Column

'Was ik maar vuilnisman of -vrouw geworden'

James WorthyBeeld Agata Nowicka

Als ik de vuilniswagen onze straat in hoor rijden, loop ik steevast even naar het raam toe. En dan kijk ik naar hoe drie mannen de wagen voeren. Ze voeren de wagen die alles lust, maar ze weten wat zijn lievelingskostje is. Donkergrijs.

Als ze de wagen blijven verwennen, mogen ze voor altijd op zijn rug meevliegen. De vuilnismannen zijn Bastiaan en de wagen is Falkor de geluksdraak.

Aan de overkant van de straat plukt een man wiens dreadlocks tot aan zijn stuitje komen drie zakken van de stoep en gooit deze met een boogje het prachtige gekauw in.

Hij draagt een zonnebril en een fluore­scerend hesje. Met een glimlach plukt hij de straat schoon. Zijn gouden tand schijnt gaatjes in de bewolking die boven de stad hangt. Ik kijk naar hem en fluister tegen het raam dat ik die man wil zijn.

Mijn hele leven lang zie ik vuilniswagens door de stad rijden en nog nooit heb ik een ontevreden gezicht kunnen ontdekken. Niet in of aan de wagen. Volgens mij zijn vuilnismannen en -vrouwen de gelukkigste mensen op aarde.

Vorige week zag ik ze op de Martelaarsgracht in de stromende regen aan de witte geluksdraak hangen. Ze hingen in de onmetelijk stank van uw en mijn afval, maar ze droegen de walm als een driedelig pak.

Toen reed er een tram voorbij. Een tram vol mensen die onderweg naar hun werk waren. Ze keken met ogen vol afgunst naar de vuilnismannen. Ze keken precies zoals ik altijd naar vuilnismannen kijk. "Was ik maar vuilnisman of -vrouw geworden," zag je ze denken.

We willen allemaal, nee, we moeten allemaal het onderste uit de kan halen, maar niemand heeft ons ooit verteld dat het leven een bodemloze kan is.

Het diepste wat een mens kan proeven, heeft meestal een bittere nasmaak. We willen allemaal de top bereiken. De beste zijn in dat wat we het beste denken te kunnen. We lopen op de tenen, maar hebben ons nog nooit zo klein gevoeld.

Zo zal ik naar alle waarschijnlijkheid tot mijn 88ste columns moeten blijven schrijven. Iets wat ik overigens met alle liefde en overgave zal doen, maar soms wil ik ook gewoon een vuilniszak in een geluksdraak kukelen.

Soms wil ik de straat schoon plukken met twee hesjesdragende collega's die een bijnaam voor me hebben verzonnen.

De Fazant of zo. Ik wil een oude televisie met een gebarsten scherm in de open achterkant van de wagen gooien. En ik wil een high five van mijn collega's krijgen omdat ik die televisie wel heel mooi gooide. Mooier dan ze ooit hadden gezien.

Als ik door het raam naar buiten kijk, droom ik van een wereld waarin alle jongens en meisjes vuilnisman willen worden. Gewoon omdat ze het allemaal kunnen worden.

Zie ze eens hangen. De berijders van de geluksdraak. Ze maken de straten schoon en de stad gelukkig. Zie ze eens hangen. Met hun handschoenen.

Ik kwam Batman ooit een keer tegen op een stripbeurs in Rotterdam en ik vroeg aan mijn favoriete superheld waarom hij eigenlijk handschoenen draagt.

"Omdat vuilnismannen handschoenen dragen. Zie het als een eerbetoon," zei hij, terwijl hij zijn plastic gezichtsmasker rechtzette.

De in Amsterdam geboren en getogen schrijver James Worthy (1980) probeert in zijn columns iets van het leven te begrijpen. Lees al zijn columns hier terug.

james@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden