PlusAchtergrond

Waarom we massaal huidhonger hebben

Door de maatregelen tegen corona raken we elkaar niet of nauwelijks aan. Hierdoor ontstaat bij sommige mensen ‘huidhonger’: de intense behoefte aan lichamelijk contact. ‘Aangeraakt worden is een primaire levensbehoefte.’

Juist in deze tijd hebben mensen behoefte aan intermenselijk contact. Beeld Jet van Gaal

‘Ik realiseer me dat ik inmiddels bijna twee maanden geen ander mens heb aangeraakt en mis opeens heel erg het gevoel van een omhelzing.’ De tweet die de Amsterdamse Kim Grewer (37) verstuurde, leek op wanhoop, maar was feitelijk niet veel meer dan een droge constatering. Een constatering die niet klopte bovendien. “Twee maanden was wat overdreven, die lockdown is er pas een maand,” licht Grewer ­later toe. “Je raakt het besef van tijd kennelijk een beetje kwijt als je zo lang binnen zit.”

Grewer is geen ‘overdreven aanrakerig type,’ vindt ze zelf. “Er zijn hooguit tien familieleden, vrienden en collega’s die ik regelmatig een knuffel geef.” De afgelopen weken, die de vrijgezelle Grewer thuis doorbracht, groeide de behoefte aan fysiek contact. Niet in seksuele zin, maar juist de alledaagse aanraking. “De arm om je schouder van een vriendin, de knuffel met je ­ouders, iemand op kantoor die je even aanraakt. Ik had nooit gedacht dat ik dat zou missen.”

Een verbod op het schudden van handen was een van de eerste maatregelen die het kabinet nam om de verspreiding van het coronavirus tegen te gaan. Dat ging wat lacherig, met premier Mark Rutte en RIVM-baas Jaap van Dissel die ­elkaar na afloop van de persconferentie per ­ongeluk toch een hand gaven, maar inmiddels scharen we de ban op handen geven bij de vele abnormaliteiten van het nieuwe normaal.

Naast het korte moment van fysiek contact bij de begroeting zijn ook andere vormen van niet-seksuele aanraking niet meer mogelijk in de 1,5 metersamenleving. De hand op de schouder als iemand het moeilijk heeft, de klap op de rug bij een schaterlach, de high five na een knappe prestatie: mag allemaal niet meer. Wat doet dat met een mens?

Levensbehoefte

De vraag breder gesteld: wat doet dat met een primaat? Bioloog en primatoloog Frans de Waal deed hier onderzoek naar. “Fysiek contact is ­altijd belangrijk voor de primaten. Ze vlooien ­elkaar, spelen, zitten vaak tegen elkaar aan,” legt De Waal uit. “We weten ook dat het stresshormoon cortisol daalt en het ‘knuffelhormoon’ oxytocine stijgt als gevolg van contact. ­Lichamelijk contact wordt dan ook gebruikt in verzoeningen en natuurlijk tussen moeder en kind. Als een jonge aap ergens van schrikt of een ruzie heeft verloren, dan rent ie naar moeder om een tepel in de mond te nemen en tegen haar aan te zitten, hetgeen kalmering brengt.”

Huidhonger, zo wordt deze hunkering naar ­fysieke intimiteit ook wel genoemd. De afgelopen jaren won de term aan populariteit. Begin dit jaar verscheen er een korte documentaire op 2Doc die Huidhonger heette, eind deze maand komt er een boek uit met dezelfde titel, van schrijfsters Gemma Boormans en Esther ­Cohen. Het eerste hoofdstuk begint met: ‘Wanneer je wordt aangeraakt, geaaid en gestreeld, doet dat iets met je geluksgevoel. Je voelt je lijf, je voelt dat je bestaat! Aangeraakt worden is een primaire levensbehoefte. Het is een van de belangrijkste middelen tot contact vanaf ons vroegste bestaan.’

Niet voor niets wordt geadviseerd om direct na de bevalling een baby ‘huid-op-huidcontact’ met de ouders te laten hebben. Fysiek contact vervult, hoe kort en terloops ook, tevens een ­belangrijke functie in het maatschappelijk ­verkeer. Het schept een band, creëert een gevoel van ‘samen’. Volleyballers raken elkaar na elk verloren of gewonnen punt even aan, dat moment is belangrijk voor het groepsproces. Overigens zit hier wel een culturele component aan vast, zei oud-international Manon Flier in een interview met RTL Nieuws. “In Japan doen ze het anders, daar rennen ze rondjes na elk punt. Heel vreemd, ja, maar toen ik er speelde, deed ik gewoon mee, want iedereen uit het team deed het.”

Exitstrategie

Het boek Huidhonger van Boormans en Cohen gaat over het belang van aanraking in perioden van rouw, maar werd door de actualiteit ingehaald. In allerijl voegden ze een kort hoofdstuk toe over de coronacrisis en het daarmee gepaard gaande gebrek aan fysiek contact. ‘In tijden van corona staat aanraking voor ons allemaal op rantsoen. Pas nu valt op hoe vanzelfsprekend het was: elkaar een hand geven, een kus, een high five… Zelfs de kleinste toevallige aanraking deed ons al goed.’

Bij het afbouwen van de coronamaatregelen gaat het voornamelijk over het heropenen van de scholen, het weer op gang krijgen van de economie. Maar wanneer gaan we elkaar weer aanraken? Worden de hand, de boks en de ‘hug’ voorgoed verbannen als begroetingsritueel? Zien we de ander voortaan allereerst als poten­tiële besmettingsbron, als iets waarvan je zo veel mogelijk afstand moet houden?

Boormans en Cohen hopen van niet. “Het verbod op lichamelijk contact moet niet in ons systeem gaan zitten,” vinden zij. “Als deze crisisstorm is gaan liggen, moeten we weer leren om elkaar te durven aanraken.” Ook Grewer moet er niet aan denken, een wereld zonder aanraking. “Dat handenschudden kan ik nog wel missen, maar omhelzingen mis ik echt. Misschien mag je straks alleen mensen die immuun zijn omhelzen. Dat zou al heel wat schelen…”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden