Amsterdam Elders

Waarom het centrum van Colombo naar een Amsterdammer is vernoemd

De Amsterdamse veldheer Gerard Hulft vocht in 1656 voor de verovering van Colombo. De herinnering aan Hulft leeft voort in de naam van het juridische centrum van Sri Lanka.

Gerard Hulft voor de keizer van Ceylon Beeld Collectie Rijksmuseum

Olifanten en trompetters begeleidden de stoet waarmee de Amsterdammer Gerard Hulft op 8 april 1656 naar het paleis van koning Rajasinga van Kandy kwam, in Reygamwatte, ten zuidoosten van Colombo.

Hulft boog diep voor de vorst op zijn hoge troon, die was behangen met kostbare stoffen. Rajasinga wenkte hem dichterbij. Twee uur lang sprak Gerard Hulft de koning daarna toe. De Nederlanders waren bondgenoten van Rajasinga.

Onder de indruk
Hun gezamenlijke vijand waren de Portugezen, die delen van Ceylon - het huidige Sri Lanka - in handen hadden. Als de Nederlanders hen zouden verdrijven, zouden ze het monopolie op de handel met het eiland krijgen. Daar waren vooral veel kaneel te halen, en parels, katoen en olifanten. Het zuidelijke Galle was al van de Nederlanders, en nu wilden ze ook Colombo innemen, in naam van koning Rajasinga én van de Verenigde Oost-Indische Compagnie. Gerard Hulft leidde de veldtocht.

De koning was onder de indruk van Hulfts welsprekendheid, zijn hoffelijke houding en zijn heldenmoed. Hij liet hem zijn hand kussen en hing daarna zijn eigen gouden halsketting om Hulfts nek. Hij gaf hem ook een van zijn ringen en een gouden kousenband die zijn zoon gedragen had. Hulft bood de vorst namens de VOC prachtige geschenken aan - Perzische paarden, jachthonden, sandelhout, een zilveren schaal en goudlaken - en bovendien vijftien vaandels die hij veroverd had op de Portugezen en die hij demonstratief door het stof liet slepen. Daarna haastte hij zich terug naar het legerkamp.

Barricade op zee
Gerard Hulft was een geboren en getogen Amsterdammer. Hij was eind 1621 gedoopt in de Oude Kerk, de jongste zoon van een bierbrouwer aan de Geldersekade. Hulft was opgeleid tot jurist en was secretaris van de stad geworden, maar daarvoor bleek hij zowel te integer als te avontuurlijk te zijn.

Hij had gevochten in de oorlog tegen de Engelsen en was daarna naar de Oost vertrokken. Vlak daarvoor had zijn vriend Govert Flinck nog zijn portret geschilderd. Hulft was niet lang in Batavia of hij had zich al opgeworpen om de verovering van Colombo te leiden.

Verlaten stormladders
Aan het hoofd van een vloot van elf schepen was Gerard Hulft half september 1655 op Ceylon aangekomen. In november deed hij een poging de vesting Colombo in te nemen, over land en vanaf zee. Het mislukte jammerlijk. Een van de schepen verging, en aan land vlogen de Portugese kogels de mannen die de stormladders tegen de muren moesten plaatsen, om de oren. Er vielen honderden doden en gewonden, en de mannen die erin slaagden Colombo binnen te dringen, werden gevangengenomen.

Toen Hulft wilde helpen bij de inmiddels verlaten stormladders, trof een musketkogel hem in zijn linkerdij. Er volgde een maandenlange belegering. De Hollanders groeven zich in rondom Colombo, en hun schepen zorgden voor een barricade op zee. De Portugezen stuur- den alle Singalezen de stad uit om de beperkte voedsel- voorraad te sparen, maar Hulft liet ze terugdrijven. Koning Rajasinga stuurde hem intussen de ene uitnodiging na de andere en in april ging Hulft bij hem op audiëntie.

Boven de stellage
Rechterschouder De dag na zijn terugkomst, op 10 april 1656, inspecteerde Gerard Hulft 's avonds de belegeringswerken. Vanuit een houten stellage hakten zijn mannen in op de vestingmuur, en Hulft hielp mee. Toen de Portugezen vanaf de muur brandend hout en pek op de stellage gooiden, vatte die al snel vlam.

Bij een poging het vuur te doven waagde Hulft zich even boven de stellage. Meteen schreeuwde hij het uit. Hij was geraakt door een kogel en zat onder het bloed. Zijn mannen hielpen hem naar een veldbed, waar hij nog één zucht slaakte en stierf.

Colombo
Toen het nieuws koning Rajasinga bereikte, liet die zijn kamers met donkere stoffen bekleden en beval hij iedereen zich in rouwgewaad te hullen. Hij stuurde afgezanten naar de plek waar Hulft gesneuveld was; ze kropen er op hun knieën naartoe en namen een handvol aarde mee. Drie afgezanten weeklaagden over het lijk, dat de Hollanders met bloemen en vruchten hadden opgetuigd. Het lichaam werd in een plechtige stoet naar Galle vervoerd om daar begraven te worden.

Precies een maand na de dood van Gerard Hulft capituleerden de Portugezen en kregen de Nederlanders Colombo in handen. Op de plek waar Gerard Hulft zijn hoofdkwartier had, dicht bij de zuidelijke vestingwal van Colombo, kwam een dorp dat de Nederlanders naar hem noemden. Hulftsdorp, verbasterd tot Hultsdorf, is tegenwoordig het juridische centrum van Colombo, bekend als de wijk waar de gerechtshoven en advocaten gevestigd zijn. Het Sri Lankaanse recht bevat trouwens nog veel van het Romeins-Nederlandse recht dat de Hollanders er introduceerden.

Deze productie is tot stand gekomen met ondersteuning van het Gedeeld Cultureel Erfgoed Programma.

Amsterdam Elders

Door de reis- en handelslust van onze voorvaderen is het Amsterdams cultureel erfgoed in de loop der eeuwen over de gehele aardbol verspreid.

Deze maand: Sri Lanka.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden