Plus

Waar laat Amsterdam 32 miljoen toeristen per jaar?

Amsterdam is druk en wordt nóg drukker: in 2030 zullen 32 miljoen bezoekers naar de stad komen, is de verwachting. Past dat? Waar laat je al die mensen?

Beeld Yoko Heiligers

Elke dag Koningsdag. Zónder de kinderen die een kleedje hebben uitgerold om hun oude voetbalplaatjes te verkopen, maar mét geoliede ondernemingen die wegens absurde huren gedwongen zijn elk tafeltje in hun restaurant vier keer op een avond gevuld te krijgen.

Zónder afgezette straten, mét twee keer zoveel toeristenfietsen. Zonder podia, met doelloos hangende feestgangers. Zonder het gevoel dat het voor één keertje per jaar bal is, met de wetenschap dat het morgen allemaal weer hetzelfde zal gaan. Zonder Amsterdammers, met alleen toeristen.

Als over twaalf jaar het aantal bezoekers aan de stad inderdaad de duizelingwekkende hoogte van 32 miljoen per jaar bereikt, zal Amsterdam een andere stad zijn geworden.

Voor alle duidelijkheid: in 2015, het jaar dat de drukte officieel werd erkend als probleem, bezochten 17 miljoen toeristen Amsterdam. Dat het nog drukker zou worden, was ook al bekend, de gemeente noemde in prognoses soms een getal van 23 miljoen. Maar afgelopen week werden deze cijfers door toeristenbureau NBTC naar boven bijgesteld: we moeten in 2030 rekening houden met maar liefst 32 miljoen bezoekers.

Propvol
Hoeveel is dat eigenlijk, 32 miljoen mensen, op dat hele kleine stukje aarde? Hoe schrijf je die de wetten voor, hoe laat je die in hun waarde? En serieus: hoe houd je dan rekening met zoveel bezoekers? Welke faciliteiten heb je nodig, hoe gaat de stad ervoor zorgen dat dat allemaal past?

Want 32 miljoen extra mensen per jaar, betekent gemiddeld 88.000 extra mensen per dag. Dat is een stuk minder dan het half miljoen dat de stad te verwerken krijgt op een doorsnee Koningsdag, maar het is in Amsterdam ook niet altijd propvol. Je hebt drukke dagen en je hebt nóg drukkere dagen.

In het hoogseizoen moet je rekening houden met zo'n 250.000 bezoekers, zegt drukte-deskundige Walther Ploos van Amstel. "Per dag hè! Dat is een verdubbeling in vergelijking met nog maar enkele jaren geleden. Wie denkt dat het nu druk is, die kan in 2030 zijn borst natmaken."

Past dat? Ja, dat past, afhankelijk van je definitie van passen. Kijk naar de Arena, waar meer dan 50.000 voetballiefhebbers tientallen keren per jaar efficiënt geordend optimaal gebruik maken van schaarse ruimte rond een voetbalveld. Anderhalve Arena per dag, dat moet de stad toch zeker kunnen handelen, laten we niet overdrijven.

Maar de stad is geen voetbalstadion. Ter vergelijking: de dagen bijvoorbeeld dat de Wallen tjokvol zijn en muurvast staan, bevinden zich daar 30.000 mensen, zegt Ploos van Amstel. "Een verdubbeling van het aantal toeristen kán geen verdubbeling betekenen van het aantal mensen dat naar de Wallen gaat, want dat past letterlijk niet."

Was de stad maar een voetbalstadion, zou je kunnen verzuchten. Voor de Arena geldt bijvoorbeeld dat de kaartverkoop ophoudt als alle stoelen zijn verkocht. Maar om de stad staat geen hek, op de Dam staan geen toeristentribunes.

Zolang de capaciteit van Schiphol en het wegen- en spoornet het toestaan, kunnen bezoekers Amsterdam blijven bezoeken. Het gros van deze reislustige vertierzoekers is voor de eerste keer in de stad en komt alleen al daarom praktisch nooit meer dan twee kilometer van de Dam vandaan. Die willen naar de Wallen voordat ze een rondvaart doen en nadat ze naar het Museumplein zijn geweest.

Nieuwe hotspots
Dat past straks dus niet, zelfs niet als je ze net zo schouder aan schouder zou kunnen wegstouwen als ze bij Ajax gewend zijn te doen. De Wallen gaan het schip keren. Elders ontstaan nieuwe hotspots in dezelfde categorie.

Ploos van Amstel voorziet dat zich een tweede 'Wallen-achtig gebied' zal vormen aan de westelijke kant van de binnenstad. "Ik hou mijn hart vast voor het Singelgebied en de Jordaan, want die voldoen aan alle voorwaarden. Er is levendigheid, er zijn kroegjes en typische Amsterdamse huizen. Er zijn zelfs prostituees. Als er zoveel meer bezoekers komen, kan het daar straks ineens hard gaan."

Hebben we straks op elke hoek een Tours & Tickets-balie? Nee, zegt directeur Dirk Lubbers van het bedrijf. "We hebben in 2030 eerder minder dan meer winkels in het straatbeeld. Amsterdam is een stad waar mensen wonen en daar leven wij mee samen. Ik moet overigens eerst nog zien dat deze prognoses waarheid zullen worden, voor je het weet blijven toeristen weg, dat is van zoveel afhankelijk."

Hogere prijzen
Die 32 miljoen voorspelde bezoekers zijn natuurlijk lang niet allemaal typische toeristen, laat geen toerismebureau na te benadrukken. Ze zijn bezoekers: dagjesmensen, zakelijke reizigers en, dat ook, toeristen in alle vormen en kleuren. Sommige komen 's morgens en vertrekken aan het eind van de middag, lang niet iedereen heeft ook een slaapplek nodig.

Gelukkig maar, rekent Marco van Bruggen van hotel- en toerismeadviseur Horwath HTL voor. "Als iedere bezoeker hier een nachtje zou blijven logeren, dan hadden we voor een gezonde situatie ongeveer 100.000 hotelkamers nodig. Nu staat de teller in Amsterdam op ongeveer 35.000."

Dat betekent dat er meer hotelkamers moeten worden bijgebouwd, want de bezettingsgraad is met tegen de 90 procent op het moment al zeer hoog, zegt Van Bruggen. "Als er te weinig hotelkamers zijn, gaan de prijzen omhoog en wordt Amsterdam veel duurder."

Met iets soortgelijks krijgen restaurants en cafés te maken, voorziet Ploos van Amstel. "Als je zoveel mensen hebt voor een natje en een droogje en niet voldoende plek om iedereen te verzorgen, dan zul je zien dat er meer klanten doorheen moeten worden gejaagd op een avond. Een hele avond een tafel bezet houden in een fijn restaurant wordt dan uitzonderlijk; men zal zich toespitsen op fastfood: snel eten, snel de volgende klant. De ondernemers zullen wel moeten, want de huren in de horeca gaan stijgen."

De stad zet in op spreiding van de drukte. Niet iedereen moet zich maar ophouden op of rond de Dam: hup, de gebaande paden af! En als de Wallen dan vol staan, dan sijpelen mensenmassa's langzaam maar zeker door naar omliggende gebieden. De drukte wordt uitgebreid, zou je ook kunnen zeggen: als de slagaders van de stad dichtgeslibd raken met alle Nutella en frituurvet, worden hoe langer hoe meer de haarvaten gebruikt om het bloed toch te laten stromen.

Met de spreiding gaat het voorzichtig goed, zegt Willem Koster van Amsterdam City, de vereniging van binnenstadondernemers. Er zijn overloopgebieden. "Neem het Rokin waar je nu al prettige verblijfsruimte hebt. Ik ben ervan overtuigd dat het nieuwe Rokin ervoor zorgt dat in de Damstraat iets meer lucht is. Net als straks de nieuwe Nieuwezijds Voorburgwal."

Adieu melkboer, hallo handhaver
Koster hamert op spreiding, vooral omdat er geen andere oplossing is als er straks 32 miljoen bezoekers per jaar komen. "Amsterdam kan zulke aantallen alleen aan als het zich niet concentreert in tijd en plaats. Dus moeten we ruimte creëren, dat kan niet anders. Gebieden waar mensen graag zijn. Maak nog meer werk van het Arenagebied, waar je tegenwoordig al zoveel kunt. Er komt een casino op Sloterdijk, een bioscoop in Noord. Goede stappen, maar er is meer nodig."

Het is niet de schuld van de ondernemers, zegt Koster. "Het winkelaanbod verandert, de melkboer en de schoenmaker komen in de stad niet meer terug."

En, zegt hij: Amsterdam zal in 2030 het aantal handhavers moeten aanpassen aan de bezoekersgroei. "Deze stad geldt als seks, drugs en rock-'n-roll, maar er wonen ook mensen die overlast ondervinden van de overlast die wordt veroorzaakt door het toeristische product. Heldere regels over wat kan en wat niet. En consequent optreden als men zich daar niet aan houdt. Er moet evenwicht blijven."

Lees ook: I amsterdam-letters mogelijk al over paar weken weg

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden