Wat Amsterdam mist: een stadsparfum

Dagelijks een plan om de stad mooier te maken. Vandaag: een
stadsparfum.

null Beeld Renske de Greef en Jan Hoek
Beeld Renske de Greef en Jan Hoek

Het is het zintuig dat ons sterk beïnvloedt, soms zelfs zonder dat we het merken: reuk. We houden makkelijker van een te koop staand huis door de geur van verse koffie en denken terug aan onze opa en oma wanneer we boven een met sherryvlekken besmeurd Perzisch tapijtje hangen.

Supermarkten gebruiken vers-brood-parfum, geur-dj's proberen de feestvreugde te verhogen door energie opwekkende citrusgeuren over de dansende massa te vernevelen en in de Efteling hebben de Droomvlucht en de Fata Morgana hun eigen bloemige/kruidige parfum.

Terwijl er veel aandacht wordt besteed aan wat er in Amsterdam te zíén is, gaan we helemaal voorbij aan hoe de stad rúíkt. Elke wijk zou zijn eigen stadsparfum moeten krijgen. In het centrum ruikt het naar cederhout, in West naar rozen en in Oost naar appeltjestabak.

Bewoners en bezoekers zullen een hechtere band krijgen met een buurt ('Ik ruik kaneel! Och, De Pijp, ik mis je!'). En de geuren kunnen ook worden ingezet als manipulatiemiddel; om mensen af te schrikken (de Dam) of het juist extra aantrekkelijk te maken (een nieuw huizenblok naast de A2).

Heeft u een tip voor de schrijvers van deze rubriek? Mail naar wam@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden