Vrienden van DRC, tot in het graf

PRONKSTUK

Elke club heeft ze. Prominent boven de bar of in de bestuurskamer. Verscholen in een hoekje van de kantine, of achter de struiken rond veld twee. Pronkstukken. Ze vormen de schatkamer van het amateurvoetbal. Deze week: De Lichtbak van DRC.

Naar DRC gaan is teruggaan in de tijd. De Durgerdammerdijk af, naar beneden over het ophaalbruggetje, langs de kerk. Het verweerde kassahokje, kriskras neergezette auto's en de kantine die van buiten nog steeds iets weg heeft van een barak.

Eenmaal binnen is daar natuurlijk de tachtigjarige Klaas Bording. Eind jaren dertig was hij al bij de club. Maar Bording heeft het liever niet over zichzelf. ''Jij komt zeker voor Ad van Sundert?'' Wachtend op Van Sundert, het oudste nog spelende lid, komt Bording toch even voor de lichtbak staan, direct links van de kantinedeur. Erop staat in rode letters Vrienden van DRC. Bording gaat de namen langs. ''Die is dood, die is weg, die is niet meer helemaal goed.'' Terwijl hij de woorden uitspreekt, lijkt de lichtbak steeds ouder te worden.

Als garagehouder Van Sundert arriveert, verandert het gesprek van toon. ''Die bak hangt er al zeker 25 jaar. Die tl-buizen die erachter zitten doen het niet meer. Steeds als we hem aanzetten knapten de stoppen.'' Met Bording komt hij tot vier overledenen. ''De rest kun je hier af en toe echt nog wel tegenkomen.'' Hij staat er zelf ook tussen. De bak schuift weer wat op in de tijd.

De lichtbak was een initiatief van A.C. Nep. ''De club kon toen wel wat steun gebruiken. De toptijd was net geweest.'' De toptijd van DRC, Durgerdammer Racing Club, begon in 1973. De proftak van De Volewijckers was failliet, tien spelers werden naar Durgerdam gelokt. Aannemer Jaap Buitenhuis speelde hierin een cruciale rol. Hij stopte de spelers wat toe en zette enkele 'jongens' op de loonlijst. En dat terwijl Buitenhuis uit Landsmeer kwam.

''Pure clubliefde,'' zegt Bording. In de oorlog is hij opgevangen door een Durgerdammer.'' In die periode werd DRC kampioen in de AVB en zelfs van Nederland. Van Sundert: ''Ik heb daar thuis nog een bekertje van. Herman Kuiphof interviewde sterspeler Dries Boszhard voor de tv. Die zei dat hij hier voor een gevulde koek speelde.''

In die tijd regelde Vrije Volk-journalist Bertus Pasterkamp veel voor de club. ''The Cats kwamen hier. Bertus had veel contacten, maar voetballen kon hij niet,'' zegt Bording. Hij haalde later ook altijd de lotto-opbrengsten op. ''Goed voor de club, slecht voor hem. Hij bleef in elke kroeg hangen,'' zegt Van Sundert. ''Bertus is van hieruit begraven, hij lag daar op het biljart. We moesten na de rouwmuziek snel het bandje uitzetten, want er kwam iets heftigs achteraan.''

Penningmeester Onno Swart (40) is er inmiddels bijgekomen, maar houdt zich rustig bij de verhalen uit de oude doos.

Toen Buitenhuis zich wat meer terugtrok, ging het ook weer minder met de club. ''En toen kwam Nep met zijn actie. Hij startte de Vrienden van DRC en legde zelf duizend gulden in.'' Nep was als supporter met de Volewijckers-spelers meegekomen. ''Toen heb ik ook maar duizend gulden ingelegd,'' zegt Van Sundert. En de meeste anderen ook. Zelfs de man die ze alledrie liever niet met zijn naam in de krant terugzien. ''Het was de enige keer dat hij ooit iets aan de club heeft bijgedragen.''

Voor het beschilderen van de lichtbak werd Ben Grobben benaderd, de dorpsschilder, tevens schoolmeester en pianoleraar. ''Grobben hield van een borrel,'' zegt Van Sundert. ''Je kon hem in de kroeg altijd vragen een schilderijtje voor je te maken. Kostte je 25 gulden.'' Maar hij gaf er wel een eigen draai aan. Zo schilderde hij de afscheidswedstrijd van clubman Dirk Visser met schaduwen alsof de zon in het noorden stond. ''Het bleef een rare,'' zegt Bording. Ook het gras leek nergens op. ''Was zijn groen zeker op,'' zegt Van Sundert.

Maar Grobben heeft op de lichtbak met sierlijke letters uiterst verzorgd de namen van alle toenmalige Vrienden geschilderd. ''Daarna is het een stille dood gestorven.''

Dan haakt Swart in. ''Er zijn natuurlijk altijd vrienden van DRC gebleven, alleen niet in die vorm. Vaak ondernemers.'' Bording herinnert zich dat DRC'ers bij verfhandel Bakens nooit hoefden te betalen. ''Als je vroeg naar de rekening, zei Piet: 'Joh, dat komt wel goed.''' Tot iemand verf haalde om bijna het hele dorp te schilderen. ''Dat was even een probleempje.''

Van Sundert herinnert zich vooral dat etentje met Buitenhuis. ''Er was een ton van hem geleend om de kleedkamers te bouwen, daar stond nog veertigduizend gulden van open. Toen nodigden wij hem uit voor een etentje. Aan het einde zei hij: 'Ik ben hier vast niet alleen uitgenodigd om lekker te eten, zullen we het maar afmaken op tienduizend dan?'' (EDWIN SCHOON)

Ad van Sundert, Onno Swart en Klaas Bording (vlnr) bij de 25 jaar oude lichtbak: 'Toen heb ik ook maar duizend gulden ingelegd'. Foto Edwin Schoon.
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden