Column

Waarom wil ik dat eigenlijk niet? Omdat ik niets wil

Theodor Holman Beeld Wolff

Bloem doet haar eerste stapjes achter een apparaat dat ik het beste zou kunnen omschrijven als een babyrollator.

''Zo beginnen we dus en zo eindigen we,'' zegt oma Marijke.

Inderdaad. Steeds meer leeftijdgenoten lopen achter zo'n godvergeten kloteding en zijn daar ook nog eens enthousiast over. ('Hartstikke handig, ook met boodschappen doen, ik leg gewoon alles in dit mandje.')

Het sluiten van de cirkel gebeurt soms met een versnelling die mijn humeur te veel aantast; de pagina's die vroeger door mijn vrienden werden volgeschreven, worden nu gevuld met hun overlijdensadvertenties, en als ik wel eens aan mijn kleinzoon een oud fotoalbum laat zien, is op de verkleurde foto's zelfs de jarenzestiggezelligheid overleden.

"Wie zijn dat, opa?" Ik vertel het, maar ook de herinneringen die erbij horen, lijken zo zwaar geworden dat ik ze niet meer in mijn geest naar boven kan halen.

"Dat meisje heette... Annie... nee, Ellie... nee, Els... ja. Els... die woonde bij opa in de straat..."

Ondertussen rollatort Bloem verder.

"En wie zijn dit, opa?"

"Dat zijn opa en mijn opa en mijn oma en mijn vader en die andere mensen zijn..." Ik heb geen idee. Ik weet alleen dat die man en vrouw in 1962 zijn omgekomen bij een verkeersongeluk. Tien jaar geleden wist ik hun namen nog.

We horen een boem. Bloem valt voor de zoveelste keer, maar ze wil absoluut lopen. Ze is volhardend.

We gaan naar het grasveldje buiten.

Ik probeer de bal niet mee te nemen, want opa heeft geen zin in voetballen.

"We nemen de bal mee, dan kunnen we voetballen," hoor ik.

Waarom wil ik dat eigenlijk niet?

Omdat ik niets wil. Ook zoiets. Soms wil ik zelfs niet zitten of liggen.
De andere opa's en oma's ­nemen afscheid - hun dienst zit erop - en nu pas begint de mijne.

"Als ze alleen loopt, stuur dan even een foto of filmpje rond in de groepsapp."

Ik beloof het.

Er was een smalfilmpje waarop mijn opa mij leerde lopen; mijn handjes om zijn vingers en, hoewel er geen geluid bij was, kan je opa's mond horen zeggen: "Nu alleen..."

Ik pak Bloem, til haar op - beter gezegd: ik breng haar in balans - laat haar mijn vingers grijpen en we lopen.

"Nu alleen!" Ik haal één vinger weg.

Ze wankelt, ik vind het eng, maar ik haal toch die tweede vinger weg.

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool.nl.