Plus

Waarom het ambulances niet lukt om altijd op tijd te komen

In jaren zijn de aanrijtijden bij Ambulance Amsterdam niet zo hard achteruitgegaan. Het verbaast medewerkers niet: uitvallende diensten, onderbezetting en rit, na rit, na rit. 'Moet ik wéér, ik zit eindelijk te eten.'

Een wrange grap onder ambulancepersoneel: zullen we met een stapelbed gaan rijden? Beeld Getty Images

Kent u hem nog, de slogan: '112, wanneer iedere seconde telt'? Volgens ambulancebroeder Joost is het in de spoedzorg overtrokken om over levensreddende seconden te spreken. "Maar in een noodsituatie tellen de minuten zeker."

Het nieuws van deze week dat de ambulances vaker laat bij de patiënt zijn, is volgens hem een ernstige zaak. "Het maakt nogal uit of een hartpatiënt zijn medicijnen na 4 minuten neemt, of na 14 minuten. Bij elke minuut dat hij nog geen medicatie krijgt, neemt kans op sterfte van hartspierweefsel toe. Maar die verloren minuten worden niet geregistreerd. Want 14 minuten is binnen de norm."

Een spoedambulance moet binnen een kwartier bij de patiënt zijn. Dat lukte vorig jaar in Amsterdam en de regio ruim 6000 keer niet, blijkt uit cijfers van Ambulancezorg Nederland.

Vertragingen
In Amsterdam kwam 90,2 procent van de spoedjes op tijd, 2,6 procent minder dan in 2016. Uitgangspunt bij ambulancediensten is dat 95 procent binnen 15 minuten bij de patiënt moet staan.

Wat de vertragingen voor de patiënt betekenen, is onduidelijk, zegt hoogleraar Spoedzorg Victor de Ridder, simpelweg omdat het niet te onderzoeken is.

"De grote vraag is: wie moet langer wachten? Voor de grote groep patiënten zal die ene minuut extra niks uitmaken."

"Er zijn op de meldkamer goed getrainde triagisten die kunnen inschatten bij wie vertraging een mogelijk negatief effect kan hebben, zoals bijvoorbeeld ouderen en kinderen. Ik verwacht dat die het snelst worden geholpen."

Symptoom
Over één ding zijn ze het allemaal eens, ambulancebroeders, de directeuren van de ambulancediensten en de hoogleraar: de verslechterde aanrijtijden zijn een symptoom van een groter probleem: de enorme druk op de acute zorg.

Er is een chronisch tekort aan gespecialiseerde verpleegkundigen, waardoor diensten uitvallen. Tegelijkertijd nam het aantal ambulance­ritten in Amsterdam ten opzichte van 2012 met 18 procent toe. Meer werk, minder mankracht.

Dat geeft een enorme druk op de posten, zeggen meerdere ambulancemedewerkers die anoniem hun verhaal aan deze krant doen. "Altijd stress, want je weet: de pieper gaat zo weer," zegt Gerard, net als Joost een ervaren kracht.

"En dus schrok je in vijf minuten de maaltijd naar binnen," zegt Vincent. "Vroeger werden we ook wel eens uit de pauze gehaald, maar nu áltijd. Daar worden we chagrijnig van."

Ruimte scheppen
Het is rit, na rit, na rit. Vroeger had Gerard nog wel eens een rustige klus - bijvoorbeeld het wegbrengen van een oudere patiënt naar een verpleeghuis. "Dan kon ik weer even opladen."

Maar sinds april is dit zogeheten besteld vervoer deels uitbesteed aan drie externe patiënten­vervoerders, omdat de ambulancedienst ruimte wil scheppen voor de spoedritten.

Sindsdien rijden de eigen krachten zowat continu met sirene en zwaailicht, zegt Gerard. Dan weer naar iemand die van de trap is gevallen, dan weer iemand met hartkloppingen, dan weer een bewusteloze toerist. "Negentig procent van de tijd moet je op je tenen lopen. Dan denk je: wat brengt de avond nu weer?"

Kortom, de diensten worden steeds intensiever. "Zorgelijk," zegt de hoogleraar Spoedzorg, "want gaan ambulancemedewerkers, die onder hoge druk moeten werken, ook meer fouten maken?"

Een snelle oplossing is er niet, want je kan geen blik verpleegkundigen opentrekken. Voor zover er al kandidaten zijn, zoeken ze hun heil elders, zegt Gerard. In het ziekenhuis bijvoorbeeld.

"Ze zeggen: ik ga niet op de ziekenauto zitten, met alle verantwoordelijkheid voor de patiënt. In het ziekenhuis kan ik meer verdienen onder supervisie van een dokter."

Hectiek en reuring
Let wel, de geïnterviewde verpleegkundigen houden van hun werk, ze houden van de autonomie van de ambulance, de reuring van de stad en de hectiek van hun baan, maar met de werkdruk wordt het nu wel heel gortig. Gerard: "We maken er wel eens grappen over, je moet wat: 'Zullen we met een stapelbed gaan rijden?'"

Volgens Vincent is het aantal ritten per dienst enorm toegenomen: "Vijf jaar geleden hadden we maximaal 6 ritten op een dag, nu zijn dat er standaard 8." De Ambulancedienst Amsterdam telt er minder: gemiddeld 4,7, overigens nog altijd veel meer dan de gemiddeld 2,3 ritten die de collega's buiten de stad rijden.

Dat wekt wrevel: "Waarom worden we daar niet voor beloond met een toeslag?"

De spanning leidt geregeld tot discussies met de meldkamer, zegt Vincent. "'Moet ik wéér, ik zit eindelijk te eten.' Ook worden ambulancemedewerkers soms boos omdat ze met loeiende sirenes naar iemand zijn gestuurd die vrijwel niks mankeert en naar de huisartsenpost had gekund."

Volgens Viktor zitten ze op de meldkamer met hun handen in het haar. "Zij denken ook: Waar halen we de auto's vandaan? Al zijn ze daar ook creatief. Iemand die dronken op straat ligt, moet wachten. Een ongeluk gaat voor. Dit gaat elke keer nét goed. Reken maar dat het ook een keer mis gaat."

Om tijd te winnen, wordt er ook minder zwaar getild aan de patiëntenadministratie, zegt Gerard. "We moeten officieel na elke rit een digitaal ritformulier invullen. Daarin zetten we bijvoorbeeld hoe we een patiënt hebben aangetroffen en welke medicijnen we hebben gegeven."

"Vaak ben ik daar nog mee bezig, als de meldkamer vraagt: Kun je al? Van hogerhand wordt nu gezegd: het ritformulier kun je ook wel invullen na twee of drie ritten, als je er weer tijd voor hebt. Maar dan ga ik dingen door elkaar halen."

"Het is belangrijke informatie voor het ziekenhuis. Het is ook een document waar bij een eventuele klacht naar wordt gekeken. Daar moet je toch zorgvuldig mee omgaan, lijkt me."

De ambulanceverpleegkundige is verantwoordelijk voor de patiënt. Als de broeder het gevoel heeft dat hij of zij de zaak niet onder controle heeft, bijvoorbeeld omdat een ambulance vertraagd bij de patiënt komt, geeft dat extra druk - nog los van het 'altijd aan staan' met het heen en weer jagen door de stad.

Dat stopt niet na het werk, zegt Vincent. "Ik merk dat ik het na een werkdag thuis een beetje te druk vind. Dan reageer ik sneller geïrriteerd op de kinderen. Die kunnen er natuurlijk ook niks aan doen."

Na een avonddienst zit hij vaak nog twee uur te zappen om zijn hoofd leeg te krijgen. "Veel langer dan voorheen. Ons werk is een soort topsport. Maar bij topsport pieken ze, lassen ze een rustperiode in en gaan weer trainen. Wij pieken altijd."

De namen van de verpleegkundigen in het artikel zijn op hun verzoek gefingeerd.

Werkdruk

De directie van de Ambulance Amsterdam moet donderdag voor de Ondernemingskamer verschijnen. De vakbond FNV Zorg & Welzijn wil dat er een onderzoek komt. Het gaat onder meer over de werkdruk, het inhuren van uitzendkrachten en overwerk.

Hoewel de werkdruk 'soms groter is dan gewenst' denkt Frank Berg, hoofd operatie van Ambulance Amsterdam, niet dat mensen om die reden vertrekken. Hij somt op: gemiddeld is er 5,4 uur overwerk per maand, waarvan de helft uitlopende diensten.

De andere helft zijn extra diensten die de medewerkers zelf willen draaien. Het verzuimpercentage is met 6 procent in de sector 'ietsje onder het gemiddelde'. En 66 procent van de 500 medewerkers is volgens een onderzoek uit 2017 overwegend tevreden met het werk. In 2013 was dat 48 procent.

Volgens Berg zijn ze op de goede weg: "Patiënten waarderen de zorg van onze mensen met een 9,1."

Het tekort aan ambulanceverpleegkundigen (30 op de 250) is wel een grote zorg. Vorig jaar werden er 20 opgeleid, terwijl er 19 vertrokken naar ambulancediensten buiten Amsterdam of het ziekenhuis. "De woningen in de stad zijn onbetaalbaar en er is weinig parkeergelegenheid. Daarom kiezen ze vaker voor een baan dicht bij huis."

In een nieuwe poging mensen te werven, werkt de dienst aan een project waarbij verpleegkundigen worden aangetrokken voor het mediumcare (laag- en middelcomplexe zorg) vervoer, die op den duur kunnen worden bijgeschoold zodat ze ook spoedritten (high care) kunnen uitvoeren.

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden