Achtergrond

Waar is de tekening van Obelix die het Nationale Monument draagt?

Albert Uderzo (1927-2020) tekent Obelix die het Nationaal Monument de Dam op zijn rug tilt.Beeld Nationaal Archief/Collectie Spaarnestad/Anefo

Vlak na de dood van Asterixtekenaar Albert Uderzo verschijnt een stripbiografie van de al veel eerder overleden scenarist René Goscinny. In 1971 bezochten de twee Amsterdam. Wat is er gebeurd met de bijzondere tekening die Albert Uderzo toen maakte van Obelix?

Met z’n drieën kwamen ze op 28 mei 1971 naar Nederland: tekenaars Albert Uderzo en Morris (Maurice de Bevere) en scenarist René Goscinny. Uderzo en Goscinny maakten samen de strip Asterix, Morris en Goscinny waren in die tijd samen verantwoordelijk voor Lucky Luke

Beide strips waren inmiddels populair in heel Europa en zeker in Nederland. Het meest recente Asterixalbum in het Nederlands was Asterix en de Helvetiërs in mei 1971. In het najaar zou niet alleen De Romeinse lusthof verschijnen, maar zou in de Nederlandse bioscopen ook de avondvullende tekenfilm Asterix en Cleopatra gaan draaien.

De dag voorafgaand aan het bezoek publiceerde Het Parool een groot verhaal over stripmakers uit Frankrijk en België. Daarvoor waren een verslaggever, een fotograaf én tekenaar Peter van Straaten naar Parijs gegaan. Van Straaten, die van Uderzo en Morris portretten voor bij het artikel maakte, was daar nogal onder de indruk geraakt van de enorme productie van zijn buitenlandse tekencollega’s. De laatste zin van het artikel is een citaat van Van Straaten: ‘Eén ding is wel duidelijk. Nooit striptekenaar worden. Nooit.’

Nationale Monument

NRC Handelsblad deed de volgende dag verslag van het bezoek van Uderzo, Goscinny en Morris, die signeerden op de boekenafdelingen van filialen van De Bijenkorf. De krant, die nog niet heel vertrouwd leek met het beeldverhaal, wist dat Albert Uderzo al meteen na de oorlog was begonnen met het tekenen van ‘vervolgverhalen, die men te onzent thans als ‘strips’ kent en die de Fransman ‘bandes dessinées’ noemt’.

Getekend werd er in De Bijenkorf vanzelfsprekend ook. Morris deed dat volgens de verslaggever van NRC Handelsblad in de Amsterdamse vestiging ‘nogal gespannen’, Uderzo juist ‘met flegma’. Op de foto bij het artikel is te zien wat Albert Uderzo tekende, en dat mag bijzonder worden genoemd. Het uitzicht vanuit De Bijenkorf op de Dam, inspireerde Uderzo tot het ­tekenen van Obelix, voor de verandering eens niet met menhir op zijn rug, maar met het ­complete Nationale Monument. Op het gelaat van de ­Galliër de welbekende dommig tevreden ­uitdrukking.

Wat is er met die tekening gebeurd? Stad en land belden we af, maar we zijn er nog niet achter. Een probleem is dat veel van de indertijd betrokkenen niet meer in leven zijn. Ook stripdeskundigen hebben geen idee naar wie de tekening indertijd is gegaan en wat er daarna mee is gebeurd. Uit deskundige hoek wordt wel gewaarschuwd dat de tekening mogelijk niet meer bestaat. Tegenwoordig brengen originele striptekeningen van de groten uit het vak op veilingen vaak enorme prijzen op, maar in de jaren zeventig werd er nog niet erg zorgvuldig mee omgegaan.

De hoop is nu gevestigd op de lezers van Het Parool. Dus zegt u het maar, wie weet waar de tekening is gebleven die Albert Uderzo op 28 mei 1971 in de Amsterdamse Bijenkorf maakte van Obelix met op zijn rug het Nationaal Monument?

Een meeslepende biografie van Catel

Toen tekenaar Albert Uderzo in 1951 in Parijs kennismaakte met René Goscinny, meende hij dat Goscinny net als hij van Italiaanse afkomst was. Maar nee, Goscinny’s ouders kwamen uit Oost-Europa, dat zij vanwege het antisemitisme daar waren ontvlucht. Het mag ironisch worden genoemd dat de scheppers van Asterix, een humoristische maar ook wel degelijk chauvinistische strip, hun roots buiten Frankrijk hadden.

René Goscinny had niet alleen die Oost-Europese achtergrond, hij bracht zijn jeugd grotendeels in Argentinië door en woonde voor hij begin jaren vijftig terugkeerde naar zijn geboorteland Frankrijk lange tijd in New York. Een echte wereldburger dus. Vlak nadat vorige maand Asterixtekenaar Albert Uderzo overleed, verscheen de Nederlandse vertaling van het eerste deel van de stripbiografie van René Goscinny, de scenarist van Asterix, die al in 1977 overleed.

Drie delen komen er van Het verhaal van de Goscinny’s, dat werd gemaakt door Catel (voluit Catel Muller), van wie eerder stripbiografieën verschenen van zangeres Josephine Baker en schrijfster Benoîte Groult. Alleen al het eerste deel, De geboorte van een Galliër telt 342 bladzijden. Asterix duikt pas ergens aan het eind van het boek op, maar de Galliër uit de titel verwijst natuurlijk ook naar Goscinny zelf, die weliswaar in Frankrijk ter wereld kwam, maar met zijn ouders al na twee jaar naar Zuid-Amerika verhuisde.

Het eerste deel van Het verhaal van de Goscinny’s (René Goscinny is de hoofdfiguur, maar ook zijn familiegeschiedenis komt aan bod) is veelbelovend. Catel heeft een aantrekkelijke, elegante tekenstijl en is een verteller die al die honderden pagina’s probleemloos weet te boeien. Met Goscinny, behalve van Asterix ook de scenarist van Le Petit Nicolas en Lucky Luke, heeft ze goud in handen. Een interessante persoonlijkheid die een rijk leven leidde.

Mensen aan het lachen maken, was zijn voornaamste levensdoel. Eerst zette hij daartoe zijn zinnen op een carrière als striptekenaar, later bleek hij toch beter in het schrijven van scenario’s. Leuk is dat we in De geboorte van een Galliër veel van zijn oude tekenwerk te zien krijgen; op dat gebied was hij ook zeker getalenteerd. Catel had ongelimiteerde toegang tot de nalatenschap van Goscinny, maar haar voornaamste bron was zijn dochter Anne. Vele pagina’s zie je de biografe en de dochter met elkaar praten; over René Goscinny vooral, maar ook over hun eigen beslommeringen. Even doet het vreemd aan, maar al snel word je daarin als lezer meegesleept.

Catel, Het verhaal van de Goscinny’s – De geboorte van een Galliër, Uitgeverij De Geus (€ 24,99)
Het verhaal van de Goscinny’s werd gemaakt door Catel (voluit Catel Muller).Beeld Catel en Editions Grasset & Fasquelle, 2019
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden