Waar blijven al die narren nu?

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column uit Het Parool.

Theodor Holman Beeld Wolff

Weet u nog? Cabaretiers? Dat waren mensen om wie je vroeger kon lachen.

Waarom? Omdat zij tegen het establishment waren. Zij waren de avant-garde, zij hadden overal maling aan, ze waren de lachspiegels van de maatschappij. Ze prikten al wat opgeblazen was, op een geraffineerde, vaak literaire manier door.

Cabaretiers waren tegen de elite. Tegenwoordig zijn cabaretiers de elite. Ze spreken zich niet uit, maar verbergen zich - en ik weet waarom.

Toen de Duitse tv-komiek Jan Böhmermann problemen kreeg omdat hij - precies zoals de nar vroeger - een hekeldicht had gemaakt op de dictatoriale Turkse president, dacht ik: nou zullen alle Nederlandse cabaretiers hem wel steunen!

De cabaretier Hans Teeuwen kwam met een geweldige sketch en... Niet Freek de Jonge, niet Youp van 't Hek, niet Dolf Jansen, niet Sanne Wallis de Vries, niet Pieter Derks, niet... hoe heten ze allemaal tegenwoordig.

Het bleef angstig stil.

Freek werd ernaar gevraagd en zei: "Wat heb ik nog toe te voegen aan wat gezegd is?"

En nadat hij de sketch van Hans Teeuwen had gezien, zei Freek na een pauze: "Erdogan is er niet voor de satirici. Wat moet ik hierover zeggen? We zitten in een afstompingssamenleving."

Tja...

Ook hoorde ik cabaretiers zinnen uitspreken als: "Als satire geen doel dient, gaat het nergens over."

Toen Theo van Gogh was vermoord, hoorde ik: "Heeft hij het ook niet een beetje aan zichzelf te danken?"

Toen de cartoonist Gregorius Nekschot op een schandalige manier werd gearresteerd, klonk het: "Die man kan toch ook helemaal niet tekenen!"

Na de aanslag op Charlie Hebdo was het: "Natuurlijk moeten ze niet vermoord worden, maar ik vond die tekeningen vreselijk, en ja..."

Als je je niet wilt bemoeien met de inhoud, pak je de vorm aan.

Cabaretiers zijn, zoals gezegd, zelf het establishment geworden. Je ziet: wiens brood men eet, diens woord men spreekt. Soms maakt eentje zich ervan af met uiterst dunne grapjes.

Het cabaret toetert tegenwoordig amechtig op een rolfluitje. Applaus krijg je niet voor de witz, maar voor een moraal waaraan niemand zich kan branden.

Als de leukerds maar gezellig zijn aan de Stammtisch van Matthijs met een vrolijkheidje hier en een gebbetje daar.

De nar is niet eens koning geworden; hij staat veilig, als onderknuppel, met een goed salaris op de loonlijst van de Vara.

t.holman@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden