Plus

Waarom je tandenborstel met je mobiel moet praten

Een babyfles die met de verlichting in huis communiceert, kan eraan bijdragen dat de gezondheidszorg niet overbelast raakt, zegt Liat Ben-Zur van Philips.

Beeld Philips

Ze krijgt een pakje papieren zakdoeken toegeschoven. Liat Ben-Zur is net terug uit de VS. "Altijd als ik na een reis in Nederland terugkom, slaan mijn allergieën toe."

Reizen doet deze 'verbindingsofficier' van Philips permanent. Haar taak als vicepresident van het bedrijf is alle afdelingen van het concern - of die zich nu bezighouden met ziekenhuisapparatuur, huishoudelijke apparaten, huidverzorging of keukenapparatuur - met elkaar in verbinding te brengen. Letterlijk. "Het gaat er niet om apparaten te maken en dozen te schuiven," zegt ze op de bovenste etage van de Breitnertoren bij het Amstelstation. "Het gaat erom een wereld te creëren waarin producten betekenisvol met elkaar worden verbonden."

Op de vraag waar de grenzen van zo'n verbonden digitale wereld liggen zegt ze hintend op haar gesnotter. "Philips maakt stofzuigers, maar ook luchtreinigers. Laat die onderling communiceren, zodat de reiniger aanslaat als je gaat stofzuigen, waardoor opwaaiend stof wordt weggefilterd."

The internet of things (IOT), het internet van dingen, is de sleetse term voor de nieuwe generatie apparaten en toepassingen die kunnen communiceren via het web, met apps en onderling. Zoals thermostaten van de centrale verwarming die via een app zijn te bedienen en fitnesshorloges die de prestaties van de drager bijhouden of - om bij Philips te blijven - een babymelkflesje dat digtaal de drinkprestaties van de kleine peilt.

En ja, dat klinkt ook raar, een wifimanchet voor een flesje dat niet alleen de temperatuur, de genuttigde hoeveelheid en het tempo waarin de melk wordt geconsumeerd in de gaten houdt, maar desgewenst ook wifilampen - ook van Philips - dimt, zodat een ontspannen omgeving ontstaat voor de slurpende kleine en zijn ouders. "Het zal niet iedereen aanspreken," zegt Ben-Zur, "maar het effect is klinisch aangetoond."

Simpelweg een apparaat aan internet hangen of aan een app knopen, maakt het nog niet slim, zegt de Amerikaanse die sinds haar jaren bij chipgigant Qualcomm regelmatig opduikt in lijstjes veelbelovende digigoeroes. "Te veel toepassingen eindigen bij het verzamelen en tonen van data. Maar ik wil niet zien dát mijn baby huilt, ik wil weten waarom."

Een wififles klinkt volgens haar al niet meer zo vreemd als de gegevens die je daarmee verzamelt, combineert met die van de koortsthermometer, de weegschaal en de babymonitor. "Zodat niet alleen jij veel beter inzicht krijgt in hoe je kind zich ontwikkelt, maar ook de arts veel beter wordt geïnformeerd."

Medische kennis
Dat vergt medische kennis en daar komt Philips' vooraanstaande positie als toonaangevende fabrikant van medische apparatuur goed van pas. "Een dokter kan niets met de hartslag die je smartwatch meet, omdat hij geen idee heeft of die klopt. En niemand weet of al die grafiekjes die een fitnessapp laat zien wel deugen. Dat kan alleen als zulke toepassingen met medici worden ontwikkeld en door toezichthouders worden gereguleerd en goedgekeurd."

Dat heeft een keerzijde: Philips is zelden de eerste met nieuwlichterij. "Al onze apparatuur is getest en goedgekeurd. Dat vergt tijd. Maar alleen deze route maakt toepassingen en hun gegevens voor medici betrouwbaar. Dat we daarmee achterlopen bij apparaten die niet worden goedgekeurd en daardoor veel sneller gelanceerd worden, accepteren we."

Brede acceptatie is onvermijdelijk
Zo introduceerde Philips pas vorig jaar zíjn smartwatch. Die meet de hartslag en kan ook als fitnesstracker worden gebruikt, maar dan met medisch onderlegde resultaten tot gevolg. Daardoor kan het klokje - indien nodig -de dokter informeren.

Maar deze Health Watch kan ook worden gebruikt om het herstel na een ingreep te bespoedigen met oefeningen en een afgebakend voedingspatroon. Of voor gedragsveranderende cursussen, inclusief aanmoedigend toezicht.

Ben-Zur erkent ook dat het tijd zal kosten de medische wereld en consumenten te overtuigen van de toegevoegde waarde van Philips' apparaten. Maar brede acceptatie van persoonlijke, onderling verbonden medisch waardevolle apparatuur is volgens Ben-Zur onvermijdelijk om de gezondheidszorg overeind te houden. "Door de groei van de wereldbevolking, de vergrijzing en de mondiale opkomst van de middenklasse neemt de druk op zorgsystemen enorm toe. Er komen méér welvaartsziekten, méér ouderdomsaandoeningen. De huidige zorgstructuren kunnen dat niet aan."

Digitaal toezicht kan de druk verlagen. "Iemand na een ingreep steeds weer terug laten komen voor controle is overbodig als je hem thuis monitort, de gegevens automatisch beoordeelt en pas ingrijpt als er iets aan de hand is."

Liat Ben-Zur.

Dat werpt een andere barrière op: privacy. In Duitsland heeft Philips onlangs een proef met verzekeraar Allianz afgerond. Wat weerhoudt Allianz ervan met Philipsapparaten het gedrag van klanten te monitoren en hen te beboeten voor een ongezonde levensstijl? Ben-Zur: "Onafhankelijk toezicht en strenge regels."

"Ook voor verzekeraars en verzekerden is het van levensbelang zorgkosten in de hand te houden. Als je door gerichte adviezen en zorg voorkomt dat kosten uit de hand lopen, is dat ook voor verzekerden belangrijk. Maar zodra je gaat bespioneren en straffen, is het afgelopen. Dan gebruiken mensen toepassingen niet meer."

"Ik begrijp die weerstand niet zo goed. Consumenten vinden het doodnormaal dat apps grote hoeveelheden data over hun gedrag, gezondheid en dagelijks leven genereren, zonder dat ze weten waar die data terecht komen en wat er mee wordt gedaan."

"Iedereen weet toch dat die advertenties bij Google ook gebaseerd zijn op de inhoud van je Gmailtjes? Het lijkt me waardevoller dat ik gegevens deel die mijn leven kunnen redden, dan voor advertenties van Google."

Nog maar het begin
Philips heeft zich de afgelopen jaren, als ware het een natte jas, van alle activiteiten ontdaan die het concern groot hebben gemaakt. Om zich te concentreren op die ene rol: medische apparatuur voor ziekenhuizen en zorginstellingen.

Eén vreemde eend bleef: de tak die keukenapparatuur en verzorgingsapparaten maakt. Bewust. Als een paard van Troje om nieuwe toepassingen in de consumentenwereld te introduceren en als springplank voor verbonden apparatuur met een medisch, dan wel een gezondheidstintje.

We staan volgens Liat Ben-Zur nog maar aan het begin van een wereld waarin alles digitaal met elkaar is verbonden. "Wij maken producten die twee, drie keer per dag letterlijk in aanraking komen met mensen. Apparaten voor in je mond, op je huid of apparaten waarmee je je voedsel bereidt of je huis schoonmaakt."

Zoals de bluetoothtandenborstel die het concern vorig jaar lanceerde. Nu nog met een app die poetsprestaties bijhoudt, binnenkort ook met de mogelijkheid de resultaten af te meten aan de hand van de hoeveelheid bacteriën in je mond. "Daar kunnen tandartsen en mondhygiënisten mee aan de slag. Zo hoeven mensen alleen nog bij hen langs te komen als het echt nodig is."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden