Plus Reconstructie

Wat gebeurde er tijdens en na de fatale brand in Diemen?

Bij de brand op 19 juli in de studentenflat in Diemen, waarbij de 27-jarige David Swart om het leven kwam en vier anderen gewond raakten, zijn grote fouten gemaakt. Dat zegt brandexpert Fred Vos (73). Hij doet namens de nabestaanden van Swart eigen onderzoek naar de brand.

Bij een brand in Diemen is een dode gevallen en een ander raakte zwaar gewond. Overdag kwamen andere bezoekers zo nu en dan spullen halen en werd er onderzoek verricht. Beeld Maarten Brante

Het leek een overzichtelijke klus, de brand in de vroege ochtend van 19 juli op de ­begane grond van de paarse studentenflat aan de ­Rode Kruislaan in Oud-Diemen. De brandweer had het vuur drie kwartier na de eerste melding - die kwam om 03.39 uur - onder controle. Eén kamer werd volledig verwoest, maar de brand sloeg niet over naar de rest van de flat.

De brandweer bestreed het vuur, pakte in en keerde terug naar de kazernes. De hulpdiensten telden drie gewonden, onder wie één zwaargewonde. Andere bewoners werden ­opgevangen in het gemeentehuis; de flat was onbewoonbaar door rook- en roetschade.

Dat David Swart en zijn vriendin op dat moment nog in de flat waren, wist niemand. Wanneer het stel doorhad dat er brand was en ze moesten vluchten, weet ook niemand. Wel is duidelijk dat ze naar het centrale trappenhuis zijn gerend, dat zich meteen had gevuld met rook. De begane grond hebben ze nooit ­bereikt.

Pas in de loop van de ochtend, om 7.46 uur, werden de twee bij toeval gevonden door politieagenten die een ronde liepen door de flat.

Voor Swart - die werd gevonden op de elfde verdieping - kwam hulp te laat, hij stierf ter plekke. Zijn vriendin - die op de vierde verdieping lag - werd zwaargewond naar het ziekenhuis overgebracht en heeft dagen in coma gelegen.

Daags na de brand maakte de politie bekend een 24-jarige Amsterdammer te hebben opgepakt voor brandstichting; hij zit nog steeds vast. Nabestaanden van Swart vinden dat de rol van de brandweer, die hoe dan ook fouten heeft gemaakt, onderbelicht blijft.

Locoburgemeester Lex Scholten kondigde wel onafhankelijk onderzoek aan, maar komt er ook strafrechtelijk onderzoek? De nabestaanden hebben daarom brandexpert Fred Vos in de arm genomen. Na eigen onderzoek trekt hij conclusies die haaks staan op de officiële bekendmakingen tot nu toe. Een reconstructie aan de hand van vier aspecten: het brandalarm, de rookverspreiding, de brandveiligheid en de evacuatie.

Brandalarm

Meteen na de brand verklaarden bewoners dat in delen van het gebouw geen brandalarm was afgegaan. Sommige bewoners waren wakker geworden van een harde knal en hebben daarna hun huisgenoten gewekt. Woonstichting De Key liet het brandmeldsysteem uitlezen en concludeert aan de hand van dat rapport dat het systeem naar behoren heeft gewerkt. In de loggegevens staat immers dat op alle verdiepingen en in alle gangen rook is ­gedetecteerd.

Vos twijfelt niet aan de juistheid van de gegevens van het rapport. "Maar wat de loggegevens niet zeggen is of er ook echt een alarm te horen was. Er zouden controlerapporten moeten zijn van de brandweer waaruit blijkt dat deze systemen én speakers regelmatig zijn getest."

Volgens De Key wordt het brandmeldsysteem maandelijks gecontroleerd. De speakers worden daarbij niet getest. Ook opvallend, zegt Vos, is dat er twee minuten zitten tussen de eerste melding van brand en het alarmeren van de brandweer.

Zijn verklaring: "De meldinstallatie is naar een particulier beveiligings­bedrijf geschakeld, niet naar de meldkamer. Dat beoordeelt of er echt sprake is van brand en schakelt dan pas de meldkamer in. Ik snap ook wel dat ze dat doen om valse meldingen voor de brandweer te vermijden. Een nobel streven, maar het duurde daardoor twee minuten langer voordat de brandweer bij de flat was. Het late arriveren draagt per definitie bij aan de hevigheid van de brand."

Een woordvoerder van De Key ontkent dat er een particulier beveiligingsbedrijf tussen zit, maar die ­verklaring staat haaks op de ­loggegevens. Bizar, vindt Vos. "Het is gewoon een leugen. In hun eigen rapport staat iets anders dan deze woordvoerder beweert."

Rookverspreiding

Hoe kan het dat een brand op de begane grond een dodelijk slachtoffer maakt op de elfde verdieping? Daarvoor is de manier waarop de rook zich heeft verspreid van groot belang - die is Swart immers fataal geworden. Ruim een week na de brand kwam De Key op een bewonersbijeenkomst met een verklaring. De deur tussen het trappenhuis en de kamer op de begane grond waar brand uitbrak, zou eruit zijn geblazen door een explosie. Die deur zou er volgens brandveiligheidseisen voor moeten zorgen dat vuur en rook zich niet kunnen verspreiden.

Een explosie is een kwestie van overmacht, zegt ook locoburgemeester Lex Scholten. Vos noemt die verklaring 'pertinente onzin' en bestrijdt dat de deur er door een explosie uit is geblazen. "Ik ben in de ruimte geweest waar brand was en heb de deur naar het trappenhuis gezien. Die was zwaar aangetast door brand, maar mechanisch nog intact. De dranger is er bijvoorbeeld pas later afgehaald. Dat blijkt uit het feit dat er geen roetschade onder zit."

Vos denkt dat brandweerlieden de deur hebben geopend om de brand te blussen. "Het was de kortste weg naar de brandhaard, maar die deur had nooit geopend mogen worden, omdat de rook zich zo razendsnel kon verspreiden in het trappenhuis, dat ook als vluchtweg moet dienen."

Evacuatie

Hoe kon het gebeuren dat Swart en zijn vriendin nog in de flat waren? De brandweer liet om 05.11 uur weten dat de brand was ­geblust en de hele flat was ontruimd. Onmogelijk, want naast Swart en zijn vriendin waren nog meer bewoners in de flat achtergebleven. Rond 8.30 uur liep zelfs nog iemand de deur uit om naar zijn werk te gaan. Hij was door alle commotie heen geslapen en ook niet gewekt door de brandweer.

Een woordvoerder van de brandweer liet de volgende dag weten dat het geen protocol is om de deuren van alle appartementen open te breken als er op de benedenverdieping brand is geweest. "We kijken bijvoorbeeld goed waar de rook is geweest."

Vos vermoedt dat de brandweer de meldinstallatie van de flat niet heeft uitgelezen en dat dus niet is gekeken tot waar de rook zich heeft verspreid. "Uit de loggegevens blijkt ­namelijk dat de rook zich op alle verdiepingen heeft verspreid, dus hadden ze desnoods alle deuren moeten openbreken en zoeken naar mogelijke slachtoffers."

Locoburgemeester Scholten zegt de volgende dag dat de brandweer de brand heeft aangepakt als 'een relatief kleine brand'. Hij kondigt een onderzoek aan naar het handelen van de brandweer. Dat onderzoek wordt gedaan door het Instituut Fysieke Veiligheid (IFV), een partnerorganisatie van Brandweer Nederland, en is nog gaande.

Brandveiligheid

De meest voor de hand liggende vraag na een brand: voldeed de flat aan de veiligheidseisen? Eigenaar De Key zegt van wel. Vorig jaar is de flat onder handen genomen en zijn verschillende brandveiligheidsmaatregelen getroffen. Bewoners bevestigen dat. In het trapportaal en de gang hangen brandblussers, in de keuken ligt ook een blusdeken. Ook zouden er regelmatig mails worden gestuurd dat bewoners geen spullen in de gang mogen laten staan.

Fred Vos noemt de veiligheid in het gebouw 'derdewereldbrandveiligheid'. "Ik zou mijn kinderen er nooit laten wonen. Het begint al met de troep in de bergingen bij het trappenhuis. Daar liggen matrassen, dozen, bankstellen en andere afgedankte rotzooi.

Allemaal brandbaar materiaal dat nooit in een trappenhuis, dat als vluchtweg dient, mag worden opgeslagen. Na de brand zijn de bergingen plotseling opgeruimd. Drie keer raden waarom dat is ­gebeurd."

De ventilatie van het gebouw is volgens Vos ook niet in orde en zou hebben bijgedragen aan de snelle rookverspreiding. "Alleen de afvoer is centraal geregeld, de aanvoer komt via ventilatieroosters en kieren onder en naast de deuren. Dat betekent dat als je buiten de vluchtdeuren onzuivere lucht krijgt - zoals met de brand - dat die ook binnen terechtkomt. Dat is ook ­gebeurd in deze flat."

Nabestaanden

Een dag na de fatale brand in de flat heeft de politie een 24-jarige Amsterdammer opgepakt op verdenking van brandstichting. Hij zit nog steeds vast.

Esther Schoen, de moeder van de omgekomen David Swart, is blij dat de politie een verdachte heeft opgepakt, maar wil dat ook strafrechtelijk onderzoek wordt gedaan naar de rol van de brandweer en de gemeente Diemen. Toen ze aangifte wilde doen bij de politie, werd ze daarin voor haar gevoel ontmoedigd.

"De familierechercheur zei dat aangifte doen niet nodig was omdat er al iemand is opgepakt. Later werd ik door de officier van justitie opgebeld die dat nog eens benadrukte. Ik voel me daardoor geremd om aangifte te doen. Hoe weet ik nu dat ze ook gaan kijken naar de rol van de brandweer? Ik vind het heel vreemd en het voelt als intimidatie."

Schoen is vastbesloten om alsnog aangifte te doen. "Allereerst wil ik dat de onderste steen boven komt, maar ik wil ook dat hiervan wordt geleerd. Dit mag niet voor niks zijn gebeurd."

Het OM laat in een reactie weten dat er inderdaad contact is geweest tussen de officier van justitie en de nabestaanden van Swart, maar ontkent dat die de familie heeft afgeraden aangifte te doen.

"Wij hebben begrepen dat een agent heeft gezegd dat aangifte doen tegen de brandweer niet kan. Dat er alleen een klacht ingediend kan worden. Dat is onjuist. Er kan wel aangifte worden gedaan. Het is alleen niet nodig om aangifte te doen tegen de verdachte, want tegen hem loopt al een strafrechtelijk onderzoek."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden