Plus

Wat heeft de stad aan een stadsbouwmeester?

Amsterdam krijgt weer een stadsbouwmeester. Die moet de kwaliteit van de bouw in de groeiperiode waarborgen. Sommige deskundigen zijn blij, maar anderen vinden het nergens voor nodig.

Amsterdam krijgt weer een stadsbouwmeester Beeld ANP

Wie houdt de kwaliteit in de gaten nu Amsterdam in hoog tempo woningen bouwt en gebieden ontwikkelt? Dat moet een stadsbouwmeester doen, heeft het nieuwe college besloten.

"In Amsterdam hoef je geen stadsbouwmeester aan te stellen," zegt Eric Luiten, voorzitter van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit in Amsterdam, voorheen welstand en monumenten. Hij is onafhankelijk adviseur van de wethouder en een van de drie meest uitgesproken deelnemers aan 'Het Grote Stadsbouwmeestersgesprek', woensdag in de Zuiderkerk. Het gaat goed met de bouwprojecten, vindt Luiten. De kwaliteit wordt prima gecontroleerd door wat hij noemt 'een gouden driehoek'.

Onafhankelijk
"Amsterdam bezit een goed ambtelijk apparaat," zegt Luiten. "Dat bouwt al jaren consciëntieus door. Verder steunt de stad op supervisie van mensen met een enorme reputatie."

Een derde pijler is Luitens eigen commissie. Luiten: "De coördinatie van de stadsontwikkeling en de bescherming van de stad en wat nodig is om alles in goede banen te leiden, verloopt goed."

Jeroen de Willigen, stadsbouwmeester in Groningen en directeur van architectenbureau De Zwarte Hond, ziet juist voordelen in het benoemen van iemand in die functie. "Belangrijk is dat de bouwmeester onafhankelijk is," aldus De Willigen. "Die deelt niet automatisch het standpunt van het stadsbestuur. Hij fungeert als het ruimtelijk geweten van de stad."

"Het gaat om een ontwerper die weer weggaat en expertise van buiten haalt. Elke organisatie raakt na verloop van tijd in zichzelf gekeerd. Dan heb je inspiratie van buiten nodig om je intellectueel te voeden. Er zijn grote vraagstukken: de energietransitie, wonen, de stedelijke drukte en het toerisme. Een stadsbouwmeester overziet het geheel."

De rol van bouwmeesters is veranderd, onderstreept Hilde Blank, 'stadsstedenbouwer' in Leiden, ook bouwmeester voor AM Concepts en eerder provinciaal bouwmeester van Noord-Holland, Overijssel en Brabant. Daarnaast is ze directeur van BVR Adviseurs in Rotterdam.

"De meeste mensen denken vol nostalgie aan Cornelis van Eesteren, de stedenbouwkundig ontwerper die als een bouwheer met zijn witte stofjas als een dokter over de stad waakt." Van Eesteren was de ontwikkelaar van de Westelijke Tuinsteden en hoofd van de afdeling stadsplanning van Amsterdam. "Mensen zien hem als een wijze man die wist wat goed voor de stad was. De positie van stedenbouwkundigen is inmiddels overgenomen door ontwikkelmanagers."

In de gaten houden
De oude stadsbouwmeester die de eigen dienst en de eigen supervisoren kan overrulen is volgens Blank niet van deze tijd. "Als alles goed gaat heb je geen stadsbouwmeester nodig. Toch kan de functie interessant zijn. Ambtenaren kijken vaak niet verder dan hun eigen plangebied. Iemand moet het geheel in de gaten houden en de samenhang met zaken als energie, mobiliteitsverandering en de relatie tot nieuwe gebieden."

Het Grote Stadsbouwmeestergesprek, 27 juni, Zuiderkerk. Organisatie: ­architectuurcentrum Arcam en de ­gemeente Amsterdam, 20.00 uur.

Een lange traditie

Nederland kent een rijke geschiedenis aan stadsbouwmeesters, die teruggaat tot de 16de eeuw. Hendrick de Keyser werd in 1595 stadsarchitect en stadssteenhouwer in Amsterdam. In die jaren ontwierpen stads­architecten nog zelf gebouwen.

De Keyser bedacht prominente gebouwen, zoals de Zuiderkerk. Een van de Amsterdamse bouwmeesters van de vroegste periode was Daniël Stalpaert (1615-1676). Ook andere steden kenden bouwmeesters, zoals Allert Meijer in de 17de eeuw in Groningen, en Willem Nicolaas Rose in 1893 in Rotterdam. Heel Europa kende bouwmeesters, zoals Ludwig Hoffmann die 20 jaar lang in Berlijn gebouwen ontwierp.

Bovendien profiteerden steden van een goede gemeentelijke dienst. De afdeling gebouwen van de Dienst der Publieke Werken van Amsterdam ontwierp veel panden in Amsterdamse Schoolstijl. De dienst fungeerde als architecten­bureau. Daarnaast had architect H.P. Berlage zijn eigen bureau.

Na de oorlog heeft Amsterdam nog twee stadsbouwmeesters aangesteld, Ben Merkelbach als eerste, in 1957. Toen zijn opvolger Christiaan Nielsen in 1967 stopte werd de functie definitief opgeheven omdat de bouwmeester nog slechts een onduidelijke adviesfunctie had.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden