalen. Er was ook een sfeer in huis die soms ondragelijk was. Een oorlogssfeer. Ik kan wel iets aan mijn kleinkinderen overdragen. Ik kan en zal ze duidelijk maken hoe erg die oorlog was."

"Maar niet meer uit de eerste hand. Ze zullen vriendjes krijgen uit bijvoorbeeld Syrië.
Die willen ook hun gevallenen herdenken. Ze duwen de Tweede Wereldoorlog straks naar de achtergrond. Wij ­herdenken de Eerste Wereldoorlog toch ook niet? De Tweede Wereldoorlog is niet vers meer maar al bijna oudbakken."

"Voor mij nog vers..."

"Tja... Maar wat herdenken we eigenlijk? Je ouders hadden oprecht verdriet om wie ze in de oorlog hadden verloren. Ze hadden ouders, broers en zusters bij wie de oorlog ook z'n sporen had achtergelaten. Bij jou was dat al minder. Bij je dochter daarna verminderde het ook. Bij je kleinkinderen zal het verdwenen zijn. Herdenken wordt dan een plicht. Zoiets als het herdenken van Leidens Ontzet. Het wordt folklore."

"Dat geloof ik niet," zei ik.

"Het is een ijzeren wet: alles wat wij belangrijk vinden verdwijnt. De korsten vallen van de wond. Bij anderen komen nieuwe wonden die een verband nodig hebben."

We zwegen even.

Toen zei hij: "Toen mijn ouders nog leefden, vond ik het vooral erg dat zij van dat hulpeloze verdriet hadden. Doden wek je niet meer tot leven en het schuldgevoel omdat jij nog leeft, kun je nooit vereffenen. Die onrechtvaardigheid, die machteloosheid kwetste ze steeds weer.

Wat moet je doen, wat moet je zeggen, wat moet je houding zijn om die doden te rechtvaardigen en dat schuldgevoel tegen te gaan? Ze wisten het niet, en ik weet het ook niet."

"De strijd tegen de vijanden in de Tweede Wereldoorlog was niet nutteloos," zei ik.

De kennis haalde zijn schouders op.

"Nee... Maar mijn ouders werden ouder. Ze hadden vrienden en familie verloren in de oorlog. Daarna verloren ze de nieuwe vrienden. Mijn broer stierf. Mijn moeder stierf en mijn vader vroeg aan mij: 'Waarom blijf ik leven en waarom heb ik geleefd?' Ik had geen goed antwoord."

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden