'Vuurwerk kan niet meer'

AMSTERDAM - Vuurwerk in de grachtengordel, kan dat eigenlijk nog wel? Monumentenzorgers vragen het zich af nu in de nieuwjaarsnacht het zeventiende-eeuwse pand aan de Herengracht 132 is afgebrand.Een dag na de brand is het sloopwerk nog in volle gang. Zachtzinnig gaat het niet. Stukken gevelsteen vliegen de toeschouwers om de oren. Eén van hen is Walther Schoonenberg, voorzitter van de Vereniging Vrienden van de Amsterdamse Binnenstad. Hij maakt zich zorgen. ''De gevel stond nog overeind. Dit gebouw kan in aanmerking komen voor herbouw, maar dan moeten de brandweer en de slopers oplettend zijn.''

''Ze hebben advies nodig van experts, van de bouwdeskundigen van de dienst Bouwen en Wonen en de architectuurhistorici van Bureau Monumenten en Archeologie. Ik heb geen tekenen ontvangen die er op wijzen dat dit is gebeurd.'' Het gevaar bestaat dat argeloze slopers waardevolle delen in de afvalbak dumpen, zoals de houten consoles van de kroonlijst in Lodewijk XVI-stijl.

Schoonenberg zegt samen met andere monumentenorganisaties het afsteken van vuurwerk boven de stad aan de kaak te zullen stellen. ''In het buitenland gelden beperkingen,'' aldus Schoonenberg. In Antwerpen, waar net als in Amsterdam nog houten en kwetsbare huizen staan, mag alleen het stadsbestuur vuurwerk afsteken.

Volgens Schoonenberg gaat het bij Herengracht 132 om een zeer waardevol pand. Het betreft een dubbel grachtenhuis, twee keer zo breed als een standaard kavel. Daarmee is het pand volgens Schoonenberg typerend voor de zogeheten derde de stadsuitleg, die begon in 1613.

Het pand hoort volgens kenners qua tijdsbeeld thuis in het rijtje dubbele huizen, zoals het Huis Bartolotti, aan de Herengracht 170-172, en het Huis met de Hoofden aan de Keizersgracht 123. Die hebben een grote topgevel. Sommige van deze huizen hebben zelfs een dubbele topgevel.

Dat was aanvankelijk bij het nu afgebrande pand ook het geval, maar veel oorspronkelijke elementen van dit pand waren al lang niet meer te zien, vertelt Schoonenberg. Het werd in 1790 verbouwd, waarbij de topgevels werden vervangen rechte kroonlijst. Die verbouwing gaf het pand een typische achttiende-eeuwse uitstraling.

In het interieur waren nog wel veel oorspronkelijke elementen te zien. In Bouwen in Amsterdam, Het woonhuis in de stad, het standaardwerk van Henk Zantkuijl over de architectuurhistorie van Amsterdam, werden voor het pand in 1687 door Gerard de Lairesse en Johannes Glauber vier plafondschilderingen gemaakt. Ook de balken waren nog origineel. ''In de kern was het huis zeventiende-eeuws,'' aldus Schoonenberg.

Dat het pand zal worden herbouwd, is niet zeker. De Rijksdienst voor Archeologie, Cultuurlandschap en Monumenten heeft de interpretatie van het begrip 'monument' enger gemaakt, vertelt. Schoonenberg: ''Een herbouwd monument is volgens de dienst geen monument meer omdat de stenen niet oud zijn. Daarom wordt het van de lijst geschrapt, waardoor er geen herbouwplicht is. Eigenaren krijgen dan ook geen subsidies in aanvulling op de verzekeringsuitkering.''

De Vereniging Vrienden van de Amsterdamse Binnenstad vindt dat onzin. Schoonenberg: ''De monumentenwet stelt ook niet dat een herbouwd monument geen monument kan zijn. Uiteindelijk gaat het om de vraag of de monumentaliteit van een gebouw alleen wordt bepaald door de authentieke substantie - de stenen - of in hoge mate ook door het beeld, in combinatie met oorspronkelijke elementen.''

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden