Wanneer ik mijn privacy opgeef, geef ik eigenlijk niets op

PlusTheodor Holman

Wat ik moeilijk vind aan die corona-apps, is het volgende. Ik was voor privacy en wilde door de overheid niet gecontroleerd worden. Dat er overal camera’s hangen, vind ik al vervelend. Dat Facebook alles van me weet, is naar. Het behoud van je privacy hangt aan de kapstok van je vrijheid.

Met dat coronavirus speelt er iets anders: wil ik nog een tijd blijven leven, dan is het verstandig dat ik mijn vrijheid voor een flink gedeelte opgeef.

Ouderdom hecht niet meer zo aan vrijheid. Ik hecht aan mijn familie. De laatste tijd ­spoken de verschrikkelijkste ­beelden door mijn kop – ik heb toch weinig anders te doen – van wat ik tegen wie ga ­zeggen als ‘het’ zover is, tot wanneer zeg ik tegen een aardige arts: het is nu genoeg geweest?

Ouderen – en ik zit in de gevarenzone – hechten niet meer zo aan vrijheid, omdat ze er steeds minder mee kunnen doen. ­Wanneer ik mijn privacy opgeef, geef ik eigenlijk niets op. In mijn telefoon staan al de geneesmiddelen die ik slik. De conversaties in mijn WhatsApp staan vol met:

‘Hoe is het met de kinderen?’ 

Mijn geheimen betreffen mijn angsten en mislukkingen. Maar privacy gaat niet om mij, maar om anderen. Mijn jongere omgeving moet vrij zijn om te doen wat ze wil met vrijheid. Als zij tegen die apps zijn vanwege hun privacy, dan ben ik dat ook.

Maar toch, een vraag.

Wanneer je vrij bent, heb je dan ook niet de plicht je ethische vagen te stellen over de ander? Hoort dat niet bij vrijheid? Ik denk aan mijn kinderen, maar zij behoren ook aan mij te denken. Is het niet tevens hun taak mij te beschermen, en dienen zij daarom niet domweg mee te doen met die app en hun ­privacy even aan de wilgen te hangen? Ze hoeven dat niet te doen, maar het is wel een vraag die zij voor zichzelf moeten beantwoorden.

Denk ik aan hoe ik vroeger was, dan was mijn doodsangst niet minder groot dan nu, maar wel minder gerechtvaardigd.

Als ik net zo oud word als mijn vader, heb ik nog zo’n vierduizend dagen te leven. ­Worden mij die gegund? Ik heb daar een vorm van solidariteit voor nodig. Krijg ik die?

Het is zo’n vraag waardoor ik mijn plafond goed ken.

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden