Kerstverhaal

'Waar is godskolere dat kindeke Jezus?'

De familie Bos maakt zich op voor het kerstdiner. Ooit, toen iedereen nog tevreden was met het Allerhande-menu, was alles duidelijk. Een kerstverhaal van Frank Houtappels, de schrijver van 'Gooische Vrouwen', dat afgelopen weekend in de PS van de Week verscheen.

Hoe groot zijn uw andere figuurtjes, bij benadering? Beeld Shuttershock
Hoe groot zijn uw andere figuurtjes, bij benadering?Beeld Shuttershock

Bloednerveus bladerde moeder Bos door de Allerhande. Ooit was alles... Eenvoudiger was niet het goede woord. Simpeler? Nee, dat was het ook niet. Duidelijker... Ooit was alles duidelijker geweest, toen ze met kerst steevast hetzelfde op tafel zette. Een zelf getrokken, heldere bouillon, konijn in het zuur voor pappie, gebraden rosbief voor de kinderen, aardappelkroketjes, spruitjes, appelmoes - uiteraard zelfgemaakt - boomstammetje toe.

De sla stond er altijd weer voor de vorm, en de cranberrycompôte, die er op het witte damast zo feestelijk gekleurd uitzag, ook daar bleef ze geheel volgens traditie mee zitten. Gelukkig bleef die langer goed dan sla. Tot na nieuwjaarsdag roerde ze bij het ontbijt nog cranberrycompote door haar yoghurt. Ze vond het niet erg omdat ze wist dat ze er daarna weer voor een jaar vanaf was, en ze gooide nou eenmaal niet graag iets weg.

Kookproblemen
Het was al iets ingewikkelder geworden toen haar dochter Ankie haar vaste vriendin Moniek kwam voorstellen en meteen het eten van vlees en vis had afgezworen. Moeder Bos likte aan haar vinger en sloeg een bladzijde om. Een gevulde portobello. Dat zag er feestelijk uit, met die pijnboompitjes.

Maar wacht. Mo hield, behalve van vlees en vis, ook niet van paddenstoelen. Aardpeer of Jeruzalem artisjok, las ze nu, was blijkbaar een vergeten groente. Zij had er nooit van gehoord. Dus wie kon haar verwijten dat ze die was vergeten, en wie bepaalde dat eigenlijk, of een groente vergeten was? Het grillige, zwarte knolletje zag er niet erg smakelijk uit, en leek haar lastig te schillen. En schillen moest wel, volgens dit recept. Iets te fel bladerde ze verder, de pagina scheurde.

Haar zoon Erik was makkelijker. Hem kon het allemaal niet zo veel schelen, als er maar genoeg drank in huis was. Dat had ie van zijn vader, dat moest wel. Haar brak na een half glaasje rood het zweet al uit. Gelukkig nam Erik sinds ie goed verdiende zijn eigen wijnen mee, en zou zijn vriendin Jennifer rijden.

Jennifer kookte thuis altijd wat haar eigen moeder kookte: Surinaams. Lekker, maar wat aan de pittige kant. Het leek in niets op de bami die ze zelf weleens maakte. Dat deed ze de laatste jaren trouwens ook niet meer. Rook pappie tegenwoordig maar iets exotisch, dan dook ie nog voor ze de tafel gedekt had preventief de broodtrommel in.

Afgepulkt en weggekrabd
'Jij wordt hier te oud voor,' had pappie gezegd. 'Laat ze lekker thuis blijven en hun eigen ding doen. Vinden de kinderen leuker, en daar hebben wij ook plezier van. Gewoon, lekker, wij tweetjes, en je zure konijn.'

Ze begreep wel waarom hij zo dacht. Sinterklaas was op zijn zachtst gezegd niet soepel verlopen. De hele zwartepietendiscussie, zoals het officieel heette, had ze aanvankelijk van zich af laten glijden, zoals zo veel dingen die ze in de krant las. Maar met een Surinaamse schoondochter en een kleinkind in de gelovige leeftijd ontkwam ze er uiteindelijk niet aan. Dus hoewel ze kleine Dewi noch Jennifer ooit met de knecht van Sinterklaas geassocieerd had, had ze voor pakjesavond zorgvuldig elk besmet beeld van Zwarte Pietjes in de ban gedaan.

Dat bleek nog alles behalve eenvoudig. Ineens had ze ze overal gezien. Het leken er zelfs meer te zijn dan voorheen. Op chocoladeletters, pakpapier, in reclamefolders, op televisie, zelfs op de servetjes die ze achteloos in haar winkelkarretje had gegooid. Ze had wat afgepulkt, weggekrabd, opnieuw verpakt en weggezapt dit jaar. En allemaal zonder dat pappie het merkte, want die vond de hele discussie je reinste flauwekul.

Zij wilde het vooral gezellig houden. En dat leek warempel te lukken dit jaar, tot het op de valreep faliekant misliep door een juten zak. Die had ze, zoals elk jaar, van de vliering gehaald om gevuld met cadeautjes bij de voordeur te zetten. Ze kende die juten zak al zo lang dat ze de enorme print van de Piet met de grote lippen en gouden oorringen in de haast over het hoofd had gezien.

Discussie
'Godsamme mama,' had Ankie haar toegebeten. 'Heb jij de laatste tijd onder een steen gelegen?' En daarmee had haar dochter het startsein gegeven voor een avond vol ruzie en verwijten. Waarbij Erik het met een zware kegel voor zijn moeder opnam, Jennifer voor Erik, Mo voor Ankie, en pappie voor... tja, voor wat eigenlijk? Voor de juten zak.

'Waarom hebben jullie ruzie?' Had Dewi met een trillend lipje gevraagd. 'Dit is geen ruzie lieverd, dit is een discussie,' probeerde Jennifer het kleine meisje gerust te stellen.

Niemand had opgemerkt hoe zij zichzelf stilletjes met Dewi terug trok in de serre. De lieverd had een plaspop gekregen. Een witte. Maar daarover goddank geen woord. Het kind was er als de koning te rijk mee.

Vlekken voor haar ogen
'Godverdomme!' Pappie was in de woonkamer bezig met de kerstboom. Vanaf het moment dat ze die in huis haalden, had hij gevloekt. Eerst op de prijs van de Nordmann, toen op zijn vorm, daarna op de lengte, om vervolgens te foeteren op de onontwarbare kluwen lampjes.

Moeder Bos voelde weer die geniepige steek, ergens onder haar linker schouder, en kreeg vlekken voor haar ogen. Iets waar ze de laatste tijd vaker last van had. Ze moest er nodig mee naar de dokter. Dat zou ze doen, echt, maar na kerst. Eerst die rottige kerst.

'Waar is godskolere dat kindeke Jezus,' riep pappie. Dat was waar ook. 'Oma,' had Dewi gevraagd, alweer bijna een jaar geleden, 'mag ik met het kerststalletje spelen?' Natuurlijk had dat gemogen. Haar eigen kinderen hadden vroeger met kerst niet anders gedaan. Alle schaapjes hadden door de jaren heen surrogaatpootjes gekregen van luciferhoutjes, dat maakte ze in haar ogen alleen maar aandoenlijker. De kameel had al zijn eigen pootjes nog maar die waren verbogen, hij kon alleen nog vermoeid tegen het stalletje leunen.

Een herdertje miste een hand en een koning een kroon. Natuurlijk had het gemogen. Maar tegen de tijd dat Erik, Jennifer en Dewi wilden vertrekken was het kindeke Jezus spoorloos verdwenen, met kribbe en al. Jennifer had het huis binnenstebuiten willen keren. 'Laat toch, schat,' had ze gezegd. 'Hij duikt wel weer op. En zo niet, dan kopen we volgend jaar een nieuwe.'

Wat te zeiken
Dat ging ze nu doen. 'Ik ga even de stad in,' riep ze tegen pappie. Ze kreeg een gesmoorde vloek als antwoord. Ze kon wel raden waarom. Eén van de lampjes was stuk dus het hele snoer gaf geen licht, zoiets. Hij zou er in elk geval nog uren mee zoet zijn. Hij zou niet eens merken dat ze weg was geweest.

In de auto kwam ze een beetje tot rust. Waar maakte ze zich eigenlijk druk om? Had Erik haar niet lacherig opgebeld en gezegd: 'Mam, laat de rosbief achterwege, ik eet konijn mee met pappa. Jennifer neemt haar eigen lamsroti mee, Dewi lust op het moment sowieso niks, Moniek zal wel aan een sapkuur zitten en Ankie heeft toch altijd iets te zeiken. Ik zorg voor de wijn, jij hoeft niets te doen.'

Misschien was dat het juist. Ze wilde zo graag iets doen, ze wilde verdorie bijdragen aan haar eigen kerstfeest. Iets waarvan haar kinderen later zouden zeggen: 'ach, dat kon niemand zo goed als mama, en wat missen we dat.' Maar wat? Wat zouden ze missen? Dan in hemelsnaam toch maar iets met vergeten aardpeer?

Op zoek naar een kindeke
Eerst maar eens op zoek naar een nieuw kindeke. Ze parkeerde haar auto vlak bij het centrum en liep regelrecht naar het winkeltje naast het oude klooster. Het klooster had allang een nieuwe functie, er zat een congrescentrum in of iets dergelijks, maar het winkeltje had nog dapper stand gehouden.

Ze mocht er altijd graag even in de etalage kijken. Het hele jaar stonden daar heiligen beelden in alle soorten en maten, sleutelhangers van Sint Christoffel, bidprentjes, ambachtelijke kaarsen. En kerststallen, als groep of verkrijgbaar in losse onderdelen.

Er was normaal nooit iemand binnen, maar zo vlak voor Kerstmis moest ze op haar beurt wachten. Terwijl ze dat deed, viel haar oog op een wand vol uit hout gesneden engeltjes. De één nog molliger en blozender dan de ander. Vredig geloken oogjes, rozige lipjes en gouden vleugeltjes. Samen vormden ze een orkest waar André Rieu een puntje aan kon zuigen.

Zeeanemoon
'Schattig zijn ze hè?' De vrouw achter de toonbank keek haar weeïg aan en perste een vermoeide glimlach rond haar lippen. Ze zag eruit of ze lang onder water had geleefd. Bleek, doorzichtig bijna, behoedzaam als een zeeanemoon. Haar ogen hingen wezenloos en wazig in haar gezicht, haar voorhoofd vertoonde zelfs sporen van schubben.

Waarschijnlijk zag ze er het hele jaar zo uit en niet alleen tijdens feestdagen, maar nu irriteerde het moeder Bos. Als bij donderslag meende ze zich in dat gezicht te herkennen. En misschien daarom beviel de aanblik haar niks. 'Ik zoek een kindeke Jezus,' zei ze zo kwiek als ze op kon brengen, 'ter vervanging van de oude, want die is kwijt.'

'Met of zonder kribbe,' vroeg het onderwatervrouwtje routineus. 'Met,' zei moeder Bos. 'De kribbe zat eraan vast, zeg maar kindje en kribbe aaneen, als dat nog bestaat.' Met een onverwacht vlot gebaar verscheen een stoffige doos op de toonbank. 'Kindekes met kribbe' stond er in ruwe hanenpoten op geschreven. 'Hoe groot had u het ongeveer gehad willen hebben?

'De blik van moeder Bos dwaalde terug naar de wand met engeltjes. Ze merkte dat haar aanvankelijke vertedering omsloeg, al wist ze op dat moment nog niet in wat. Ze vergat antwoord te geven. Even viel het stil. 'Hoe groot zijn uw andere figuurtjes, bij benadering?' ruiste de zeester.

Klein kindeke
Moeder Bos keek naar de engeltjeswand en telde, van boven naar beneden, van links naar rechts, en maakte vlot een rekensommetje. Daar hingen toch al gauw zo'n 45 engeltjes, met evenveel muziekinstrumentjes. Ze zag een harpje, een viool, een fluit, een trommeltje en een tamboerijntje.

'Hoe groot zijn uw Maria en Jozef?' Het weekdier achter de toonbank probeerde opnieuw haar aandacht te trekken. 'Heeft u toevallig één van beide bij u? Het zou jammer zijn als het kindje groter uitvalt dan de maagd Maria, al zie je dat steeds vaker. Mensen worden steeds nonchalanter wat dat betreft.'

Achter zich hoorde moeder Bos iemand lachen. Een plichtmatige lach. Een lach die bedoeld was om eigen aanwezigheid kenbaar te maken, die eigenlijk zeggen wil: mens schiet op, ik heb nog meer te doen! Mijn meringueringen voor de pavlova staan in de oven en ik moet nog een vegetarische groenteschotel fabriceren naar Israëlisch recept. Ik kom voor een paar niet-walmende kwaliteitskaarsen, mag ik even voor?

Onder een steen
'Waarom zijn al deze engeltjes wit?' hoorde moeder Bos zichzelf vragen. In een oogwenk had ze zich voor de engeltjeswand geposteerd, en ze zou niet wijken voor ze antwoord had gekregen. 'Pardon?' vroeg de coquille. 'Ik begrijp u niet, geloof ik.'

'U weet donders goed wat ik bedoel,' hapte moeder Bos terug zonder spoor van twijfel. 'U heeft hier meer dan veertig engeltjes hangen. Niet één ervan is donker van kleur. Niet één ervan vertoont ook maar een lesbisch trekje, en niet één ervan dankt die blos op zijn wangetjes aan overmatig drankgebruik. Heeft u de laatste tijd onder een steen gelegen?'

'We hebben een zwarte madonna in de collectie, als u dat bedoelt,' zei de vrouw. 'Maar die zal ik moeten bestellen, er is weinig vraag naar.' Het belletje bij de deur klingelde schuchter, mevrouw pavlova vertrok. 'Nee, dat bedoel ik niet,' sprak moeder Bos gedecideerd. 'En als u werkelijk niet weet wat ik wel bedoel, kunt u dat kindeke Jezus wat mij betreft gevoeglijk in uw reet schuiven.'

Hoe ze buiten was gekomen, kon ze niet navertellen. De vlekken voor haar ogen waren zwart geworden. Maar eenmaal terug in de auto trokken ze langzaam weg. Ze haalde diep adem, staarde naar de blauwe vrieslucht en toen wist ze het zeker. Niemand zou ooit nog een feestje voor haar vergallen. Ze kon zelfs al voorbij de kerstdagen zien: op naar oud en nieuw.

null Beeld anp
Beeld anp
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden