PlusColumn

Vuurwerkverbod? Sorry mensen, het volk heeft gesproken

Patrick MeershoekBeeld Maarten Steenvoort

De laatste thumping thunders waren vorige week nog niet smeulend en sissend teruggekeerd op aarde, toen het stadsbestuur als klap op de vuurpijl een referendum aankondigde. Ergens in de komende maanden mogen de Amsterdammers zich uitspreken over de behoefte aan een stedelijk vuurwerkverbod.

Zo zal het gaan: de mensen met een hekel aan vuurwerk zullen voor een verbod stemmen. De mensen die aardigheid hebben in het afsteken van vuurwerk zijn tegen de maatregel.

Uit een telefonische enquête in opdracht van de gemeente ­weten we dat twee jaar geleden iets meer dan de helft van de Amsterdammers voorstander was van zo'n verbod. Die meerderheid zal na de afgelopen jaarwisseling waarschijnlijk nog iets groter zijn geworden.

Het referendum werd gepresenteerd als een geschenk aan de bevolking, maar het stads­bestuur spint er zelf natuurlijk ook garen bij. Een vuurwerkverbod is een ingrijpende maatregel en bij lastige vragen kan worden verwezen naar de wens van een meerderheid van de Amsterdammers. Sorry mensen, het volk heeft gesproken.

Wat de uitslag van het referendum ook zal zijn: er zal een grote groep teleurgesteld achterblijven. Dat laatste maakt een vuurwerkverbod bij uitstek tot een besluit dat niet mag worden opgehangen aan een volksraadpleging, maar na lang wikken en wegen door bestuurders zelf moet worden genomen.

Burgers kunnen op allerlei manieren behulpzaam zijn bij het besturen van de stad, maar lastige besluiten zijn nu eenmaal de eenzame plicht van bestuurders. Zij moeten de afweging maken tussen de verschillende belangen en dragen de verantwoordelijkheid om de knoop door te hakken.

De zorg voor de stad als geheel leidt zelden tot de ideale uitkomst, vaak wel tot de best haalbare.

Het referendum maakt deel uit van de agenda van de lokale democratie, een op zich prijzenswaardige inspanning van bestuur­ders om burgers te betrekken bij het beleid en zo het draagvlak te vergroten bij de besluitvorming. Het nieuwe college heeft aangekondigd serieus werk te maken van de burgerparticipatie in de jaren dat zij het voor het zeggen hebben.

Ik houd mijn hart vast. Het vorige college organiseerde de ene participatietafel na de andere, maar beroofde vervolgens de bestuurs­commissies in de stadsdelen van het laatste beetje invloed dat ze bezaten. De honger naar macht was veel groter dan de wens om te delen. Zal het huidige stadsbestuur wel bereid zijn om zeggenschap uit handen te geven?

Ik heb op bijeenkomsten met bewoners vaak genoeg gezien hoe bestuurders zeiden te zijn gekomen om te luisteren, om de microfoon vervolgens niet meer af te staan.

Als ze samen naar de karaokebar gaan, zit de burger doorgaans toch het grootste deel van de avond zwijgend langs de kant, toekijkend hoe de bestuurder voor de vijfde opeenvolgende keer Paradise by the dashboard light inzet.

Reageren? patrick@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden