Column

Waanzin heeft altijd met een vorm van religie te maken

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column uit Het Parool. Vandaag: de Gay Pride.

null Beeld Jean-Pierre Jans
Beeld Jean-Pierre Jans

Het lijkt wel of religieuze waanzin meer voorkomt dan vroeger. Gisteren was er weer een orthodoxe Jood die in Jeruzalem tijdens de Gay Pride een zestal homo's neerstak. Hij had er net tien jaar gevangenis opzitten.
Maar het is natuurlijk nu niet meer dan vroeger. We raken er alleen sneller van op de hoogte.

Waanzin heeft trouwens altijd met een vorm van religie te maken. Je bent jezelf niet meer, zoals dat heet. Je slaat door. Je krijgt een rood floers voor ogen. Al die beelden en metaforen duiden op een vorm van religie, op een macht buiten de mens om die hem stuurt: niet ik ben gek, ik is een ander. Het vervelende van religieuze waanzin is dat iemand die niet religieus is - zoals ik - niet begrijpt wat de waanzinnige nu precies drijft.

God vindt het vast heel erg dat er homo's zijn, tot zover snap ik het, maar waarom vindt een discipel van Hem dan dat je een homo mag doden? Tussen het erg vinden dat er homo's zijn en ze doden zit nogal een verschil. De moordenaar is er vast diep van overtuigd dat God hem opdraagt homo's te doden, maar waarom moet dat per se met een mes? Waarom niet met een pistool? En waarom maar zes, waarom niet allemaal? Waarom lost God dat probleem niet zelf op?

Ik begrijp dat de moordenaar in een goed blaadje bij God wil komen, maar is een verijdelde aanslag met een mes, terwijl je met een pistool honderden homo's had kunnen doden, dan toch niet een afgang in Gods ogen? Een heldendaad kun je zo'n aanslag toch moeilijk noemen.

Mijn antwoord op al deze vragen is: ach, de moordenaar is gestoord. Maar die verklaring bevredigt niet, want door te constateren dat iemand een stoornis heeft, snap je nog niet zijn handelen. In mijn fantasie gaan God en Allah wel eens bij elkaar op bezoek om over hun onderdanen te praten. Ze bekijken elkaars filmpjes, laten elkaar het aantal doden zien dat ze op hun geweten hebben, en kouten dan wat over de gang van zaken.

Ik kan me dan nooit voorstellen dat het gelukkige goden zijn. Vallen al hun creaties niet ontzettend tegen? Hebben al hun volgelingen niet iets schlemieligs? Zijn die niet mislukt?

Als God en Allah bestaan, moeten het atheïsten zijn. Zij weten namelijk zeker dat ze niets voorstellen.

Wilt u reageren op dit artikel? Dat kan! Scroll (een beetje) naar beneden om een reactie te plaatsen of stuur een mail.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden