Vrees voor cyberoorlog als Amerikanen Syrië aanvallen

Als de Verenigde Staten straks een militaire aanval op Syrië zouden lanceren, dan zou de reactie zich wel eens op een ander terrein kunnen afspelen. De krant The New York Times kreeg al te maken met hackers die zich het Syrische Elektronische Leger noemen. Computerexperts en 'Homeland Security' vrezen een veel grotere cyberoorlog.

Beeld thinkstock

'Server not found': die woorden kregen bezoekers van de website van The New York Times eerder deze week gedurende twintig uur te zien. Een Syrische groep hackers zat achter de cyberaanval op één van de grootste kranten ter wereld. Volgens experts zou dat het begin van een veel grotere oorlog op het internet kunnen worden, meldt CNN. Frank Cilluffo van Homeland Security vreest dat de Syriërs zeker opnieuw zullen toeslaan. 'Als ze daarbij de hulp zouden krijgen van bondgenoten, zoals Iran, en op termijn misschien China en Rusland, zou de situatie kunnen escaleren', zegt hij.

Geen tophackers
De Syrische hackers zijn lang niet de beste ter wereld, maar dergelijke aanvallen kunnen veel financiële schade berokkenen. In april zaten ze ook achter het hacken van de Twitter-feed van Associated Press, waardoor het persagentschap plots het bericht de wereld instuurde dat het Witte Huis was getroffen door twee explosies en president Barack Obama gewond zou zijn. In die korte tijd voor het bericht kon worden ontkend, ontstond er hevige paniek en de beurs stortte zelfs tijdelijk in.

Aangezien de Syriërs voorheen niet als een gevaarlijke groep hackers beschouwd werden, hebben ze vooral de meest kwetsbare Amerikaanse doelwitten blootgelegd. 'Het draait niet om wat ze kunnen of willen doen, maar om de mogelijkheden en kwetsbaarheden die ze vinden', zegt Helmi Noman, onderzoeker aan de universiteit van Toronto.

Tieners
De Syriërs hebben naam gemaakt dankzij propaganda voor het huidige regime, die ze op druk bezochte websites wisten te plaatsen. 'Hoewel Damascus de aanvallen wel zal toejuichen, heeft het mogelijk niet de opdracht gegeven om dit te doen', zegt een Amerikaanse overheidsbron. 'Het zijn waarschijnlijk gewoon enkele individuele personen die president Bashar al-Assad steunen', zegt ex-hacker Marc Maiffret, die tegenwoordig voor een beveiligingsfirma werkt. 'Op basis van de informatie die we hebben, kunnen we stellen dat sommige hackers niet ouder dan 19 jaar zijn.'

De hackers wisten de paswoorden te bemachtigen van een bedrijf dat de controle over de domeinnamen heeft. Hierdoor werden bezoekers omgeleid naar een website van de Syrische groepering, toen ze 'New York Times' invoerden. Op die manier was niet alleen de krantensite kwetsbaar, de hackers zouden ook de computers van burgers kunnen aanvallen, als hun antivirussoftware niet voldoet.

Beeld ap
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden