Plus PS

Wat heb je aan een paar uur knuffeltherapie?

Een behandelaar die zijn cliënt aanraakt? Dat kan bij knuffeltherapie - geen misverstand: de kleren blijven aan. 'Een sessie kan vier, vijf, soms zes uur duren.'

Beeld Hisko Hulsing

"Van jong tot oud en van dames tot heren," beschrijft ­Carollyne Tjong Ayong (42), knuffeltherapeut, haar cliënten. Op de grote kussens in haar lichte knuffelpraktijk ­Lepeltje Lepeltje Knuffelsessies en Massages in De Pijp behandelt Tjong Ayong dagelijks een verscheidenheid aan mensen.

"Mensen die ­behoefte hebben aan aanraking en daar in hun dagelijks leven een tekort aan ervaren. Dat gaat van studenten met examenstress tot alleenstaande ouders, en van mensen met een traumatisch verleden tot mensen met een vorm van autisme. Maar ook gewoon de buurvrouw."

Een sessie begint eigenlijk al bij de voordeur: iedereen die binnenkomt, wordt begroet met een omhelzing. Daarna is er een kort gesprek, en ter inspiratie heeft Tjong ­Ayong een boekje met knuffelposities. Bij de populairste heeft ze een post-it geplakt. Een vast programma is er niet, en ook de duur van de sessies is variabel. "Een sessie kan een uur duren, maar ik heb ook sessies die vier, vijf, soms zelfs zes uur duren."

Tjong Ayong belt altijd even met nieuwe cliënten, om de wensen door te spreken, maar ook om misverstanden te voorkomen; knuffeltherapie is een ander soort intimiteit dan seks. De kleren blijven aan.

"Ik kan aan ­iemands stem vaak wel horen of diegene eigenlijk voor iets anders komt dan een knuffelsessie, en dan leg ik meteen uit dat er geen seks of erotiek bij komt kijken. Soms komen die mensen dan niet, en dat is prima. Voor dat soort intimiteit zijn er voldoende andere plekken waar je terechtkunt." Bij een knuffelsessie draait het om iets anders: "Aanraking, ­ontspanning en oprechte aandacht."

Lacherig
Het klinkt kinderlijk eenvoudig: knuffeltherapie. Iemand vasthouden kunnen we immers allemaal. Toen Tjong ­Ayong drie jaar geleden met haar bedrijf begon, zag ze via sociale media ook vaak lacherige reacties voorbijkomen. "Sommige mensen schreven: 'Ik doe het gratis, hoor!' Dan dacht ik: o ja, ook vijf uur lang? En als iemand heel hard moet huilen? Ik denk niet dat iedereen dat kan."

Een knuffel kun je misschien ook halen bij een goede vriend of een familielid, maar soms kan het juist fijn zijn om met iemand te knuffelen die je niet kent, zegt Tjong Ayong.

"Mijn theorie is dat er bij vrienden en familie soms een barrière zit, je hebt soms ruzie of een ingewikkeld verleden, en dan is het moeilijk je kwetsbaar op te stellen. Bij mij heb je dat allemaal niet. Vergelijk het met de psycholoog of psychiater, die vertel je ook makkelijker over je diepste zielenroerselen en zorgen dan je beste vrienden. Juist omdat die persoon niet bij je privéleven hoort."

Een knuffelsessie kan iemand helpen te ontspannen, en voor sommige mensen met bijvoorbeeld een traumatisch verleden kan knuffeltherapie een aanvulling zijn op ­gesprekstherapie bij een psychiater of psycholoog.

"Die mensen hebben vaak ook behoefte aan fysiek contact, maar dat kan niet in reguliere psychische behandelingen. Een psycholoog houdt zich aan professionele distantie, ik bied professionele nabijheid." Al heeft volgens Tjong ­Ayong iedereen behoefte aan aanraking: "We hebben het ­allemaal nodig, zonder aanraking gaan we dood."

De Oostenrijkse psychiater René Spitz (1887-1974) kwam naar aanleiding van zijn onderzoek eind jaren veertig tot eenzelfde conclusie. Hij vergeleek baby's die hun eerste jaar doorbrachten in een weeshuis, waar door de drukte weinig liefdevolle aandacht was, met baby's die opgroeiden bij hun (adoptie)moeder.

De eerste vier maanden ­gingen de groepen gelijk op, maar daarna zag Spitz fysieke verschillen en mentale ontwikkelingsachterstanden bij de baby's die weinig aandacht kregen. Ook overleed een derde van de geobserveerde baby's in het weeshuis.

Psychologische effecten
Naar aanleiding van het onderzoek van Spitz zijn er veel onderzoeken gedaan naar de noodzaak van aanraking. Recentelijk gebruikten onderzoekers van de universiteit van Carnegie Mellon een griepvirus om het gunstige effect van fysiek contact te onderzoeken.

Mensen werden gedurende een paar weken gevolgd en gevraagd hoe vaak ze op een dag fysiek contact met andere mensen hadden gehad. Vervolgens werden de proefpersonen in quarantaine ­geplaatst en blootgesteld aan een griepvirus. Degenen die hadden aangegeven vaak lichamelijk contact te hebben, bleken minder vatbaar voor het virus.

Beeld Hisko Hulsing

Maar aanraking heeft ook psychologische effecten, ­zegt Mandy Tjew-a-Sin (28), die aan de VU bezig is met het ­afronden van haar PhD-onderzoek naar het thema.

­"Fysiek contact werkt ontspannend en kan stress verminderen." De stof die daar verantwoordelijk voor is, is ­oxytocine, ook wel bekend als het knuffelhormoon. "Oxytocine zorgt ervoor dat je rustig wordt, maar ook dat je je verbonden voelt met anderen en je veilig voelt." Bij aanraking en streling van de zenuwen in de huid wordt de stof aangemaakt.

In haar onderzoek kijkt Tjew-a-Sin naar mensen die aanraking over het algemeen spannend vinden. Dat zijn ­bijvoorbeeld mensen die een onveilige hechting hebben gehad als kind, of mensen die weinig zelfvertrouwen hebben. Vaak ervaren ze wel een behoefte aan aanraking, maar tegelijkertijd vinden ze het eng.

Knuffelsessie
Zij hebben veel baat bij aanraking, ondervond ­de onderzoeker. ­"Zowel na zachte aanraking van een hand op de schouder, als de aanraking van een zachte stof, gaven ze aan zich veiliger te voelen." Op de langere termijn zouden deze aanrakingen ook 'stressbufferend' kunnen werken; een mechanisme waardoor je beter om kunt gaan met stressvolle situaties.

Hoewel Tjew-a-Sin zowel effecten zag bij menselijke aanraking als bij het aanraken van een zachte stof, is het volgens haar geen oplossing om bij behoefte aan intimiteit een grote teddybeer aan te schaffen. "Ik denk dat je beter op zoek kunt gaan naar waar het probleem zit, in plaats van een substituut te zoeken voor menselijke aanraking. Je kunt wel ter aanvulling van therapie bijvoorbeeld naar een massagetherapeut gaan." Of natuurlijk een knuffelsessie boeken.

Tjong Ayong herinnert zich nog goed een cliënt die ­eigenlijk een praktijkvoorbeeld is van het onderzoek van Tjew-a-Sin: een jongen met autisme, die veel moeite had met aanraking. "Hij had bovendien geen vriendin en dat vond hij heel jammer. Maar tegelijkertijd vond hij intieme relaties heel spannend, omdat hij niet wist wat er zou ­gebeuren als hij langdurig door iemand zou worden aangeraakt." Hij gebruikte haar sessies om te wennen aan aanraking en er vertrouwd mee te raken. "En daarna heeft hij een meisje ontmoet. Ik ben mijn cliënt kwijt, maar ik heb hem wel enorm geholpen. Daar doe ik het voor."

Eerste praktijk

In Nederland zijn er nog niet veel knuffeltherapeuten: Carollyne Tjong Ayong was de eerste die een knuffelpraktijk opende, in 2014. Inmiddels zijn er in Utrecht en Rotterdam ook plekken waar je terechtkunt voor een knuffelsessie.

Knuffeltherapie is een relatief onbekende vorm van ­therapie en is niet opgenomen in de zorgpakketten van verzekeraars. In Amerika en Engeland is de knuffelbusiness veel groter, in New York kun je zelfs een opleiding doen tot 'certified cuddler'.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden