Column

Waar is Tijdje gebleven?

Theodor HolmanBeeld Wolff

Even een uurtje op Bloem passen - ik vind haar op mijn moeder lijken, wat toch niet zo gek is, want mijn dochter vond en vind ik ook al precies mijn moeder.

Maar de andere oma's en opa's zien in Bloem trekken van hun voorouders.
Waarom wil ik zo graag dat ze op mijn moeder lijkt?

De verklaring is simpel: ik hield erg van mijn moeder. En als ik Bloem een danspasje zie maken, dan beweegt mijn moeder, en dan wordt de pijn van haar gemis een gloed van gelukkige ontroering. In kinderen en kleinkinderen je voorouders herkennen geeft de troost van oud speelgoed dat je opeens tegenkomt.

Bloem vindt het leuk als ik haar voorlees. Dan poest ze naast me, een handje in haar mond, een beer onder haar arm geklemd. Op de grond ligt Koos te slapen met een touwachtig bot naast zijn kop. In het achterhuis hoor ik de koffiemachine en worden er lepeltjes op schoteltjes gelegd.

Op zulke momenten komt het Spook van de Angst rustig binnenwandelen, hand in hand met Tijdje.

"Tijdje Tijdje waar ben je gebleven," zei mijn grootmoeder soms.

"Wie is Tijdje, oma?"

"Een beul met één oog waarin een klok zit, met de mond van een clown en de oren van een ezel."

Wat ze daarmee bedoelde te zeggen, wist ik niet, maar ik vond het griezelig.

"Tijdje, tijdje, waar ben je gebleven?"

"Niet zeggen, oma!"

Waarom riep ze de beul?

Ik roep Tijdje ook wel eens - het is een beul die altijd achter je rug staat en zich nooit laat zien; soms zie je een glimp als je in oude fotoalbums kijkt, of als je je kleindochter 'Waar is Wim' voorleest. Tijdje houdt geluk tegen.

Als het gouden boekje uit is, moet er uit een ander worden voorgelezen. Dat boek heeft de 'waar is-structuur.' Waar is het Karel de Kip? Niet bij Klaartje Koe... En ook niet bij Sjarrel het Schaap...etc.etc.

Bloem vindt het eigenlijk vervelend, want ze noemt alle dieren direct na elkaar op, maar als ze dat gedaan heeft, moet het boekje nog eens worden gelezen. Daarna weer.

De geruststelling van de herhaling. Herhaling lijkt de tijd te stoppen. Maar ook dat is maar even; Tijdje is meedogenloos.

Dan komt mijn dochter thuis.

Bloem zit meteen aan haar vastgekleefd.

Ik mag naar huis.

"Tijdje, Tijdje..."

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden