Plus

VU-hoogleraar Jaap Goudsmit: 'Ik zie echte levensenergie in Ik Vertrek'

Hoogleraar Jaap Goudsmit (65) onderzoekt ons ontkenningsgen: het vermogen van de mens om de dood te verdringen. 'Dit verklaart waarom we proberen een nuttige invulling aan het leven te geven.'

Jaap Goudsmit: 'Vroeger onthield ik alles' Beeld Renate Beense

Het favoriete televisieprogramma van Jaap Goudsmit is Ik Vertrek. Het maakt niet uit waar hij druk mee is als arts, schrijver, hoogleraar in pathogenese en ­natuurlijk beloop van neurodegeneratieve ziekten aan de VU in Amsterdam en adjunct-hoogleraar epidemiologie aan de Harvard University; Ik Vertrek moet gezien.

Hij kan ook meeslepend uitleggen waar dit programma verband houdt met zijn ­recente onderzoek naar de oorzaak van de ziekte van Alzheimer en zijn twee net uitgekomen boeken. Het ene heet De Tijd Van Je Leven, uitgegeven ter gelegenheid van een eredoctoraat aan de VU voor zijn wetenschappelijke werk en de verbinding met het bedrijfsleven.

Dit beknopte werk gaat over wat Goudsmit immorbidity noemt: het bereiken van immuniteit voor de ouderdomsziektes die het leven vroegtijdig beëindigen.

Aan het andere boek, De Kunst Van Het Sterfelijk Zijn, heeft hij met tussenpozen acht jaar gewerkt, al telt het slechts 120 pagina's. Aan de hand van zeventiende-eeuwse schilderkunst die mortaliteit en de dood verbeeldt, onderzoekt hij vragen over de zinvolle besteding van onze beperkte tijd.

Van groot belang voor de loop van iemands leven en de waarde die hij of zij daaraan toekent, is het 'ontkenningsgen voor onze sterfelijkheid': het unieke vermogen van de mens om de dood te verdringen. Ofschoon het ontkenningsgen nog niet wetenschappelijk is aangetoond, wordt het van alle kanten bekeken in dit boek.

Goudsmit denkt dat het ontkenningsgen verklaart waarom de meeste mensen 'jaar in jaar uit elke ochtend weer opstaan en proberen een nuttige invulling aan hun leven te geven'.

Hij voegt eraan toe dat het gen niet statisch is. Het kan vol aanstaan (dan nemen we grote beslissingen en risico's), maar ook een beetje (een vagelijk bewustzijn van onze sterfelijkheid), en soms helemaal niet. Als het ontkenningsgen volledig uit staat, zijn we erg doordrongen van het gegeven dat we doodgaan.

Dat kan gebeuren door het overlijden van een dierbare. Goudsmit kent dit gevoel van de maanden na de dood van Joep Lange, de bekende aidsdeskundige die omkwam bij de aanslag op vlucht MH17. Goudsmit werkte decennia met Lange samen. De Kunst Van Het Sterfelijk Zijn is opgedragen aan Lange en diens vriendin Jacqueline van Tongeren, die ook in het vliegtuig zat.

Terug naar Ik Vertrek, in het bijzonder naar de aflevering waarin een ouder echtpaar met 68 papegaaien en twee teckels verhuisde naar een bouwval in een Hongaars gehucht om op een braakliggend stuk grond een camping voor minima te beginnen: een minicamping. Twitter ontplofte bijna van de retweets, zo indrukwekkend was de laconieke volharding waarmee Irma en Sjaak alle tegenslagen trotseerden.

"Wereldschokkend vond ik het. Van schoonheid. Mensen aan de onderkant van de maatschappij die de slechtste koop van de wereld doen, denken wij zogenaamde intellectuelen. Dat is dus niet waar, ze doen juist iets heel intelligents. Ze maken vrienden in dat onbegrijpelijke dorp. Ze slagen, te midden van de puinzooi."

Irma en Sjaak hadden hun ontkenningsgen tijdelijk wel heel erg aanstaan.
"Ja, en het fascinerende is dat hun doorzettingsvermogen pas ontdekt is in dit proces. Ik zie in Ik Vertrek vaak wat echte levensenergie is."

Bij Jaap Goudsmit klinkt die energie door in zijn stem. Daar zit zo veel enthousiasme in, zo veel zin om iets goeds te vertellen. Hij praat snel maar bedachtzaam, in gelijke tred met zijn denkvermogen. De aanleiding voor De Kunst Van Het Sterfelijk Zijn was dat zijn beste vriend hem vroeg of hij bang was voor de dood, steekt hij van wal, als in Wildschut de cappuccino's zijn besteld.

Goudsmit: 'Ik zie in Ik Vertrek wat echte levensenergie is' Beeld Renate Beense

"Ik dacht erover na en kwam tot de conclusie dat ik niet bang ben voor de dood, maar wel voor ziektes. En welke dan? Kan ik daar nog iets aan bijdragen? Dat ging me bezighouden. Een groot deel van mijn leven deed ik onderzoek naar infectieziektes. Welk pad was ik daarmee opgegaan?"

"De coming of age van een academicus is een ingewikkeld proces. Kunnen we het straks nog over hebben. Ik hield me jaren en jaren met aids bezig, samen met Joep. In 1996 was het in wezen opgelost, in die zin dat er geneesmiddelen waren die het tot een chronische ziekte maakten. Daarna heb ik een tijd aan griep ­gewerkt. Dat motiveerde mij niet genoeg."

Want dat komt en gaat?
"Ja, ik heb meegewerkt aan een geneesmiddel dat er misschien komt, ik droeg iets bij aan een beter vaccin, maar het was niet genoeg. Zo kwam ik gaandeweg op het idee me te buigen over de vraag of we nou sterven mét of aan ouderdomsziektes. Kijk, wij allen krijgen een levensverwachting uitgedeeld en sinds omstreeks 1840 zien we dat deze levensperiode lineair toeneemt. We worden alsmaar ouder, ook als we niets doen, zelfs als de hele wereld in brand staat."

Onlangs was in het nieuws dat kinderen die nu ter wereld komen een gemiddelde levensverwachting van negentig hebben.
"Ja, en waarschijnlijk worden ze dat in toenemende gezondheid. Daar komen we de geniale stelling van de Amerikaanse medicus James Fries tegen, die in 1980 een van de meest geciteerde artikelen in de medische ­literatuur schreef."

"Fries beweerde dat de periode van ziek zijn in een leven korter wordt naarmate het leven langer is. Iedereen verklaarde die man destijds voor gek. Men dacht juist dat het aantal chronische ziekten en de duur daarvan gelijke tred hield met de toenemende levensverwachting. Kortom, dat we steeds meer zouden lijden naarmate we steeds ouder werden. We konden toen niet zien wat hij beweerde, omdat de levensverwachting nog niet hoog genoeg was."

"Tegenwoordig wel. Er lopen steeds meer honderdplussers rond die weinig ziektes hebben gehad. Ze ontsnappen overal aan en sterven dan een vrij pijnloze dood. Hoe doen ze dat? Daar zoek ik naar."

Genen?
"Ook, maar niet alleen. Kijk, ouderdom is een darwinistisch proces. Evolutionair stort je in. Onderweg treden er, nu nog, allerlei veranderingen op waardoor je ziek wordt. Ik wil de hypothese testen dat je oud wordt én ontsnapt aan die ziektes als je maar biologisch jonger blijft dan je kalenderleeftijd."

"Het mooiste recente onderzoek op dit gebied is dat van een groep Amerikaanse en Engelse onderzoekers. Zij toonden aan dat binnen een groep van 38-jarigen de biologische leeftijd varieert van twintig tot zestig. Opvallend in dat onderzoek is dat de biologisch jongste groep niet alleen lichamelijk sterker is, maar ook het beste scoort in cognitieve testen. Het voorblijven op je kalenderleeftijd begint dus, denk ik, in het brein. Daarom begin ik mijn onderzoek naar immorbidity bij alzheimer."

U bent bezig met onderzoek op muizen. Kunnen wij ondertussen vast zelf iets doen om een ontsnapper te worden?
"Daar kun je alléén zelf iets aan doen, door je levensstijl. Als je jezelf - inclusief je hersenen - fit houdt, ben je op de goede weg, denk ik."

Heeft u al een concreet beeld bij de ­uitkomst van uw onderzoek?
"Ik wil toe naar een testsysteem waarmee mensen makkelijk zelf kunnen vaststellen of ze jonger zijn dan hun kalenderleeftijd en of ze geestelijk achteruitgaan. Ik denk dat het over vijf tot tien jaar zover is.

"Het grote probleem van de huidige preventie is dat de beloning lang op zich laat wachten. Waarom roken jongeren nog, vrouwen vooral? Omdat het twintig jaar duurt voordat de kanker zich manifesteert die je zo nodig moest voorkomen. Als we het effect van roken meteen konden zien op onze iPhone, gaat iedereen aan preventie doen."

Wat doet u al om uw kalenderleeftijd voor te blijven?
"Ik slik een paar dingen. Een kinderaspirientje, vitamine D3, omega 3. Daarvan vind ik redelijk bewezen dat het werkt. En ik drink minder sinds ik begon aan mijn laatste boeken."

Gelooft u ook, zoals steeds meer wetenschappers, dat de mens duizend kan worden?
"Nee, ik begrijp niets van dat idee. Het is darwinistisch niet logisch. Er moet gestorven worden. De hele tijd door. Anders gaat het geen kant op. Ik vind het ook zo onsignificant. Is het de bedoeling dat we met zestig miljard mensen op de aarde zitten? En krijgen die dan allemaal nog eten? En waar moeten ze slapen? Nee, longevity is geen nuttig concept."

Ik heb wel gekeken, hoor, naar immortaliteit. Er bestaan een worm en een kwal met het eeuwige leven. Maar zij vernieuwen zichzelf de hele tijd. Dat doet de mensheid niet. Wij moeten ons voortplanten om te blijven bestaan."

Worden longevity-aanhangers aangewakkerd door de kick dat het zou kunnen lukken? Door de vernuftigheid van het experiment?
"Ik denk dat ego vooral de aandrang is. Zij willen zelf graag vijfduizend worden. Dat kan de enige drive zijn want afstandelijk wetenschappelijk is het onzinnig en onlogisch. Longevity is niet verdedigbaar, niet doorgedacht. Wat heeft die Darwin nou precies uitgevonden? Er is een survival of the fittest en het leven kan alleen bestaan bij de gratie van het constante sterven."

U beschouwt wetenschappelijk onderzoek als een staat van continue twijfel. Moeten Darwins bevindingen niet ook ­onderhevig zijn aan twijfel? Is wat hij uitvond dan wel absoluut?
"Nee, dat is het niet, maar wat Darwin heeft bedacht, houdt stand. Zijn evolutietheorie vormt nog steeds de basis van alle ­biologische kennis. Af en toe staat er in de wetenschap iemand op zoals hij, eenlingen met een verpletterend brein die iets ongelooflijks ontdekken. Zij hebben niets nodig, ze zien de waarheid."

Wat is de waarheid die u nu zoekt?
"Ik wil maar één ding: te weten komen of ik het aantal mensen kan vergroten dat op hoge leeftijd 's avonds redelijk gezond naar bed gaat, in de overtuiging dat ze de volgende dag ochtend weer wakker worden. En dat gebeurt dan niet. Dit lijkt mij de mooiste dood. Helaas is het nu zo dat de gemiddelde mens sterft op zijn 85ste en altijd een aantal ziektes heeft meegemaakt die niet leuk waren. En het sterven was dus ook niet zo leuk. Ik wil meer mensen laten ontsnappen, de jaren van lijden naar de dood toe verkorten tot een uur. Of liever nog tot nul."

En wanneer mag dat uur nul dan aanbreken? Als iemand 90 is? 95?
"Ja, dat vind ik dan weer veel lastiger. Als ik mijn moeder van 87 (documentairemaker Hedda van Gennep, red.) vraag of ze gezond is, antwoordt ze: 'Ik heb zo mijn problemen, maar ik ben best gezond.' En ze is nog hartstikke actief. Ze maakte dit jaar nog een film over Kriterion. 87 is dus te vroeg."

Voor haar.
"Ja, voor haar. Maar ik wens iedereen een lang en productief leven. Alleen, wat is nou werkelijk een nuttig leven? Ik vind dat te weinig mensen nadenken over de vraag waarom ze op aarde zijn. Als je daar enig idee bij hebt, is het makkelijker je brein fit te houden."

Weet u het al?
"Nou, ik probeer wat ik kan - onderzoeken - zo goed mogelijk te doen. Ik heb nu mijn onderwerp gevonden, met alzheimer, omdat het eerste wat we verliezen subtiele hersencapaciteiten zijn. Ik merk het zelf ook. Vroeger onthield ik alles. Ik kon een blaadje doorlezen en vervolgens precies vertellen wat erin stond, inclusief paginanummers. Die ­capaciteit ben ik kwijt."

"Hoe blijven we dat proces nou voor? Mijn kinderen zijn zich al veel bewuster van hun gezondheid dan ik, in de tijd dat ik met mijn geliefde vrouw in café De Pieter hing, avond na avond. Zij gaan ook veel uit, maar ze vinden wel dat ze ook nog moeten sporten die dag. Deels gaat de ontwikkeling dus vanzelf, zoals Fries beweerde in 1980: als we niks doen, gebeurt er ook nog heel wat. Een schitterend voorbeeld is Pokémon Go. Wat daarmee gebeurt, vind ik niet minder dan indrukwekkend."

Waarom?
"Denk eens na. Wij zijn al vijftig jaar bezig iedereen in beweging te krijgen. Dat lukt slecht. Nu is er een Japans bedrijfje dat miljoenen mensen de straat op krijgt. Ze staan in elkaars tuinen, ze rennen zich suf naar heuveltoppen... Het is de beste gezondheids-app tot nu toe. Uniek. Dus ja, ook de wetenschap faalt tot op zekere hoogte en Fries heeft gelijk gekregen."

Maar door een toevalligheid.
"Ja, en om verkeerde redenen. De jongens van Pokémon dachten gewoon: dit is een verslavend leuk spel. Maar dat geeft niet, om onbedoelde redenen komen vaak grote ontdekkingen tot stand. In de jaren vijftig schreven Barber en Merton een mooi boek over ­serendipiteit - het mengsel van geluk en wijsheid - waarbij iets gebeurt 'not quite by accident'. Briljant Engels. Ik geloof er heilig in dat je moet beogen een leven van serendipiteit te leiden. Toeval speelt daarin een rol, maar niet toevallig; je moet er een voorbereid brein voor hebben."

"Het kernpunt van gelukkig toeval is openstaan. En zinnig omspringen met het ontkenningsgen voor onze sterfelijkheid. Steeds vaker stimuleer ik mijn studenten een bepaalde proef gewoon te doen, zonder eerst álle literatuur te lezen. Alles komt uit het experiment. Tegelijkertijd publiceer ik steeds minder, behoorlijk bewust."

Over hiv en aids heeft u ongelooflijk veel gepubliceerd in uw jonge jaren. Staat u daar nog steeds achter?
"Ik heb vijfhonderd papers geschreven, zoekende naar wat het hoogste waarheidsniveau heeft. In die enorme hoeveelheid zitten uiteindelijk maar vijf of zes publicaties die belangrijk zijn gebleken, in de zin dat anderen er echt mee zijn geholpen. Al dat andere klopt ook nog wel, ik zat geen onzin te vertellen, het draagt alleen niet ontzettend bij."

Wordt u steeds strenger in wat zinnig is?
"Ik leg de lat hoog, ja. Mijn oude leermeester Carleton Gajdusek, een Amerikaanse Nobelprijswinnaar bij wie ik in 1978 mocht komen werken, legde me dingen uit waar ik destijds de wijsheid nog niet van snapte. Hij zei: 'Eerst moet je de vaardigheden van de wetenschap goed leren.' De methodologie. Wat is causaliteit? Hoe meet je? Wat is het verschil tussen associatie en oorzaak? Daarna is het belangrijk op welke weg je gaat lopen. Wat wil je nou eigenlijk onderzoeken?"

Kinderfoto van Jaap Goudsmit Beeld -

"En hij zei ook: 'Je moet alleen de voordeur openzetten.' Hij bedoelde dat wetenschappelijk onderzoek te vergelijken is met een huis dat je niet kent. Je opent de voordeur, kijkt naar binnen en zegt: 'Wat ik nu toch allemaal zie.' Die interessante dingen beschrijf je allemaal, heel goed en nauwkeurig. En vervolgens doe je niks meer. Dan moet je de rest van de wereld naar binnen laten om na te gaan of wat jij gezien hebt er echt was en wat het zou kunnen betekenen. Dat snapte ik toen niet. Ik ging zelf die deur door om alles te bekijken. Dat zijn die vijfhonderd artikelen. Weet ik nu."

Een deel van uw publicaties kwam voort uit uw samenwerking met Joep Lange. Hij overleed terwijl u bezig was met De Kunst Van Het Sterfelijk Zijn. Hoe beïnvloedde dat uw schrijven?
"Niet. Het drama rond Joep en Jacqueline ging over de dood en ik schreef over sterfelijkheid. Dat is iets levends. Dat zit in jou en mij. Niet meer in Joep. Maar het was een verschrikkelijk drama natuurlijk. Hun dood zette mijn ontkenningsgen totaal af. Joep en ik waren zo aan elkaar verknocht."

"We zaten eindeloos op één kamer. We hadden een lijst van de honderd beste boeken die we hadden gelezen. Alleen als we er een boek afhaalden, mochten we er een toevoegen. Dat leverde veel lol en twistgesprekken op. Een andere afspraak was om een keer in de zes weken samen te eten. Het eerste waaraan ik dacht toen ik hoorde van de ramp was dat we het al drie keer hadden afgezegd."

"Zie daar het ontkenningsgen in volle bloei. Hoe zorgvuldig moet je zijn in vriendschap en liefde? Ik zou zeggen: als het nu kan, doe het nu. Fransje en ik gaan altijd op vakantie met groepen vrienden. Dat zal wel geen toeval zijn. Laatst ben met mijn moeder naar Italië geweest. Zag ik weer eens wie zij eigenlijk is. Morgen ga ik met mijn beste vriend naar Duitsland. De rit erheen verheugt me bijna het meest. Samen geïsoleerd zijn in zo'n auto, ongelooflijk hoe sterk dat focust."

Deze zin viel me op aan het eind van het boek: Misschien moeten we eerst onze sterfelijkheid ontkennen en dan, als we ons 'netjes' hebben gedragen, bescheiden zijn over wat we bereikt hebben. Wat ­bedoelt u met netjes?
"Een middenweg tussen leven als Hercules (nu met het accent van Jacobse en Van Es): dat heb geen nut, letterlijk heb dat geen nut, en wat Julian Barnes schrijft in zijn briljante boek Nothing To Be Frightened Of: je moet je de godganse dag bewust zijn van de sterfelijkheid. Facing mortality is key, maar niet zo dat het je verlamt. Ik geloof dat het gunstig is het ontkenningsgen stevig aan te hebben in de eerste twintig jaar van je volwassen leven. Wellicht is de evolutie daarbij gebaat. Later moet je ervoor waken dat je je prestaties niet in een egovorm giet. We zijn allemaal ijdel, maar je moet dat eronder houden."

"Het is cruciaal steeds bescheidener te worden, anders schep je geen ruimte. Kinderen moeten langs je heen kunnen. Toen mijn dochter Judith, die scenarioschrijver is, mijn boek over kunst en de dood las, zei ze: 'Pap, het is mooi, maar je volgende boek kan nog compacter. Je mag wel wat minder trots zijn op je eigen ideeën'. Nou, ik kan weer aan het werk."

Goudsmit: 'Ik kwam tot de conclusie dat ik niet bang ben voor de dood, maar wel voor ziektes' Beeld Renate Beense

Jaap Goudsmit

22 juli 1951, ­Amsterdam

1970-1978
Geneeskunde aan de UvA (cum laude)

1978-1983
Wetenschappelijk medewerker lab National Institutes of ­Health

1989-2002
Hoogleraar virologie UvA/AMC

2002-2015
Wetenschappelijk directeur Crucell (tot 2011), hoofd Crucell vaccin instituut (2015)

2015- nu
Global head Janssen Prevention Center, Johnson & Johnson

2016-nu
Hoogleraar ­natuurlijk beloop en pathogenese van neurodegeneratieve ziekten, UvA/AMC, adjunct- hoogleraar epidemiologie, Harvard, Boston, VS

Jaap Goudsmit is getrouwd met Fransje van der Waals, hoogleraar global health education aan de UvA. Ze wonen in Amsterdam en ­hebben drie dochters.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden