Wat Amsterdam mist: Zoenzones

Schrijvers Jan Hoek en Renske de Greef verzinnen dagelijks een plan om de stad mooier te maken. Vandaag: zoenzones.

Beeld Renske de Greef en Jan Hoek

Een derde van de Amsterdammers vindt de aanblik van twee zoenende mannen aanstootgevend. Dat je het idee van twee zoenende mannen onsmakelijk vindt, kunnen wij ons beslist niet voorstellen. Dat je zoenende ménsen af en toe onsmakelijk vindt, snappen we daarentegen weer heel goed. Tongende mensen doen immers vaak denken aan een natuurdocumentaire. Een moedervogel die haar hongerige jongen voert, bijvoorbeeld. Of twee glimmende, traag parende naaktslakken.

Niet per se de beelden waarmee je wilt worden geconfronteerd wanneer je 's ochtends met een AH to go-croissantje naar je werk loopt. Daarom zou de stad verdeeld moeten worden in zoen- en niet-zoenzones. In de zoenzones mag iedereen zich helemaal uitleven. Daar spettert het spuug vrolijk in het rond en zijn de gloeiende wangen gehavend door schurende stoppelbaardjes.

In de niet-zoenzones heerst hygiëne en gepaste afstandelijkheid. Voor als je het net hebt uitgemaakt met je geliefde, iets te veel hebt gegeten of gewoon niet zo houdt van kijken naar opengesperde keelholtes. Maar onthoud: als je zelf wilt zoenen, moet je alle zoenende mensen accepteren.


Een tip? Mail naar wam@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden