Plus

Vrijgemaakte slaven in Suriname streken neer in Frimangron

Vrijgemaakte slaven in Suriname streken neer in de wijk Frimangron, de grond van de vrije man. Historicus Karwan Fatah-Black schreef een boek over deze woelige vrijhaven.

Het geboortehuis van Anton de Kom (1898-1945) in de wijk Frimangron in Paramaribo Beeld ANP

De 'onwaardeerbare schat des vrijdoms' heette het in de koloniale tijd: de vrijheid die de witte slavenhouder een zwarte slaaf schonk.

Het gebeurde slechts mondjesmaat, aan­vankelijk hoofdzakelijk aan vrouwen bij wie de plantagehouder kinderen had verwekt en aan mannen die als militair voor het koloniaal gezag hadden gewerkt.

Maar bij de afschaffing van de slavernij in 1863 telde Suriname toch vijftienduizend van deze zogenoemde vrijgemaakten en hun nakomelingen.

De verborgen geschiedenis van deze bijzondere gemeenschap is terug te vinden in het boek Eigendomsstrijd van Karwan Fatah-Black.

"De mensen hebben geen dagboeken of pamfletten nagelaten," vertelt de historicus over zijn spitwerk in de Surinaamse archieven.

"Maar zij mochten bijvoorbeeld wel een testament laten opmaken. En ook uit vonnissen van de rechtbank valt veel informatie te halen over het dagelijks leven."

Het schenken van de vrijheid aan een tot slaaf gemaakte door middel van een zogeheten manu­missie was aan strenge regels gebonden. De vrijheid was een lening, en kon in principe ook weer ongedaan worden gemaakt.

Fatah-Black: "Wettelijk was vastgelegd dat de vrijgemaakten hun eigenaar en het koloniaal gezag dankbaar moesten zijn voor de verkregen vrijheid. Dat waren ze ook. Er zijn zelfs testamenten waarin de vrijgemaakte zijn vroegere eigenaar aanwijst als erfgenaam."

Sprankje hoop
Onbegrijpelijk in de ogen van nu, maar volgens de historicus juist een treffend voorbeeld van hoe het koloniaal systeem toen functioneerde.

"De manumissies waren een beloning én een instrument. Halverwege de achttiende eeuw telde Suriname vijftigduizend zwarte slaven op tweeduizend witte eigenaren die met harde hand de plantages bestuurden."

"De kans op een manumissie bood het sprankje hoop dat nodig was om dat gewelddadige systeem te stabiliseren."

De mannen en vrouwen die in aanmerking kwamen voor een manumissie waren doorgaans slaven die dicht bij de eigenaar stonden.

Fatah-Black: "De eigenaren lieten de mensen vrij die zij herkenden als individu. In het begin waren dat vooral de vrouwen die een gedwongen relatie met de eigenaar onderhielden, en hun kinderen. De kinderen werden erkend als eigen, en kregen vaak ook een opleiding in Nederland."

De vrijheid was letterlijk en figuurlijk een uitweg uit de slavernij. De vrijgemaakte mannen en vrouwen werden in de koloniale administratie nog aangemerkt als voormalig eigendom van hun vroegere eigenaar, maar bij hun kinderen gebeurde dat niet meer.

De vrijgemaakten kregen een stuk land aan de rand van de stad toegewezen waar zij konden wonen. Frimangron, de grond van de vrije mens. Het was moerassig en onvruchtbaar, maar de percelen waren wel degelijk eigen bezit.

Fatah-Black schildert fraai hoe Frimangron zich ontwikkelde tot een levendige vrijplaats in het koloniale Suriname. De Saramaccastraat was het kloppende hart van de wijk, met winkels, kroegen en bordelen.

De illegaal gestookte dram, een alcoholische drank bereid uit afval van de suikerbereiding, en andere vormen van vermaak oefenden een grote aantrekkingskracht uit op de zeelieden die Suriname aandeden.

Zij mengden zich moeiteloos met de vrijgemaakten, maar ook met de marrons die vanuit het binnenland naar de stad kwamen om handel te drijven.

Het was niet voor niets, dat Nederland pas laat tot afschaffing van de slavernij overging, vertelt Fatah-Black. "De Fransen en de Britten waren voorgegaan, maar hadden daarna grote problemen in de kolonies gekregen."

"De strategie van Nederland was de bevolking door middel van kerstening en onderwijs klaar te stomen voor productief burgerschap. De slavernij werd ook nog eens afgeschaft op 1 juli, midden in de regentijd. Dat is in Suriname niet de periode dat mensen massaal de straat opgaan."

Kritisch en niet bang
In dat woelige Frimangron, betoogt de historicus, is de kiem gelegd voor de postkoloniale Surinaamse samenleving. Een nieuw zelfbewustzijn zou niet lang op zich laten wachten.

Karwan Fatah-Black (Amsterdam, 1981)

Studeerde geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam. Hij promoveerde in Leiden op de geschiedenis van Suriname als spil in de trans-Atlantische handel. In 2016 heeft Fatah-Black de Heineken Young Scientists Award ontvangen voor historische wetenschap.

De zoon van een Koerdisch-Iraakse vader en een Nederlandse moeder geldt inmiddels internationaal als expert op het gebied van het slavernijverleden.

Beeld Jussi Puikkonen/KNAW

"Na de afschaffing van de slavernij was de eerste generatie inderdaad nog dankbaar voor de verkregen vrijheid. Daarna stonden mensen als Anton de Kom op die met heel andere ogen naar de kolonisator keken. Zij waren kritisch en niet bang uitgevallen. De Kom is ook een kind van Frimangron."

De afschaffing van de slavernij maakte geen einde aan de racistische hiërarchie, waarin een lichte huidskleur als ideaal gold. "Hoe lichter, hoe beter," vat Fatah-Black de praktijk samen.

"Het is tragisch dat die verschillen na de afschaffing van de slavernij een culturele factor werden. Tijdens de slavernij was vooral het juridische onderscheid tussen slaaf en vrij van belang. Na de afschaffing werd huidskleur een belangrijke maatstaf voor de onderlinge verhoudingen. Daar zijn vandaag de dag nog steeds de sporen van terug te vinden."

Het koloniale verleden heeft niet alleen Suriname gevormd, maar ook Nederland, zegt de historicus.

"Veel meer dan we zelf denken. Je ziet nu in heel Europa nieuwsgierigheid ontstaan naar de erfenis van het koloniale verleden. We weten inmiddels wat het voor de tot slaaf gemaakten heeft betekend om te worden gebrandmerkt, en komen nu toe aan de minstens zo belangrijke vraag wat het betekent om een brandmerk op een ander mens te zetten."

Karwan Fatah-Black: Eigendomsstrijd, Ambo Anthos, €20

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden