Column

Waarom had deze Yvonne in godsnaam mijn naam geroepen?

Theodor Holman Beeld Wolff
Theodor HolmanBeeld Wolff

Ik liep langs een bekend café-restaurant - het was aan het eind van de middag - en een keurig geklede dame met hoed die ze vasthield tegen de flauwe wind, hoorde ik mijn naam noemen. Ik herkende haar niet.

"Yvonne," zei ze.

"O ja," loog ik.

Ze stond tussen een paar vriendinnen die eveneens prachtig gekleed waren.

"Mijn dochter is getrouwd," zei Yvonne. Ze leek me al wat aangeschoten.

"Wat leuk."

"Haal wat te drinken voor Theodor," riep Yvonne tegen een dame, "en vraag het bruidspaar even..."

De dame trippelde weg als een oude, veel te groot uitgevallen chihuahua.

Yvonne pakte mijn arm en liep een paar stappen van haar vriendinnen vandaan zodat we wat afgezonderd stonden.

Opeens herkende ik haar; ze was voor haar eindexamen zwanger van school gegaan. Ik was haar leraar Nederlands geweest - veertig jaar geleden alweer. "Ik had nooit gedacht dat mijn Astrid zou trouwen, maar... Het is nu toch gelukt," zei ze.

"Wat fijn... Is zij de dochter waarvan je destijds..."

"Ja. Ik ben één keer met een man naar bed geweest, en ik was meteen zwanger."

Ik knikte, want ik wist niet wat ik moest zeggen. En zij zei ook niets meer.

"Hoe is het verder met je gegaan nadat je van school af was gegaan?" vroeg ik uiteindelijk.

"Goed hoor. Ik vond een leuke vriendin met wie ik Astrid zestien jaar lang heb opgevoed. Petra. Maar toen stierf Petra. Zelfmoord. Ze was ongelukkig, denk ik. Nou ja. En toen een tijd in Spanje gewoond met een Vanessa. Die is verdronken. En toen gingen Astrid en ik terug naar Nederland."

Ze vertelde het alsof ze een aflevering van Midsomer Murders navertelde.

"Dat is een bord vol en niet alleen met smakelijk eten," ­citeerde ik mijn vader.

Ze haalde haar schouders op en zei: "Vandaag is het een feestdag."

"En is de bruidegom een leuke jongen?" vroeg ik.

"De bruidegom is een vrouw."

Waarom had deze Yvonne in godsnaam mijn naam geroepen? Op dat moment kwamen drie aangeschoten dames naar ons toe, onder wie de reusachtige chihuahua, die een champagneglas met iets roods erin droeg en dat aan mij gaf.

Ik keek ze aan, gaf ze een hand en felicitaties, proostte en voelde me toch in een kooi gevangen.

" 't Is dus allemaal goed gekomen," zei Yvonne.

Het klonk alsof een kind huilde.

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden