Column

Waarschijnlijk ben ik die 'en zo' zelf

Femke van der LaanBeeld Oof Verschuren

De kleur van de nagellak op mijn tenen past niet bij de kleur van de keukenvloer. Donkerbruin en donkergrijs. Het had gekund, toch werkt het niet. Het was me eerder nog niet opgevallen, maar nu zit ik op de grond naast de vaatwasser en zie ik het van dichtbij. Ik wrijf over mijn scheen die allang geen pijn meer doet.

"Red je het alleen? Met drie kinderen, en zo?" Het is me gisteren nog gevraagd. Soms wil ik een vraag terugstellen. Wie die 'en zo' dan is. Of wat. Maar waarschijnlijk ben ik het zelf. Drie kinderen en jezelf. Red je het alleen?

Het is een vraag naar het praktische. Naar een huishouden. Het gaat over alle ballen in de lucht houden, organiseren, regelen. Eten en schone kleren. Eten en schone kleren. Eten en schone kleren.

Ik kijk naar de borden en pannen in de vaatwasser. Het bestekbakje ertussen. De glazen erboven. Drie voor water, een voor thee. We aten curry gisteravond. Groene. Ik red het best alleen.

Dat vertel ik dan ook. Het marcheert allemaal. Ik was het al gewend. De kinderen helpen veel. Het is maar een huishouden. Het gaat vanzelf. We eten. We dragen schone kleren. Ik buig mijn rechterarm om mijn spierbal te laten zien; kijk, zo sterk ben ik. De grootste spierbal van Amsterdam. Ik red het best alleen.

Meestal ruim ik de vaatwasser nog 's avonds uit. Gisteravond niet. Toen wilde ik naar bed, meteen na de kinderen. De vijf minuten die het vraagt om servies en pannen in de kast te zetten, waren er vijf te veel. Ik had het weer gered alleen. Met drie kinderen, en zo.

Als ik de borden naar hun plek zou brengen, zou ik de avond zien zitten. Starend vanaf de bank, fluisterend: red je het alleen? Ik wilde onder de dekens, daar was alleen de nacht. Die staart niet en stelt geen vragen.

Mijn hand wrijft nog steeds over mijn onderbeen. Ik kijk weer naar het donkerbruin van mijn nagels en het donkergrijs van de keukenvloer.

De dag was nog maar net begonnen. De vaatwasser was nog maar net open. De waterglazen stonden nog maar net op hun plek. Toen liep ik tegen de klep van de vaatwasser aan. Mijn 'auw' sloeg dood in het nog slapende huis.

Eigenlijk deed het helemaal niet zo veel pijn. Toch was ik op de grond gaan zitten. Naast de vaatwasser. Ik red het alleen. Met drie kinderen, en zo. Ik zit alleen even op de keukenvloer naast de vaatwasser.

Als mijn ogen vollopen, blijken de donkere kleuren van mijn nagels en de vloer toch bij elkaar te passen.

Femke van der Laan (39) schrijft wekelijks over haar leven in de stad na de dood van haar echtgenoot Eberhard, de burgemeester van Amsterdam die op 5 oktober 2017 overleed.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden